Koopkrachtplaatjes eisen alle aandacht

DEN HAAG, 15 APRIL. Ze zijn er weer: de door iedereen vermaledijde koopkrachtplaatjes. Vóór goede vrijdag moet het kabinet een beslissing nemen over de budgettaire kaders voor de begroting 1993, maar de koopkracht van de sociale minima (al dan niet alleenstaand), minimumloners, een- anderhalf- twee- en vier-keer modaal eist alle aandacht.

Tijdens het CDA-bewindslieden-overleg op het Catshuis toonde minister De Vries (sociale zaken) donderdag trots zijn koopkrachtplaatje 1993. De sociale minima gaan er bij zijn ingenieuze belastingplan bijna een half procent op vooruit. Een resultaat waarvoor bij coalitiegenoot PvdA de handen op elkaar gaan, want in berekeningen van het Centraal Planbureau gaan de minima er - bij een "normale' koppeling - ruim een half procent op achteruit.

De loftuitingen van de PvdA steken schril af bij het boegeroep van zijn eigen partij. Vorig jaar was De Vries samen met PvdA-leider Kok verantwoordelijk voor het schrappen van de inflatiecorrectie in de loon- en inkomstenbelasting 1992. Die nivelleringsmaatregel leidde tot veel opzeggingen van CDA-leden. En wat De Vries nu voorstelt, typeert G. Terpstra, financieel-woordvoerder van de CDA-fractie, als “een onaanvaardbare maatregel”.

Met deze steun begon CDA-minister Andriessen (economische zaken) aan de tegenaanval. Als er geen geld is voor de koppeling, redeneert Andriessen, is er ook geen geld voor de compensatie. De Vries wil de uitkeringen volgend jaar 1,5 procentpunt achterlaten bij de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. Dat levert een besparing op van ruim een miljard gulden en een koopkrachtverslechtering voor de minima van een procent.

In de nieuwe koppelingswet WKA heeft het kabinet bij ontkoppeling de plicht om te streven naar een evenwichtige inkomensverdeling en het verbeteren van de verhouding tussen werkenden en uitkeringsgerechtigden. Daartoe wil De Vries het verschil tussen uitkering en minimumloon vergroten. Het vaste belastingvoordeel van 500 gulden dat uitkeringsgerechtigden hebben, wordt geschrapt. Dit levert een besparing op van 600 miljoen gulden en een koopkrachtverslechtering van 0,8 procent.

In totaal gaan de minima er 1,8 procent op achteruit, maar De Vries bepleit een volledige compensatie. Daarvoor wordt een heffingskorting in de loon- en inkomstenbelasting geïntroduceerd. Zo'n "tax-credit' is niet afhankelijk van het inkomen en levert voor iedereen hetzelfde belastingvoordeel op. De heffingskorting komt in de plaats van de zogenoemde basisaftrek, die meer "waard' is als men in een hoger belastingtarief valt. De koopkrachthandhaving voor de minima wordt gefinancierd door de belastingaftrek voor de midden- en hoge inkomens te beperken.

Bij de introductie van een heffingskorting gaan de minima en minimumloners er ongeveer 1,5 procent op vooruit. Een premieverlaging levert nog eens een half procent op. Minimumloners gaan er meer op vooruit dan uitkeringsgerechtigden, omdat zij hun vaste belastingvoordeel - arbeidskostenforfait - niet kwijtraken. Werknemers met een modaal inkomen (45.000 gulden) profiteren het meest van zijn voorstellen.

Minister Andriessen is mordicus tegen het plan van De Vries. Het is volgens hem absurd om het belastingsysteem volledig op zijn kop te zetten om de gevolgen van de ontkoppeling te compenseren. Hij wil volgend jaar met hetzelfde percentage ontkoppelen als De Vries en de belastingaftrek van mensen met een uitkering niet veranderen wegens het nadelige effect voor de koopkracht. Voor - een gedeeltelijke - compensatie wil Andriessen de belastingvrije voet met 110 gulden verhogen. In zijn voorstel gaan de minima er 0,5 procent op achteruit; twee keer modaal en de hogere inkomens zijn beduidend beter af.

Via een fax-offensief probeert minister-president Lubbers zijn partijgenoten weer op één lijn te brengen voor de ministerraad morgen. Blij dat er één kwestie is die de twee CDA-bewindslieden verbroedert: de verlaging van de btw.