Kras

De duidelijkste boommarters zijn die welke van straat worden geraapt. Verkeersslachtoffers vormen de hardste aanwijzingen voor hun verspreiding. Op de Utrechtse Heuvelrug waren het er vorig jaar twee. Hier schijnen ze vooruit te gaan.

Verder moet je je de boommarter voorstellen als een dier dat bij voorkeur hoog in het bos vertoeft. Hier en daar komt hij naar beneden, dus zal hij hier of daar ook weer naar boven moeten. Van dergelijke manoeuvres kunnen sporen achterblijven op de betreffende boom: nagelkrassen.

Bos bij Leersum. Het daglicht vloeit langs torenhoge beuken. Citroentjes zijn bezig er een dolle middag van te maken en ook wij hebben iets van vlinders. Van boom naar boom, waarbij Ronald een handig, koperkleurig schuifmaatje in gereedheid houdt. We bekijken stammen en betasten bast alsof we zelf boommarterambities hebben.

Het ideale spoor zit op ooghoogte, staat bijna haaks op de richting van de boom, vertoont alle vier de nagels en meet tussen de buitenste krassen op z'n minst drie centimeter. Vandaar het gemillimeter met die schuifmaat. Ronald: “Drie komma één, komma twee zelfs”. Dan kijken we elkaar aan, dan halen we onze wenkbrauwen op. 't Zou kunnen!

Stel: je komt al jaren in dat bos, het zit vol verwijzingen naar vogels en ideeën, naar verhalen die werden of zouden worden geschreven. Voeg daar nu een denkbare boommarter aan toe en je krijgt een bos van onschatbare waarde.