Mensenrechten

Voldoet u keurig aan uw fiscale verplichtingen? Mooi zo. Een paar honderdduizend landgenoten zijn minder scrupuleus. Die verdienen dus straf. Toch komen hooguit een paar honderd mensen voor de strafrechter. De rest krijgt een boete van de inspecteur. Die hanteert daarbij een aantal simpele vuistregels. De boete is een bepaald percentage van de ontdoken belasting. Dat kan maximaal neerkomen op een verdubbeling van de na te betalen belasting. Wie daar problemen mee heeft, kan naar de belastingrechter stappen.

Er zitten evenwel wat vreemde kronkels in dit systeem. Veel valse aangiften kunnen niet worden bestraft. Als de belastingdienst de fraude meteen doorziet, mag de inspecteur geen boete opleggen; hij mag alleen de aangifte verbeteren. Als de inspecteur in eerste instantie de opzettelijk gemaakte fout over het hoofd ziet, heeft hij zijn kansen verspeeld. Later mag hij de ontdoken belasting niet meer navorderen, laat staan een boete opleggen. Wie een zichtbare fout in de aangifte maakt, speelt dus een loterij zonder nieten: als de fiscus de fout opmerkt dan wordt de aangifte straffeloos gecorrigeerd tot het juiste bedrag; blijft de zichtbare fout onopgemerkt, dan incasseert de fraudeur pure winst.

In 1983 werd het de Tweede Kamer te gek. In moties van de PvdA en de VVD werd het kabinet om maatregelen gevraagd. Die zijn er nog niet, want de door het kabinet en de Tweede Kamer geraadpleegde rechtsgeleerden kunnen het niet eens worden over een juridisch juiste oplossing van het probleem.

De hele zaak is in 1985 ernstig gecompliceerd toen de Hoge Raad uitmaakte dat ons fiscale beboetingssysteem strijdig is met de internationaal geldende mensenrechten.

De wet geeft belastingfraudeurs ten onrechte niet de waarborgen die een verdachte tijdens een normaal strafproces heeft. De fiscale wereld verkeerde in verwarring. Ook op dit punt vroeg zowel de staatssecretaris van financiën als de Tweede Kamer de mening van gerenommeerde juristen. Omdat die het niet met elkaar eens werden, heeft het kabinet in de zomer van 1991 een commissie van drie topjuristen aan het werk gezet. Zij moesten een eind maken aan de juridische onduidelijkheden rondom de fiscale boete. De commissie stond onder voorzitterschap van de oud-president van het Amsterdamse gerechtshof, mr. J. van Slooten. De twee andere leden waren prof. mr. J.P. Scheltens en prof. mr. G.J.M. Corstens. Het rapport van de drie geleerden werd eind vorige week openbaar.

Slechts 25 bladzijden heeft de commissie nodig om tot schokkende conclusies te komen: op zes punten schendt de fiscus de rechten die belastingbetalers aan de mensenrechtenverdragen kunnen ontlenen. Op negen andere punten deugt de huidige belastingwetgeving om andere redenen niet.

Op welke nieuwe rechtswaarborgen kan men volgens de commissie nu al voor de rechter een beroep doen? Enkele noviteiten zijn de inzage in een deel van het dossier van de inspecteur, een zwijgrecht voor degene die een fiscale boete boven het hoofd hangt en de plicht van de inspecteur hem op dit recht te wijzen. In de huidige praktijk dwingt de inspecteur veel mensen juist tot het geven van informatie. Ten onrechte, aldus de commissie, die voorts stelt dat minvermogenden recht hebben op een door de staat betaalde advocaat. Dat niet alleen voor de rechter, maar al vanaf de aanzegging van de boete. Dat kan een behoorlijke aderlating voor de schatkist worden.

Verder wil de Commissie-Van Slooten dat fraudeurs die tijdig berouw tonen, geen boete meer krijgen. Voor het opleggen van boetes moet op elke inspectie een speciale "boete-inspecteur' komen. Als een boete is opgelegd, zal tot de rechter uitspraak heeft gedaan, renteloos een betalingsuitstel dienen te worden gegeven. In de huidige situatie kost zo'n uitstel ongeveer tien procent rente.

Het gaat stuk voor stuk om ingrijpende maatregelen. Staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) heeft al laten weten dat hij de voorstellen in grote lijnen overneemt. Het moet een opluchting voor hem zijn dat de commissieleden geen juridische hindernissen zien in de hardere aanpak van fraudeurs zoals die in 1983 door de Kamer was gevraagd. Maar het bedrag van ongeveer 200 miljoen gulden die dat extra oplevert, zal niet genoeg zijn om in ons fiscale boetesysteem de nodige rechtsbescherming in te bouwen. Dat vormt een extra stimulans voor een simpeler en dus minder fraudegevoelig belastingstelsel.