Tuinbouw mag zonder vergunning niet lozen

ROTTERDAM, 14 APRIL. Waterschappen mogen niet langer gedogen dat glastuinbouwbedrijven meststoffen en bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater lozen. Een uitspraak van de Raad van State levert daarvoor volgens de Zuidhollandse Milieufederatie de benodigde jurisprudentie.

De Raad van State heeft het hoogheemraadschap Schieland gelast vier glastuinbouwbedrijven in Bleiswijk te dwingen voor 15 juli een vergunning aan te vragen die valt onder de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater (WVO). Het waterschap moet die aanvraag binnen zeven maanden verwerken.

Al ruim twee jaar voert de Zuidhollandse Milieufederatie juridische actie tegen de lozingen van bestrijdingsmiddelen en meststoffen door de tuinbouw. De WVO bestaat sinds 1970 en werkt met een stelsel van vergunningen, waaraan dwingende voorwaarden verbonden voor de toegepaste teelttechnieken en gebruikte chemische middelen. De waterschappen zijn nooit begonnen met het uitgeven van deze vergunningen, omdat ze opzagen tegen het controleren van een juiste naleving.

Daarom besloot het hoogheemraadschap Delfland vorig jaar januari de zaak in zijn gebied te regelen via een convenant met het landbouwschap. De milieu-activisten protesteerden heftig tegen deze overeenkomst en eisten naleving van de WVO. Tegen het hoogheemraadschap van Delfland loopt - na eerdere vernietiging van het convenant door de provincie - een soortgelijk beroep bij de Raad van State als tegen Schieland. Ook tegen het waterschap Zuidhollandse Eilanden en Waarden staat nog een beroepszaak op de rol. Alleen Rijnland is al enige tijd bezig een vergunningenstelsel voor glastuinbouwbedrijven uit te werken.