Lockerbie en de rechtsorde

DE EIS dat Libië de verdachten van de aanslag op een PanAm-toestel boven het Schotse Lockerbie in 1988 - met 270 slachtoffers - overdraagt aan het Verenigd Koninkrijk of aan de Verenigde Staten, staat op het eerste gezicht haaks op een aantal basisbeginselen van het internationale recht. Staten dienen elkaar als gelijken te behandelen en dat betreft in het bijzonder de berechting van misdrijven. Zeker als het om eigen onderdanen gaat.

Gruwelijke misdrijven dienen ook volgens het internationale recht niet onberecht te blijven. Maar de staten hebben de vrijheid de eer aan zichzelf te houden: door zelf over te gaan tot berechting kunnen zij uitlevering voorkomen.

Toch heeft het Internationale Gerechtshof gisteren vierkant geweigerd de actie van Amerikanen, Britten en Fransen althans tijdelijk te bevriezen, zoals Libië had gevraagd. Het Hof geeft alle voorrang aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die de eis tot overdracht van de verdachten heeft overgenomen en kracht heeft bijgezet door het afkondigen van sancties die vandaag zijn ingegaan. De uitspraak van de internationale rechterlijke macht is een stuk minder assertief dan men binnen een nationale rechtsorde - zoals de Amerikaanse waar federale rechters niet schromen een president voor het blok te zetten - gewend is. Maar binnen een nog rudimentaire internationale rechtsorde past de terughoudendheid zoals het Wereldgerechtshof die nu aan de dag heeft gelegd. Het Handvest van de VN laat ook weinig ruimte voor twijfel over de volgorde tussen de machten binnen de wereldorde.

HET IS TROUWENS nog maar de vraag of de hierboven aangeduide klassieke stelregel "aut dedere, aut punire' - ook al vormt deze het leidende beginsel van het Verdrag van Montreal van 1971 inzake gewelddaden tegen vliegtuigen - hier het laatste woord heeft. Deze regel vormt de juridische weerslag van het wederkerigheidsbeginsel in de internationale betrekkingen. De ene kant is de erkenning van de politieke autonomie van iedere staat op het gebied van de rechtspleging. De tegenhanger is een vergelijkbare autonomie van andere staten om het niet eens te zijn met de wijze waarop daarvan gebruik wordt gemaakt, en dus een autonome vrijheid om politieke aandrang uit te oefenen voor een bevredigende aanpak.

Voor deze aandrang zijn in het geval van Lockerbie in internationale rechtsbeginselen bepaald aanknopingspunten te vinden. Te denken valt aan het beginsel van aansprakelijkheid van staten voor nalatigheid, zoals "denial of justice'. De reactie van Libië op Lockerbie gaat aardig in deze richting. Het is moeilijk vol te houden dat het land van Gaddafi met voortvarendheid de berechting van de twee verdachten ter hand heeft genomen - laat staan dat het garanties heeft gegeven (zoals het prompt uitnodigen van buitenlandse waarnemers) voor de kwaliteit van de te voeren procedure.