Medisch geheim

Redacteur F. Kuitenbrouwer citeert in een commentaar over de Haarlemse huisarts die verklaarde anabole steroïden te hebben verstrekt aan twee schaatsers (NRC Handelsblad, 30 maart), de gezondheidsjurist prof. H. Leenen: "het medisch geheim is het eigendom van de patiënt en niet van de arts'.

De vraag werd gesteld in hoeverre de schaatsers vrij zijn geweest in het zetten van hun handtekening onder een verklaring, zodat gesuggereerd wordt dat ondanks deze verklaringen met het expliciete verzoek om openheid door betrokkenen de informatie nog steeds niet vrijgegeven zou mogen worden.

Uit de wereld van het wetenschappelijk onderzoek bezien, dat op het ogenblik ernstig bedreigd wordt door verregaande privacywetgeving, wekt deze zaak bevreemding. De kern is niet of de betrokken huisarts na de door hem geuite beschuldigingen zich wel of niet kan beroepen op een zwijgrecht of een zwijgplicht. Evenmin is het relevant of de schaatsers hun handtekening in volle vrijheid gezet hebben: immers, zouden zij een verklaring getekend hebben indien zij niet verdacht gemaakt waren?

De schending van het beroepsgeheim gebeurde op het moment dat de huisarts het nodig vond de openbaarheid te zoeken met zijn beschuldigingen. Die aantijgingen dwongen de schaatsers tot hun verklaring. Wat ook het motief van de arts was, het gaat niet aan te vermelden dat het "twee van de veertien schaatsers' betrof, en vervolgens te menen dat het beroepsgeheim het verbiedt openbaar te maken wie het waren.

Deze zaak laat zien dat sommigen slecht begrijpen wat het doel van privacybescherming nu eigenlijk is, namelijk het niet toebrengen van schade. Tevens blijkt dat in Nederland met twee maten gemeten wordt: aan de ene kant zijn sporters vogelvrij en wordt datgene wat in de spreekkamer van de arts gebeurd is breeduit in de publiciteit gebracht. Aan de andere kant wordt het wetenschappelijk onderzoek, waar een duidelijk belang voor de volksgezondheid bestaat vrijwel onmogelijk gemaakt door de wetgever, die zich laat influisteren door gezondheidsjuristen en privacy-ridders zoals Kuitenbrouwer.