Choreografie met humor en poëzie

Produktie: A shadow of a Louder Crash. Concept en choreografie: Harijono Roebana in samenwerking met Andrea Leine; muziek: Jan-Willem van Mook; decor en kostuums: Debby Luiten; licht: Peter Romkema. Gezien: 9/4 Lantaren/Venster, Rotterdam. Verder 21 t/m 25/4 Amsterdam, 3/5 Utrecht (Springdance Festival) en 15/5 Den Haag.

De danser/choreograaf Haijono Roebana bracht in 1989 en 1990 zijn eerste grote, ongeveer een uur durende produkties uit die opvielen door helderheid in het gekozen bewegingsmateriaal, een eigenzinnigheid in concept en verwerking van theatrale ideeën en het scheppen van een raadselachtige sfeer. Zijn nieuwe produktie, A Shadow of a Louder Crash, heeft dezelfde kenmerken en laat bovendien een duidelijke ontwikkeling zien in de greep die Roebana op zijn ideeën en uitwerking daarvan heeft gekregen.

Uitgangspunt is het thema "fragment', of zoals hijzelf in een interview zegt: “Tot hoe ver kun je fragmenteren zonder in chaos te vervallen. De voorstelling is gebaseerd op brokstukken materiaal, maar die worden niet samengesmolten tot een organisch geheel volgens de bekende grammatica van dit soort structuren.” Wat er op het toneel gebeurt, is dan ook nauwelijks te voorzien van het etiket rechtlijnigheid, terwijl er toch een absoluut verband voelbaar wordt. Zo is er eveneens een band tussen de uitvoerenden, die toch nergens echt met elkaar dansen. De staccato-achtige bewegingsfrasen, die soms langzaam maar vaker met een grote drift en complexheid worden uitgevoerd, zijn expressief en worden in wisselende formaties en richtingen in de ruimte gezet. Zij zijn aan de ene kant voorspelbaar doordat zij regelmatig terugkeren, maar aan de andere kant steeds weer verrassend door onverwachte structuren in de compositie ervan. Verfrissend is de vaak even de kop opstekende relativerende humor die in kleine details naar voren komt. Een stem vertelt over de aanwezigheid van een tuinman, een held, een dame, een vreemdeling, een hond en stilte. Dat verhaal wordt zeker niet letterlijk gevolgd doch is in wat er gebeurt wel te duiden.

De enkele attributen worden effectief gebruikt. Zo rijdt er een aandoenlijk doorzichtig, rechtlijnig getekend hondje rond met een half lijfje waarin een rood hartje bungelt en wordt het toneelvlak gevuld met verplaatsbare, grote, schuimrubberen groene gewassen. Een enkele maal wordt het robotachtige bewegingsmateriaal doorbroken en verzacht, hetgeen voor breekbare poëtische momenten zorgt.

De composities van Jan-Willem van Mook sluiten goed aan bij de fragmentarische beelden en bieden een grote variatie in klank, structuur en intentie, zoals ook de belichting dat doet, zonder overnadrukkelijk te zijn. Een boeiende, in alle opzichten goedverzorgde produktie waarin exact en kundig, en met de juiste spirit gedanst wordt door Roebana zelf, Jean-Louis Barning, Noortje Bijvoets, Betsy Torenbos en Andrea Leine.