Verkassen

We hadden een mezenkast tegen de schuur gehangen en twee pimpels begonnen hem vol te stoppen met pluizen, maar ze schoten niet erg op en ja, die kast hing nogal op het noorden en er zaten steeds katten op de schuur, dus ik denk: ik zal jullie helpen, ik hang hem in de eik.

Paniek onder de mezen! Ze weigerden te begrijpen dat die kast weg was. Je zou zeggen dat ze konden zien dat hij weg was en dat zal ook wel, zo'n kast zal ook wel iets zijn voor hun ogen, maar het schijnt toch vooral iets te zijn voor hun poten, namelijk het houvast dat ze vinden bij het neerstrijken, en dat dat weg was drong kennelijk pas tot ze door als ze met hun pootjes in het niets grepen, en zelfs dan nog maar half, want ze bléven proberen. Een orgie van mislukte landingen en fladderende valpartijen.

Ondertussen was de kast in de eik ontdekt, maar dat beschouwden ze als iets nieuws, daarin herkenden ze niets van zichzelf, dat moest weer voor en na bekeken worden, en dan vooral die zwarte opening, zo aanlokkelijk, zo beangstigend. Pas een volle dag later waagde zich er één naar binnen. Dus ik tel de seconden, ik denk: dat is voor mekaar. Komt die mees uit die kast met een pluisje in zijn snavel! Die denkt een goudmijn aan nestmateriaal gevonden te hebben en zoeft opgetogen naar de leegte bij de schuur. Aanvliegen, mistasten, tuimelen, enz.

Wat een groot misverstand voor zo'n klein vogeltje.