Attali: meer armslag voor EBRD; Washington en Londen willen alleen "oerdegelijke' bank

BOEDAPEST, 15 APRIL. Op de markt in een troosteloze nieuwbouwwijk van Boedapest illustreren de vloeibare wasmiddelen de strijd tussen oud en nieuw. Naast de vijf-liter flacons Tomi, geproduceerd door de Hongaarse industrie, staan Fleuril en Persil uit Nederland. Het prijsverschil is 50 procent. Bij een volgend stalletje concurreert Amodent (tandpasta) tegen de helft van de prijs met Colgate, probeert Gabi (doucheschuim) de opmars van Fa te stuiten en neemt Ricosept (maandverband) het voor een derde van de prijs op tegen Libresse.

De communistische economie is in de overgang. De Oost-Europese markten zijn geopend voor Westerse produkten die de winkels - in snel tempo geprivatiseerd - met hun kleurrijke reclame-materiaal van de communistische grauwheid hebben verlost. Maar de staatsfabrieken produceren nog steeds produkten die de bevolking alleen maar koopt omdat ze zoveel goedkoper zijn. De privatisering en sanering van de industriële conglomeraten is alleen in de ex-DDR ver gevorderd dank zij de Westduitse financiële infusen, maar moet in de overige Oosteuropese landen nog goed op gang komen terwijl in de republieken van de voormalige Sovjet-Unie nog niet eens het begin van de tunnel in zicht is. Extra ingewikkeld is de situatie in Rusland, waar de helft van de industriële produktie afkomstig is van militaire bedrijven, 1.500 tot 2.000 wapenproducenten die aan meer dan tien miljoen mensen werk verschaffen.

Jacques Attali, de president van de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling (EBRD) heeft een scherp oog voor politieke economie en hij ziet de onvermijdelijke ineenstorting van de communistische conglomeraten opdoemen. Hij ziet ook helder in dat alle hoogdravende betogen over de zegeningen van privatisering weinig nut hebben als particuliere ondernemers niet bereid zijn om bedrijvigheid in de voormalige plan-economieën te beginnen.

De kleine privatisering, de verkoop van winkels en werkplaatsen aan ondernemende Oost-Europeanen, verloopt voorspoedig. En ook die paar industriële juweeltjes in Oost-Europa zijn er inmiddels door grote Westerse ondernemingen wel uitgepikt. Maar dan blijven de grote conglomeraten over: inefficiënte milieuvervuilers in de zware industrie, banken die boeken vol niet-betaalde vorderingen hebben, bedrijven die onverkoopbare produkten maken, staatslandbouwbedrijven, wapenindustrieën en ga maar door. Westerse bankiers willen aan dergelijke bedrijven slechts leningen verstrekken als ze volledig gegarandeerd worden en Westerse bedrijven zijn niet bereid om in deze uitzichtloze bedrijven te investeren zoder dat ze eerst gesaneerd zijn.

De EBRD zou hier een rol kunnen spelen, maar de statuten van de bank verhinderen dat. Evenals de Wereldbank en andere regionale ontwikkelingsbanken heeft de EBRD de hoogste status van kredietwaardigheid. Dit betekent dat de bank tegen de gunstigstse voorwaarden geld kan aantrekken op de kapitaalmarkt en dat vervolgens kan doorlenen aan de ontvangende landen. Deze zogenoemde AAA-status is alleen houdbaar als de bank zijn geld steekt in projecten zonder risico. William Freeman, de Amerikaanse "bankier' van de EBRD die afkomstig van Salomon Brothers, waakt met keiharde hand over de AAA-status. Tot genoegen van Westerse bankiers, die willen dat de EBRD zich ontwikkelt als een oerdegelijke instelling.

Dat is niet de wens van de ambitieuze, nerveuze Attali. Hij jaagt zijn staf in Londen op met steeds nieuwe creatieve ideeën en de staf zit vervolgens bedrijven en banken op hun huid om investeringen in Oost-Europa te starten. Sommige bankiers die nauw contact met de EBRD onderhouden, beklagen zich openlijk over de naar hun mening té grote haast van de EBRD om projecten goed te keuren. Aan de andere kant voelen bedrijfsadviseurs die kleine privatiseringen in Oost-Europa begeleiden, zich niet welkom bij de EBRD omdat deze pas geïnteresseerd is in projecten van minimaal vijf miljoen ecu (12,5 miljoen gulden) en niet bereid is om risico-dragend kapitaal beschikbaar te stellen.

Attali heeft deze week in Boedapest, op de eerste jaarvergadering van zijn bank, een voorstel gelanceerd om de EBRD meer financiële armslag te geven. Hij had een plan voorbereid voor een Speciale saneringsfaciliteit, een nieuw fonds dat zich zou moeten bezighouden met de sanering van de industriële conglomeraten en met de omschakeling van wapenindustrieën naar civiele doeleinden. Aangezien dat zeker geen winstgevende operaties zijn, had Attali voorgesteld om de EBRD toe te rusten met een fonds voor zachte leningen, dat wil zeggen leningen tegen een lagere rente en een langere looptijd dan commercieel gangbaar is. Ook de Wereldbank en de overige regionale ontwikkelingsbanken beschikken over een dergelijk "loket' voor zachte leningen.

Maar de EBRD is anders opgezet dan de Afrikaanse of de Aziatische ontwikkelingsbank en is statutair verplicht om het grootste deel van zijn geld in de particuliere sector te steken. Onder aanvoering van de VS en Groot-Brittannië, die toch al argwanend staan tegenover de Franse socialist Attali, is het idee van zachte leningen afgeschoten. De EBRD mag een studie verrichten naar mogelijkheden om zijn financiële instrumentarium te verruimen, maar daar blijft het voorlopig bij.

Of toch niet. Want Duitsland, dat nauwer betrokken is bij Oost-Europa en het GOS dan alle andere Westerse landen, heeft Attali een handreiking gedaan. Als de EBRD zich nu eens toelegt op de ontmanteling van de onveilige kerncentrales in Oost-Europa, dan wil Duitsland daarvoor best een speciaal saneringsfonds steunen. De recente bijna-ramp in St. Petersburg heeft een grote opschoning van de kernreactoren alleen maar actueler gemaakt en geen andere internationale instelling beschikt op dit gebied over bewezen ervaring.

Gisteren omarmde Attali het Duitse voorstel, niet alleen omdat Duitsland als voorzitter van de Groep van zeven grootste industrielanden en als nieuwe voorzitter van de EBRD macht heeft om de Amerikanen onder druk te zetten. Maar ook omdat de stap van sanering van kerncentrales naar de nucleaire industrie en vervolgens de wapenindustrie waarschijnlijk snel is gezet. De Duitsers weten op grond van hun ervarigen in de ex-DDR bovendien dat privatisering van de staatsconglomeraten onmogelijk is zonder voorafgaande ingrijpende saneringen. De miljardeninspanning die dat kost in de ex-DDR zal Duitsland niet nog eens opbrengen voor de rest van Oost-Europa en het GOS. Vroeg of laat zijn daar andere fondsen voor nodig en aangezien de Duiters erop uit zijn om andere landen meer te laten meebetalen, is de EBRD dan nog niet zo'n gek instrument. Attali zal de komende maanden al zijn creatieviteit en politieke instinct inzetten om dat doel te bereiken.