Commissie: kosten hoger in vrije markt gezondheidszorg

DEN HAAG, 15 APRIL. Een vrije markt- en prijsvorming in de gezondheidszorg zal de kosten eerder opdrijven dan verlagen. Want een vrije markt vereist dat de zorgaanbieders zelf, los van de overheid, hun arbeidsvoorwaarden mogen vaststellen.

Dit concludeert de commissie-De Beer die in opdracht van staatssecretaris Simons (Volksgezondheid) onderzocht onder welke voorwaarden meer vrije markt in de gezondheidszorg mogelijk is.

De Beer, indertijd secretaris van de commissie-Dekker die de weg vrijmaakte voor het plan-Simons, overhandigde het rapport “Prijsvorming in de zorgsector” vanmorgen aan de staatssecretaris. De commissie acht meer vrije markt in de gezondheidszorg, waar nu nog een centraal geleide economie regeert, mogelijk en wenselijk, mits de overheid zorgt voor wetgeving die de kwaliteit waarborgt. De thuiszorg en de bejaardenzorg komen volgens de commissie het eerst in aanmerking voor meer vrije markt.

De commissie legt grote nadruk op vijf randvoorwaarden: de verzekeraars moeten geheel vrij zijn bij de vaststelling van hun nominale, inkomensonafhankelijke premies; de aanbieders van zorg moeten zelf hun arbeidsvoorwaarden kunnen vaststellen; instellingen berekenen de kosten van investeringen marktconform door; de zorgaanbieders beslissen zelf, “zo nodig in overleg met zorgverzekeraars” die een landelijk opleidingsfonds financieren, over de opleiding van specialisten en gespecialiseerde verpleegkundigen en ook beslist men zelf hoeveel specialisten en ander personeel men in dienst neemt.

De commissie erkent dat voor de overgang naar een vrije markt in de gezondheidszorg een “cultuuromslag” nodig is. Als de nodige concurrentie inderdaad tot stand wil komen moeten zorgaanbieders, zorgverzekeraars en verzekeraars toegang krijgen tot veel meer informatie. De overheid moet voorkomen dat landelijke afspraken de vrijheid van individuele partijen beperken.

Bestuurslid K. Kolthoff van het Landelijk Patiëntenplatform, lid van de commissie-De Beer, neemt een minderheidsstandpunt in. Hij vreest dat ook in de toekomst de patiënt te weinig zeggenschap zal hebben. Gezonde mededinging kan volgens hem alleen tot stand komen wanneer de overheid die met “reële sancties” afdwingt.

De commissie is terughoudend over goede resultaten van een meer vrije markt bij ziekenhuizen, specialisten en de topklinische zorg (zoals open-hart-chirurgie en levertransplantaties).