Mime doordrenkt van parfum van verleiding

Voorstelling: Three of a kind: 4. Titel: Don't truss it. Concept en mimografie: Wouter Steenbergen; Uitvoering: Steenbergen, Jan Taks en Luc Boyer; Kostuums: Zita Winnubst e.a. Licht: Hans Westendorp. Gezien: 13/4 Theater Frascati, Amsterdam.

Voor het realiseren van zogenaamde "instant performances' moet je kunnen improviseren. Dat ondervond de mimograaf Wouter Steenbergen bij het maken van de vierde aflevering in de serie eenmalige voorstellingen three of a kind, een initiatief van zijn collega Luc Boyer. Door het afvallen van de danser Albert Jan van der Stel moest Steenbergen zelf inspringen in don't truss it (vrij vertaald: verstik het niet): "verwikkelingen rond drie mannen op zoek naar de geborgenheid van een openbaar toilet''.

Theater Frascati leent zich uitstekend voor dit soort produkties. In don't truss it verspringt de handeling van de begane grond naar de gaanderij rondom de toneelvloer en weer terug. Met enkele rekwisieten en de sfeervolle belichting worden de verschillende locaties aangegeven: de straat, het terras of een sauna.

Twee mannen (Wouter Steenbergen en Jan Taks) ontmoeten elkaar bij het lozen van de pils. Met een stuk geslagen fles als wapen vangt hun paringsdans aan. Het homo-erotische spel wordt echter onderbroken door een volgende bezoeker. Luc Boyer verschijnt als een sinistere schaduw in de deuropening. In zijn hand twee zaklantaarns, die als katteogen langdurig de omgeving aftasten. Verlamd door de lichtbundel reageert Steenbergen als een gevangen prooidier. In eerste instantie laat hij zich willoos meevoeren. Vervolgens neemt hij het initiatief over.

De personages, voortreffelijk weergegeven door de mimespelers, zijn doordrenkt met het zware parfum van de verleiding. Hun obsessie is te veroveren of veroverd te worden. De vraag is echter of dat bevredigt. Zo bedelft Boyer zijn aanbeden idool tevergeefs met geschenken, wacht Taks verveeld mokkend boven een glas champagne op de komst van een minnaar en laat Steenbergen zich verwennen door een masseur. Hij is de enige die aan zijn trekken komt.

Aan het einde van don't truss it grijpt Steenbergen terug naar onschuldige jeugdspelletjes. Nog onbewust van de sluimerende driften drukken drie meisjes hun lichamen tegen elkaar. Een vrouwenstem op de geluidsband hijgt: “I have to come at once”. Maar voor mij was het hoogtepunt van de voorstelling al voorbij.