Miljoenen dollars aan Surinaams drugsgeld getraceerd; "Nederland moet het voortouw nemen bij aanpak drugskartel'

MIAMI, 15 APRIL. Carlos Freeman (70 jaar) is altijd wel in voor een geintje. Freeman, die als agent voor verscheidene inlichtingendiensten heeft gewerkt in de VS en Venezuela, wil zich nog wel eens verdekt opstellen bij de entree van zijn woning annex kantoor in Miami Beach.

Opeens springt hij dan naar voren, gekleed in zwembroek en T-shirt met in zijn linkerhand een handgranaat. Grapje, zegt hij dan. “De granaat doet het niet, maar ik kan er altijd ongewenste bezoekers mee afschrikken.”

Freeman heeft reden om op zijn hoede te zijn. Sinds 1986 treedt hij op als inlichtingen-agent voor het Surinaamse verzet. Op advies van de oud-voorzitter van het Surinaamse parlement Emile Wijntuin die in 1982 naar Venezuela is uitgeweken, hebben kopstukken van de Surinaamse oppositie tegen legerleider Bouterse zoals ex-parlementariër S. Somohardjo en ex-president H. Chin A Sen in 1986 contact gezocht met Freeman, die toen werkte voor een speciale afdeling van de militaire inlichtingendienst van Venezuela. Freeman werd gevraagd contacten te leggen met mogelijke Amerikaanse geldschieters om het gewapend verzet te financieren.

Verscheidene pogingen om gewapenderhand Bouterse de macht in Suriname te ontnemen, mislukken in die jaren. De betrokkenen wijten dit aan gebrek aan geld om wapens te kopen.

Eind jaren tachtig ontstond bij enkele leden van het Surinaamse verzet - de mannen achter jungle-commandoleider Ronnie Brunswijk - het idee om te proberen Bouterse langs alternatieve weg, namelijk financieel, te treffen. Het Surinaamse verzet kreeg via via contracten onder ogen waaruit sterke verdenkingen bleken over het storten van cocaïnegeld op Surinaamse rekeningen bij de BCCI-bank in Florida.

In mei 1990 sluiten een vooraanstaand vertegenwoordiger van het Surinaamse verzet in Nederland - die om veiligheidsreden anoniem wil blijven - en Freeman namens het Surinaamse verzet een akkoord met de douane in Miami. De afspraak is dat Freeman met hulp van onder andere de douane bewijsmateriaal verzamelt van uit misdaad verkregen vermogen dat in Florida wordt ondergebracht.

Bij voldoende bewijsmateriaal verplicht de douane zich om via de Amerikaanse justitie beslag te laten leggen op het illegale bezit. Indien de eigenaar niet kan aantonen dat hij zijn bezit langs rechtmatige weg heeft verkregen, zal twintig procent van het vermogen dat in beslag kan worden genomen, ten goede komen aan een stichting die zich zal inzetten voor de door het leger van Bouterse zo geteisterde bosnegerbevolking in Suriname.

Freeman kwijt zich met grote overgave van zijn taak en heeft met hulp van Amerikaanse collega's, naar eigen zeggen, na een jaar genoeg bewijsmateriaal verzameld om “miljoenen dollars aan drugsgeld” op bankrekeningen en in de vorm van bezittingen in Florida, in beslag te kunnen nemen. “De douane heeft echter de zaak verprutst en niets met onze informatie gedaan. De reden is grote nalatigheid en mogelijk zelfs opzet om eigen jarenlang falen te verbergen”, zegt Freeman. “De Amerikaanse douane deugt gewoon niet. Als je een witte olifant New York probeert binnen te smokkelen, zal het de douane in ieder geval ontgaan”.

Bij de douane in Miami worden de afspraken met Freeman desgevraagd bevestigd maar weigert men antwoord op vragen naar de reden van het stagneren van het onderzoek.

Een jaar geleden stapte Freeman met zijn dossier naar de senaatscommissie belast met onder andere drugsbestrijding. De commissie onder leiding van senator Kerry uit Massachussettes toont interesse in de Suriname-zaak.

Door de politieke belangstelling gaan ook meer Amerikaanse justitiële instanties zich met de drugssmokkel uit Suriname bezighouden. Onder andere bij de district attorney - de officier van justitie - van de staat New York ontstaat interesse. Men is daar al eerder gestuit op informatie over het drugskartel van Paramaribo. In het onderzoek dat in New York wordt verricht naar de vorig jaar in opspraak geraakte bank BCCI, stuit men op verdenkingen van fraude bij de Centrale Bank van Suriname.

Freeman heeft inmiddels zijn dossier overgedragen aan de Amerikaanse justitie. “Onze civiele claim op een deel van de opbrengst hebben we ingetrokken. Het onderzoek in deze zaak is zo ingewikkeld dat er beter langs strafrechtelijke weg kan worden opgetreden”, zegt Freeman.

Onder leiding van een Amerikaanse federale officier van justitie loopt er nu een justitieel onderzoek naar de Surinaamse drugshandel en vooral naar het witwassen van cocaïnegeld. Op het Amerikaanse ministerie van justitie is voor deze zaak een coördinator aangesteld. Op de Amerikaanse ambassade in Den Haag onderhoudt een douane-agent de contacten met de Nederlandse politie.

Bij het Nederlandse ministerie van justitie acht men inmiddels de tijd rijp om op het hoogst mogelijke niveau in de VS afspraken te maken. Gesproken zal ook worden over drugshandel uit de Antillen en over de plotselinge stijging van de aanvoer van heroïne naar Nederland.

Een onderwerp dat de Nederlandse delegatie volgende week in de Verenigde Staten zeker met de Amerikaanse collega's zal bespreken, betreft de vraag in hoeverre de VS bereid zijn Surinaamse verdachten in staat van beschuldiging te stellen.

“Amerikaanse wetgeving, zoals conspiracy-laws, maken het veel gemakkelijker om met succes verdachten te vervolgen. Als de Amerikanen alleen al kunnen aantonen dat buitenlandse verdachten plannen hebben gemaakt om drugs of drugsgeld naar de VS te brengen, dan zijn ze bevoegd juridisch te handelen. Dan doet het er ook niet toe in welk land de verdachten zich bevinden. Door verdragen die de VS met de meeste landen in de wereld hebben gesloten, kunnen bezittingen mondiaal gemakkelijk in beslag worden genomen”, zegt een justitiële onderzoeker.

Voor inbeslagneming van geld en bezittingen is het al voldoende dat betalingen via Amerika liepen. Inmiddels zijn verscheidene betalingen vastgesteld van Surinaamse verdachten die via banken in Manhattan lopen waardoor de Amerikaanse justitie in New York bevoegd is op te treden.

Tot nu toe hebben de Amerikanen het Nederlandse ministerie van justitie laten weten dat Nederland het voortouw moet nemen bij de aanpak van het Surinaamse drugskartel. “Suriname is jullie backyard”, laat men niet na te zeggen.

De Amerikanen dringen er bij Nederland op aan het in 1982 door Nederland opgeschorte rechtshulpverdrag met Suriname weer in werking te laten treden. De VS verwachten dat juridische samenwerking met Suriname een justitieel onderzoek aanmerkelijk zal vergemakkelijken.

Over het herstel van juridische samenwerking tussen Nederland en Suriname zullen deze week nog gesprekken worden gevoerd op het departement van justitie. De Surinaamse minister van justitie Girjasing is momenteel in Nederland. Samen met het hoofd van de Surinaamse recherche Santokhi zit hij ondergedoken op een geheime plaats. De Surinamers hebben politiebewaking omdat er bedreigingen zijn geuit.

Het beloven moeilijke onderhandelingen te worden. Op het Nederlandse departement van justitie is men namelijk nog steeds bang dat uit te wisselen criminele informatie in handen komt van de verkeerde partij, lees: het Surinaamse leger. De Surinaamse militairen beschikken immers volgens welingelichte bronnen nog steeds over een hypermoderne, vorig jaar in Brazilië aangeschafte afluistercentrale waarmee bijvoorbeeld alle belangrijke telefoonlijnen bij justitie en politie in Suriname worden afgetapt.