Doek uit Haagse trouwzaal op veiling

AMSTERDAM, 15 APRIL. Het veilinghuis Christie's in Amsterdam zal op 22 april op een veiling van 19de-eeuwse kunst een plafondstuk uit 1892 aanbieden dat in de jaren zestig bij de restauratie van het Haagse stadhuis aan de Groenmarkt is weggehaald en verkocht. Dr. J.B. Bedaux, verbonden aan het kunsthistorisch instituut van de Vrije Universiteit in Amsterdam, was destijds bij de decoratiewerkzaamheden betrokken. Hij vindt dat het schilderij, dat hij tot voor kort verloren waande, terug moet naar de plek waarvoor het was bestemd.

Het gaat om een olieverfschilderij op linnen van de Oostenrijkse schilder George Sturm (1855-1923) uit 1892 en stelt de Bruiloft van Peleus en Thetis voor. Het romantische doek, een allegorie op het huwelijk, hing tegen het plafond van de trouwzaal. Onder andere het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard is onder Sturms honingzoete engeltjes gesloten. Het ovalen doek meet bijna vijf bij drie en een halve meter. Het moet een prijs van 15.000 tot 20.000 gulden opbrengen. Het is, aldus Bedaux, indertijd ter veiling aangeboden aan het veilinghuis Van Marle en Bignell. Daar is het door een particuliere eigenaar gekocht. Het doek ligt inmiddels al acht jaar bij Christie's, waar het al eerder op de veiling is gebracht. Toen was er echter niemand die er voldoende voor bood.

De huidige eigenaar noch Christies's treffen enige blaam, benadrukt Bedaux, maar de gemeente Den Haag had het volgens hem nooit mogen afstaan. Dat dat toch gebeurde, is volgens hem het gevolg van de restauratie-ethiek uit de jaren zestig. “Tegenwoordig zou niemand erover peinzen het weg te halen. Het stuk hing in een vleugel die in de 18de eeuw is gebouwd en toen door de schilder Jacob de Wit is gedecoreerd. In de negentiende eeuw bleek die decoratie van de Wit in zo'n slechte staat te zijn, dat opdracht is gegeven een nieuw plafondstuk te maken. Daarvoor werd Sturm gevraagd, die toen in Nederland woonde. Bij de restauratie in de jaren zestig vond men dat het schilderij van Sturm eruit moest, omdat men een stuk uit 1892 niet vond passen in die 18de-eeuwse omgeving.”

Een woordvoerder van de afdeling monumentenzorg van de gemeente Den Haag bevestigt dat het doek destijds op voorstel van de toenmalige directeur Wijsenbeek van het Haags Gemeentemuseum is verwijderd en vervangen door 18de-eeuws stuk van matige kwaliteit. “Dat stemde wel overeen met de stijl van die kamer, maar Sturms stuk was op zichzelf heel waardevol en de symboliek ervan paste goed bij de trouwzaal. In de jaren zestig interesseerde men zich nog niet zo voor monumentenzorg. Dat kwam pas op gang met de restauratie van het stadhuis. Onze afdeling monumentenzorg bestond in die tijd ook nog niet”.

Nu zou het, met de veranderde opvattingen over restaureren, ondenkbaar zijn het schilderij weg te halen en te verkopen, zegt Bedaux. “In de jaren zestig dacht had je een ethiek van terugrestaureren. In zo'n 18de-eeuwse omgeving bracht men alles terug naar die periode. Maar ze hadden ook toen zo veel eerbied moeten hebben om het 19de-eeuwse stuk ten minste op te slaan.”

Bedaux heeft altijd gedacht dat het schilderij na de restauratie verloren was gegaan. Tot zijn verbazing dook het onlangs op in een veilingcatalogus van Christie's. Hij heeft geprobeerd het Haags Gemeentemuseum en het Haags Historisch Museum voor aankoop te interesseren. “De boedel van het stadhuis valt op dit moment onder het Historisch Museum, maar daar voelt men zich niet aangesproken. Het museum bestond indertijd nog niet. Ze verwijzen naar het Gemeentemuseum, maar die hebben het nooit in collectie gehad. Bovendien hebben de Haagse musea er geen geld voor. Ik vind dat de gemeente Den Haag het moet kopen en het moet terugspijkeren op de plaats waar het gehangen heeft.”