Embryo's

J.H. Cleine meent dat "onderzoek embryo's niet immoreel' is (NRC Handelsblad, 6 april).

Maar een vergelijking van appels met peren leidt altijd tot misvattingen. Namelijk: “er wordt geredeneerd vanuit religieus-ethische en quasi-mythische vooronderstellingen”. In het verdere artikel komt de religieus-ethische kant niet meer ter sprake. Het verstandige element krijgt de volle waardering. Maar het is duidelijk dat het daar nogal eens aan ontbreekt. Of er iets in de natuur ten gronde gaat laat ik voor de schrijver, twintig procent van de concepties leidt tot zwangerschap. Maar iedereen weet dat ieder organisme in de natuur zijn specifieke functie en waarde heeft. Bij de IVF-behandeling kiest men "verstandig' uit het selectie-proces van de natuur. Het zou “een mythische gebeurtenis zijn die de eicel transformeert tot potentieel mens. Een scherpe grens tussen wel of geen individu (zou) niet te trekken zijn, de natuur kent geen scherpe grenzen”. Dit is het toppunt van zelfoverschatting. De wetenschap is dienaar van de natuur.

"De voortplantingstechnieken zouden verbeterd kunnen worden'. Maar daar vervullen juist de zg. overschotten aan cellen hun onmisbare functie. Cleine is dan ook met recht beducht, zij het op merkwaardige gronden, voor: "de vestiging van een nieuw soort immoraliteit'.