Cephalocereus Royeni

Op 3 april schreef Hans van Straten op de Achterpagina een kleine verhandeling over het woord "dildo', naar aanleiding van Marlies Philippa's boek "Koffie, kaffer en katoen. Arabische woorden in het Nederlands'. Hier volgt het weerwoord van de etymologe.

Dildo komt niet uit het Arabisch, maar wel uit het Spaans. Dat de oorsprong de Arabische ezels- of stekelvarkenbenaming doeldoel zou zijn, zoals sommigen menen, heb ik na allerlei interlokale en intercontinentale telefoongesprekken beeldend proberen te verwoorden in mijn boek. Anders ligt het met de cactushypothese. Maar laat ik eerst ingaan op de datering.

Dateringen geven meestal een toevallige eerste attestatie weer. Zo'n attestatie is dus geen exacte bewijsplaats voor het eerste voorkomen van een woord. In mijn zojuist genoemde boek waarin ik schreef dat dildo het eerst voorkwam in de Elizabethaanse periode, in de tweede helft van de zestiende eeuw, heb ik geen specifieke vindplaats genoemd. Ik baseerde me op de Oxford English Dictionary (OED) waarvan in 1989 een tweede druk is verschenen. Daarin staat dat dildo voor het eerst is opgeschreven rond 1593 en voor de tweede keer in 1598. De eerste attestatie is te vinden in Thomas Nash(e): Choise of Valentines or the Merie Ballad of Nash his Dildo. Hetzelfde werk dus dat Hans van Straten in zijn artikel in de NRC van 3 april dateert in 1601.

Wat de etymologie betreft: Van Straten verwerpt de Spaans-Arabische hypothese. Ik ook, gedeeltelijk althans. Volgens hem is de dildo, die aanvankelijk van leer vervaardigd was, Italiaanse import. In 1673 wordt vermeld dat er Italiaanse dildo's in deftige Londense winkels te krijgen zijn. Dat is natuurlijk geen bewijs voor een Italiaanse ontlening. Wij importeren momenteel van alles uit Japan, maar wij geloven toch ook niet dat de automobiel en de camera Japanse uitvindingen zijn.

Van Straten noemt de etymologie uit het Italiaanse dilotto die het Lesbiaans woordenboek noemt, onjuist, maar hij voelt volgens mij wel wat voor de herkomst uit het Engels: diddle-o. Ik niet.

In het Engels bestaan twee woorden dildo(e): de kunstpenis en de cactus uit het geslacht Cereus, die evenals de meeste cacteeën uit het Amerikaanse continent stamt. In de OED wordt aan de eerste dildo een obscure herkomst toegekend, terwijl van zijn homoniem wordt gezegd dat hij waarschijnlijk zo genoemd is omdat hij op een kunstpenis lijkt. Dat is onzin, denk ik. Ze hebben wel met elkaar te maken, maar mij lijkt dat er een omgekeerde relatie is: de dildo als genotsartikel is vernoemd naar de fallusvormige cactus Cephalocereus Royeni. Een kaars (cereus) is immers een van de makkelijkst toegankelijke dildo's. Nietwaar, dames?!

De OED zegt over de dildo (ook dildo-tree, dildo-bush, dildo pear tree) als cactusbenaming dat deze in 1672 voor het eerst opgeschreven is in het boek American Physitian van W. Hughes: “The Tree was long since called by the Spaniards, and by the Negroes that lived there, the Dildoe-Tree; and the English retain the same name still.” Uit latere publikaties blijkt dat deze cactus veel voorkomt in Jamaica. De Engelsen moeten de benaming uit het Spaans van de Caraïben hebben overgenomen.

In het gezaghebbende Spaans-Amerikaanse woordenboek Diccionario General de Americanismos van Francisco J. Santa Maria, dat in 1942 in Mexico verscheen, staat dat dildo in Puerto-Rico een volksnaam is voor diverse cactussen.

Eindelijk begint de herkomst te dagen. De dildo als cactus komt uit het Caraïbische gebied en de Engelsen hebben er de huidige betekenis aan toegekend. Maar de etymologie is nog niet helemaal duidelijk: waar komt het Caraïbisch-Spaanse dildo als woord voor een bepaalde cactus vandaan? Uit de lokale Indianen- of uit een van buiten gekomen Afrikaanse slaventaal? Het onderzoek gaat voort.