CDA-fractie in Senaat kritiseert plan Wallage

DEN HAAG, 15 APRIL. De CDA-fractie in de Eerste Kamer heeft zich gisteren aangesloten bij de eerdere kritiek van hun partijgenoten in de Tweede Kamer op de plannen van staatssecretaris Wallage om scholen van gewoon en speciaal (LOM-, MLK-) onderwijs te laten samengaan.

Wallage heeft laten weten dat beide schoolsoorten in 1995 moeten opgaan in één nieuwe wet op het primair onderwijs. Tijdens de behandeling van de begroting van onderwijs en wetenschappen in de Eerste Kamer vroeg CDA-woordvoerster T. Bot-Van Gijzen zich gisteren echter af of niet eerst de nu op gang komende samenwerking tussen basisscholen en LOM- en MLK-scholen moet worden geëvalueerd, voordat tot integratie van de twee schoolsoorten wordt besloten.

Bot-Van Gijzen vond het ook onjuist dat de besturenorganisaties in het onderwijs kunnen bepalen welke scholen voor MLK- en LOM-onderwijs worden opgeheven. Net als het Tweede-Kamerlid Hermes (CDA), die daar vorig jaar oktober al forse kritiek op leverde, vindt ze dat een taak van de overheid “als schild voor de zwakke”, en geen taak voor maatschappelijke organisaties.

Minister Ritzen kreeg gisteren steun van de Eerste Kamer, met uitzondering van zijn eigen partij, voor zijn pleidooi om in het onderwijs meer aandacht te schenken aan de overdracht van normen en waarden. Het CDA waarschuwde wel voor een taakverzwaring voor de school. Bovendien kan zo'n streven naar meer aandacht voor de pedagogische opdracht van de school in conflict komen met het streven naar grotere, efficiënter werkende instellingen. “Kleinschaligheid, menselijkheid, persoonlijke aandacht voor de individuele leerling zouden wel eens belangrijker kunnen zijn dan schaalvergroting”, aldus Bot.

PvdA-senator van Ooijen toonde zich huiverig voor eventuele "staatspedagogiek' van Ritzen en herinnerde aan de tijden dat dit tot verplicht gebed op de openbare school leidde. Ritzen zei echter dat de school meer doet dan voorbereiden op de arbeidsmarkt. Hij wil afspraken maken met de onderwijsvakbonden over de manier waarop het gesprek binnen de school over normen en waarden gestalte kan krijgen.