ABN AMRO verbaast over kritiek Nederlandsche Bank

AMSTERDAM/DEN BOSCH, 15 APRIL. Heeft de concentratie in het bankwezen tot te grote macht geleid bij de grote drie: ABN AMRO, Internationale Nederlanden (Nationale Nederlanden en NMB Postbank) en Rabo-Interpolis-Robeco? Gisteren wierp de Brabantse muis Van Lanschot olie op het vuur, terwijl in het Amsterdamse de olifant ABN AMRO zijn koninklijke status afwierp en betoogde dat het beperken van macht voordelen biedt.

“Het klinkt arrogant, maar we zijn een beetje als het koninklijk huis, we kunnen ons niet verdedigen”, aldus ABN AMRO-vice-voorzitter mr R. Hazelhoff. Er is echter toch een beetje verschil en daarom namen bestuursvoorzitter mr R.J. Nelissen en Hazelhoff toch de tijd om zich te verzetten tegen het beeld van de bankmoloch die overal zijn tentakels in het bedrijfsleven gebruikt om zichzelf te verrijken. Dit beeld is naar voren gebracht door de directie van het failliete Medicopharma die zich door ABN AMRO geslachtofferd zag voor een stukje industriepolitiek.

Het blazoen van de marktleider kreeg vorige week een nieuw smetje uit de onkreukbare hoek van de Nederlandsche Bank waar directeur prof.dr. A.H.E.M. Wellink de alarmklok luidde dat nog verdere concentratie in het bankwezen schadelijk zal zijn.

Nelissen: “Het bankwezen is een oligopolie geworden, maar dat betekent niet dat er minder concurrentie zou zijn. De concurrentie is juist toegenomen.”

Hazelhoff: “Vroeger was het "not done' om over marktaandelen te praten, maar nu zijn er concurrenten die zelfs spreken over het weghalen van marktaandeel bij de ander. Rendement is minder belangrijk geworden dan het marktaandeel. Iedereen kijkt met argusogen naar de ander en is bang dat hij terrein verliest.”

Nelissen benadrukte zijn kwetsbaarheid: “Wanneer Rabo de opslag van de rente afhaalt, moeten wij binnen twee weken wel volgen. Geen bank is groot genoeg om zijn zin door te drijven. Met zo'n open economie als in Nederland staan de buitenlandse banken klaar.”

Eén van die "buitenlandse' concurrenten is National Westminster-dochter Van Lanschot, qua balanstotaal echter zo'n zestig keer zo klein als ABN AMRO. Van Lanschot-bestuursvoorzitter drs. H. Heemskerk is niet gelukkig met de verschraling van het aanbod, hoewel hij zegt dat het hem geen windeieren legt. “Het concentratieproces onder de Nederlandse banken is te sterk geweest en te snel gegaan.”

Het gezamenlijk marktaandeel van de grote drie in het totaal aan bankdiensten is volgens de Nederlandsche Bank circa 80 procent. Op de resterende 10 tot 20 procent van de Nederlandse markt voor bankdiensten moet de rest van de banken zich staande zien te houden. Dat is Heemskerk te weinig. “In Duitsland hebben de grote drie, Deutsche Bank, Dresdner bank en Commerzbank een marktaandeel van slechts 35 procent.”

Nelissen meent dat de verhalen over marktaandelen weinig zeggen: “Meer dan de helft heeft niks te maken met wat we op de Nederlandse markt doen. Op deelgebieden worden we wel degelijk geconfronteerd met veel concurrentie. Nederland heeft nog altijd bijna honderd banken.”

Heemskerk: “Met de concentratiegolf zijn de grootbanken vooruitgelopen op een situatie waarin buitenlandse banken op de Nederlandse markt zouden concurreren. Maar een dergelijke situatie bestaat niet en ik zie het ook nog niet gebeuren. In de meeste Europese landen concentreren de banken zich allereerst op het behouden of vergroten van de positie op de thuismarkt. Japanse en Amerikaanse banken trokken zich de afgelopen jaren juist terug uit Europa, daartoe gedwongen door matige resultaten en solvabiliteitsproblemen.”

Nelissen gaf gistermiddag op een andere manier aan dat de Nederlandse bankenconcentratie uniek is in Europa. “In alle kleine Europese landen zijn de banken noodgedwongen gaan samenwerken. Alleen in Nederland heeft samenwerking niet op defensieve gronden plaatsgevonden.”

Verbaasd waren Nelissen en Hazelhoff over de uitlatingen van directeur Wellink van de Nederlandsche Bank. Deze zei vorige week: “Zelfs bij een relatief restrictief beleid kan de financiële en zeggenschapsbetrokkenheid van de grote conglomeraten bij niet-financiële instellingen zeer omvangrijk worden. Het zou niet verbazingwekkend zijn als dit in de toekomst nog eens een heet hangijzer zou worden.”

De ABN AMRO-top betrekt die waarschuwing niet op zichzelf. Hazelhoff en Nelissen zien vooral problemen bij combinaties van bank-verzekeraar en bij de zogenoemde "banque d'affaire', een bank die zelf belangrijke participaties in bedrijven heeft.

Hazelhoff: “ABN AMRO heeft nauwelijks participaties. Als ik het lijstje zie wordt ik gewoon droevig.” De bank wil overigens ook in de toekomst het lijstje participaties klein houden, om het risicoprofiel van de bank niet op te schroeven.

Volgens Nelissen zijn de Europese normen voor banken die participeren in bedrijven lang niet streng genoeg. ABN AMRO hanteert zelf voor het verstrekken van vreemd vermogen doorgaans een norm van 30 procent eigen vermogen. Voor banken stelt de Europese gemeenschap als eis: zes procent eigen vermogen.

“Wanneer we de EG-normen zouden hanteren zouden we snel illiquide worden. Mijn persoonlijke indruk is dat de EG niet goed weg wist met de banque d'affaire. Bij bij voorbeeld Suez en de Generale in Frankrijk en België zijn de participaties in bedrijven ondergebracht in een aparte financiële holding, waarvan de bankactiviteiten los staan. De EG heeft zo'n financiële holding en de bank door elkaar gehutseld”, meent Nelissen. “Ik kan mij voorstellen dat de Nederlandsche Bank zich daarover zorgen maakt. ABN AMRO wil echter niet de kant op van banque d'affaire.”

Wellink is niet bereid tot verdere uitleg. Wel heeft de Nederlandsche Bank zich verzet tegen een interpretatie alsof de waarschuwing alleen gold voor bank-verzekeraar ING met z'n omvangrijke pakket deelnemingen in bedrijven.

Na de concentratie in het bankwezen is juist ABN AMRO betrokken bij de eerste grotere zaak waarbij de macht van één bank in het geding is. Bij het faillissement van medicijngroothandel Medicopharma bleek ABN AMRO posities te hebben in het noodlijdende bedrijf plus alle concurrenten. De directie van Medicopharma meende dat de bank voordeel had bij een koude sanering van de bedrijfstak en daarom het bedrijf heeft laten klappen.

Hazelhoff tilt niet zwaar aan de uitlatingen: “Het is diep menselijk om de schuld niet bij je zelf te zoeken.” De teneur van de uitlatingen deert de ABN AMRO-top echter wel. Het verweer van Nelissen: “Als we niet geleerd hadden met verschillende belangen om te gaan dan waren we nooit zo groot geweest. Wij hebben bij voorbeeld alle grote aannemers als klant, variërend van HBG tot Boskalis. Die begrijpen kennelijk wel dat we hun belangen weten te scheiden.”

Maar wanneer de aannemers in problemen zouden komen, zou een stuk industriepolitiek de bank voor grotere verliezen kunnen bewaren. Nelissen trekt zijn meest vieze gezicht. “Wij industriepolitiek? Toen ik minister van economische zaken was, zei ik al dat industriepolitiek het laatste was wat we moeten doen. Bij mijn opvolgers hebben we gezien wat dat heeft opgeleverd.”