Staatssecretaris houdt vast aan oefeningen met laagvliegen F16's

DEN HAAG, 14 APRIL. Nederlandse militaire vliegers moeten in staat blijven om boven eigen grondgebied laagvliegroutes te gebruiken. Anders verliezen zij vaardigheden die volgens de NAVO nog steeds nodig zijn voor de huidige strategie.

Dat schrijft staatssecretaris Van Voorst tot Voorst (defensie) in een brief aan de Kamer. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat laagvliegen wordt opgeschort totdat een NAVO-studie geheel is afgerond. Van Voorst tot Voorst voelt daar niet voor, omdat Nederland dan in een uitzonderingspositie komt.

Van Voorst acht het onjuist en ongewenst dat Nederland in internationaal verband een "niet in mijn achtertuin-beleid' zou voeren. Ook in andere Westeuropese landen wordt het laagvliegen beoefend. Oefeningen in het laagvliegen vinden plaats op een hoogte tussen de vijfenzeventig en driehonderd meter. Op dit moment oefent elke F16-piloot iedere maand één keer op een laagvliegroute. Van Voorst beschouwt dat als een minimum om het vereiste niveau van militaire paraatheid te handhaven. Hij schrijft dat de luchtmacht behoefte heeft aan 11.000 lage vluchten per jaar. Daarvan kunnen er 5.000 door beperkende maatregelen nu al niet worden uitgevoerd. Opschorten van vluchten zou het probleem om straaljagerpiloten voldoende training te geven nog vergroten, aldus de staatssecretaris.

In een reactie zegt het PvdA-Kamerlid Van den Berg dat hij in de brief van de staatssecretaris geen aanleiding ziet om zijn motie in te trekken. De stemming over de motie is al enkele malen uitgesteld. Van Voorst tot Voorst is bereid om voor de stemming nog mondeling overleg te voeren met de Kamer.

In de brief schrijft Van Voorst tot Voorst verder dat hij bereid is de motie van PvdA en CDA uit te voeren waarin wordt gevraagd te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor de aanleg van een nieuw oefenterrein van 2.500 ha op huidige landbouwgronden. Een oefenterrein op landbouwgrond zou geschikt gemaakt moeten worden voor de nieuwe luchtmobiele brigade, als alternatief voor de Edese en Ginkelse heide waarop de brigade volgend jaar met oefenen begint.

Van Voorst tot Voorst wil er naar streven het gebruik van het schietterrein de Noordsvaarder op Terschelling in 1995 te beëindigen. Eerder is volgens hem niet mogelijk omdat ook bondgenoten van het schietterrein gebruik maken. De vereniging tot behoud van de Waddenzee is ingenomen met deze toezegging.