Maatregelen tegen Libië kunnen instabiliteit in de hand werken; Het is geen toeval dat de rechters met een afwijkende mening uit de Derde Wereld komen; De pro-Westerse regimes in de Arabische wereld zijn doodongelukkig met de strafmaatregelen

“Als lidstaten van de Verenigde Naties hebben Libië en de VS - in overeenstemming met artikel 25 van het Handvest van de VN - de verplichting om de besluiten van de Veiligheidsraad van de VN te aanvaarden en uit te voeren.” Met deze voorlopige uitspraak van het Internationale Gerechtshof in Den Haag werd gisteren de Nieuwe Wereldorde van president Bush nog eens juridisch onderbouwd. Want voor het eerst sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is de supermogendheid Amerika thans in staat de Veiligheidsraad die politiek afdwingbare beslissingen te laten nemen, die men in Washington voor gewenst houdt. De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van gisteren bevestigt dat die beslissingen onaantastbaar zijn.

Het Hof, de hoogste juridische instantie in de wereld (voor zover staten daarmee akkoord gaan), weigerde zich namelijk als partij op te stellen tegenover de door Amerika gecontroleerde Veiligheidsraad. Daardoor hebben alle dwingende uitspraken van de Veiligheidsraad met een beroep op hoofdstuk VII van het Handvest (handhaving van vrede en veiligheid in de wereld) voorrang boven alle andere internationale verdragen en afspraken - ook al berusten die dwingende uitspraken van de Veiligheidsraad op puur politieke motieven.

In feite vertelde het Internationale Gerechtshof niets nieuws; het herhaalde slechts wat in het Handvest van de VN staat. Maar door de dramatisch veranderde machtsverhoudingen in de wereld, als gevolg van de ineenstorting van het Sovjet-imperium, is de uitspraak van het Hof wel degelijk opzienbarend. Daardoor worden immers staten die economisch en/of politiek met Libië verbonden zijn, tegen hun wil gedwongen mee te doen aan de thans van kracht geworden sancties tegen Libië.

Dat heeft met name op den duur grote gevolgen voor de stabiliteit in het Midden-Oosten, en misschien zelfs daarbuiten. Hoewel de rechters van het Internationaal Gerechtshof niet geacht worden politiek te denken, was het geen toeval dat de vijf rechters die gisteren een afwijkende mening gaven, uit Derde wereld-landen kwamen: Algerije, Sri Lanka, Madagascar, Nigeria en Egypte. Zij maakten zich kennelijk zorgen over de politieke consequenties van hun juridische uitspraak.

Waarom die zorgen? De naar geld hunkerende Arabische buurstaten van het rijke Libië zullen ongetwijfeld goed kunnen verdienen aan het luchtembargo tegen Libië dat vandaag is ingegaan. Toch zijn vooral de pro-Westerse regimes in de Arabische wereld doodongelukkig met de strafmaatregelen. Zij beseffen dat hun politieke geloofwaardigheid tegenover hun binnenlandse publieke opinie door de maatregelen tegen Libië in het geding komen. Daarmee worden hun politieke overlevingskansen in een zich verslechterend sociaal-economisch klimaat een stuk problematischer. Maar tegelijkertijd zijn zij economisch, militair en politiek afhankelijk van de goedertierenheid van Washington, dat eveneens hun politieke overlevingskansen bepaalt. Zij kunnen dus uitsluitend zachtjes pruttelen als datzelfde Washington hen (via de Veiligheidsraad) dwingt maatregelen te nemen, die hun onderdanen afwijzen.

Niemand weet hoe deze Arabische regimes uit dit dilemma moeten komen, zijzelf het minst. Washington en de andere Westerse hoofdsteden leggen evenmin uit wat hen tot hun actie bezielt: waarom Libië, de zwaktste schakel in het verbond van terrorististische staten, voor strafmaatregelen wordt uitverkoren en anderen die evenveel, zo niet meer schuld hebben, (voorlopig?) met rust worden gelaten.

Bureaucratische gemakzucht, waarbij men domweg de koers volgt die president Reagan al tien jaar geleden aangaf? Waarschijnlijk niet. Alle tekenen wijzen erop dat president Bush en zijn naaste omgeving tot de conclusie zijn gekomen dat Amerika inderdaad in staat is de gang van zaken in het Midden-Oosten te bepalen. Meer dan ooit is het Midden-Oosten "gereserveerd terrein' geworden voor de Amerikaanse buitenlandse politiek. De regio is namelijk economisch en strategisch te belangrijk voor "de Amerikaanse nationale belangen' om haar met anderen te delen.

Vandaaar dat Brent Scowcroft, de naaste adviseur van president Bush op het gebied van de nationale veiligheid, enkele dagen geleden een opzienbarende uitspraak deed. Hij zei dat Iran niet zo'n belangrijke factor is in de strategische overwegingen van Amerika, omdat het niet langer hoeft te dienen als tegengewicht tegen Irak. Volgens Scowcroft kunnen de VS zèlf voor de stabiliteit in de regio zorgen. “Wij hebben daar voldoende militairen en ik denk dat één van de dingen die wij duidelijk hebben gemaakt, is dat wij in staat zijn te hulp te komen bij elke ernstige verbreking van de stabiliteit in het gebied.”

De Arabische Golfstaten blijken thans diezelfde overtuiging te koesteren. Zij hadden in mei vorig jaar, na afloop van de Golfoorlog, principe-afspraken met Egypte en Syrië gemaakt om zich, in ruil voor een aanzienlijke hoeveelheid geld, door Egyptische en Syrische strijdkrachten te laten beschermen tegen toekomstige overvallen van Iraakse of Iraanse kant. Deze "overeenkomst van Damascus' kwam echter nooit van de grond, omdat de heersers van de Golfstaten de bedoelingen van hun Egyptische en Syrische broeders niet helemaal vertrouwden en veel meer vertrouwen hadden in de militaire bescherming van het Westen. De onderhandelingen sleepten zich voort zonder dat het tot iets kwam. De ministers van buitenlandse zaken van de zes Golfstaten plus Egypte en Syrië zouden zich 20 april opnieuw over de afspraken buigen, maar die bijeenkomst werd verdaagd naar 3 mei. En een paar dagen geleden werd bekend dat de 3 mei-bijeenkomst “wegens andere verplichtingen” van de ministers sine die is uitgesteld.

In datzelfde kader van het Amerikaanse verlangen om de enige hoeder van regionale stabiliteit te zijn, paste het rapport van het Pentagon van een maand geleden. Het rapport stelde een aantal theoretische scenario's op, ervan uitgaande dat de VS de enig overgebleven supermogendheid zijn en uit dien hoofde een veel grotere verantwoordelijkheid hebben voor stabiliteit in de wereld. Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, een beetje in verlegenheid gebracht door deze onomwonden analyse, nam afstand.

Maar de feiten laten zien dat Bush inderdaad gelooft in datgene wat het State Department ontkent: dat hij de Nieuwe Orde - dus ook de nieuwe internationale rechtsorde - zijn wil kan opleggen. Het is des te belangrijker voor hem, omdat in de Amerikaanse verkiezingsstrijd good leadership en character in de verleidingsslogans zo'n belangrijke rol spelen. Daarom pakte Bush de Israelische regering aan, wat betreft de aanvankelijk toegezegde en vervolgens geweigerde bankgaranties. Daarom ook wordt Saddam Hussein nu met ernstige straffen bedreigd als hij datgene herhaalt wat Bush hem vorig jaar nog toestond: grootscheepse aanvallen op de Koerden en de shi'ieten.

Wat als twee druppels water lijkt op een ad hoc-politiek, is het in de gedachtenwereld van Bush geenszins.

Of die politiek op lange termijn uitvoerbaar is, staat zeer te bezien. De vastberadenheid die Bush tegenover Libië en andere staten in het Missen-Oosten tentoonspreidt, zou wel eens na de verkiezingsstrijd op lemen voeten kunnen blijken te rusten. Namelijk op dat moment, waarop men in Washington kennis moet nemen van de groeiende instabiliteit die het Amerikaanse streven naar stabiliteit ten gevolge heeft.