Daling geldmarkttarieven zet door

AMSTERDAM, 15 APRIL. De daling van de interbancaire geldmarkttarieven heeft zich in de afgelopen week voortgezet. De tarieven kwamen gemiddeld 0,15 procentpunt lager te liggen. Het éénmaands tarief daalde tot 9,32 procent en het driemaands tarief tot 9,35 procent.

De ontspannen situatie op de geldmarkt kan worden verklaard door de comfortabele positie van de banken ten aanzien van de besparing op hun contingenten. Terwijl 89 procent van de periode is verstreken slechts 84 procent van de contingentsruimte verbruikt. De banken maakten maandag voor 3,7 miljard gulden en dinsdag voor 2,4 miljard gulden van deze voorschotregeling gebruik, ruim onder het toegestane beroep van 4 miljard gulden. Met het einde van de contingentsperiode in zicht op 24 april is de besparing van 5 procentpunt aan de ruime kant.

Opvallend is de sterke toename van het rente-écart met Duitsland. Door een kleinere daling van het Duitse driemaands tarief is het écart opgelopen tot zo'n 0,3 procentpunt. Dit vormt een weerspiegeling van de officiële tarieven. Het tarief van de Nederlandse speciale belening ligt op 9,3 procent, tegen 9,6 procent voor het vergelijkbare Duitse tarief. De voorschotrente van 9,25 procent vormt voorlopig een ondergrens voor de geldmarkttarieven. Een verdere substantiële rentedaling is pas mogelijk na verlaging van de officiële tarieven door DNB.

De kans hierop, zonder een gelijktijdige renteverlaging door de Bundesbank, wordt gering geacht. De oplopende inflatie, forse looneisen en hoge geldgroei in Duitsland nopen de Bundesbank tot terughoudend opereren ten aanzien van een officiële renteverlaging. De Bundesbank liet dit blijken door haar beleningstarief (repo-tender) voor de periode van 30 dagen op 9,6 procent te stellen. Ondanks de lagere Nederlandse geldmarktrente verzwakte de gulden niet ten opzichte van de mark. Deels is dit te verklaren door de ten opzichte van Duitsland lagere Nederlandse inflatie (over maart 4,2 procent, tegen 4,7 procent in Duitsland). Het CPB verwacht voor het gehele jaar een inflatie van 3,25 procent (onzes inziens te optimistisch) tegenover een verwachte inflatie van 4 procent voor Duitsland.

De voornaamste veranderingen in de weekstaat betreft een stijging van 718 miljoen gulden van de goud- en deviezenvoorraad en een toename van 2.155 miljoen gulden van het financieringsarrangement tussen de Staat en DNB. In totaal heeft de Staat 3.120 miljoen gulden bij DNB geleend. Met de storting op de vijftienjarige 8,25 procent staatslening ter grootte van 5 miljard gulden en uitkeringen van het Rijk van 2,4 miljard gulden zal het geldmarkttekort vandaag oplopen tot zo'n 8 miljard gulden. Gisteren verviel een speciale belening die volgens de weekstaat 2.352 miljoen gulden kleiner was dan de vorige.

Vanmorgen wees DNB 1.596 miljoen gulden toe op de nieuwe speciale belening met een looptijd van 15 tot 22 april tegen een onveranderd tarief van 9,3 procent. Bron: NMB Postbank Groep