Rectoren wanhopig over komend schooljaar

Vanaf volgend schooljaar krijgen scholen meer vrijheid bij het voeren van hun personeelsbeleid. Het nieuwe systeem blijkt echter vreselijk ingewikkeld. Het werkt met getallen tot vijf cijfers achter de komma, leraren werken 2317 minuten per week. De speciale informatietelefoon op het ministerie staat roodgloeiend.

In het voorlichtingsblad Uitleg van het ministerie van onderwijs stond vorige week aflevering twee van de serie "Informatie Formatiebudgetsysteem'. In deze serie worden de vragen beantwoord waarmee wanhopige rectoren het ministerie sinds een paar maanden bestoken. Het verwachtingsvolle gevoel dat zij hadden toen de nieuwe methode om de begroting van het personeel te maken een paar jaar geleden voor het eerst ter sprake kwam, is geheel verdwenen. Nu het formatiebudgetsysteem volgend schooljaar wordt ingevoerd zitten de meesten met de handen in het haar.

Het formatiebudgetsysteem is bedoeld om een einde te maken aan de ingewikkelde regels die het personeelsbeleid op scholen nu nog zo frustreren. In plaats van de salariskosten van het personeel via complexe berekeningen te moeten declareren bij het ministerie van onderwijs, mogen scholen vanaf volgend schooljaar zelf de begroting van het personeel maken en de taken op school verdelen. Ze kunnen dan bijvoorbeeld een veertigurige werkweek invoeren en sommige leraren wat minder en andere wat meer lessen laten geven, al naar gelang de zwaarte van het vak, de voorkeur van de leraar en zijn capaciteiten. Leerlingbegeleiding en decanaat kunnen worden verzelfstandigd, compleet met sollicitatiegesprekken voor de gegadigden. Er kan een jaarrooster in plaats van een weekrooster komen, een loopbaanbeleid en beloning naar prestatie. Vijfentachtig procent van de leden van de Algemene Vereniging van Schoolleiders bij het voortgezet onderwijs heeft laten weten vóór het formatiebudgetsysteem te zijn.

Toch regent het op het ministerie van onderwijs nu al bijna een half jaar klachten en smeekbrieven om uitstel. Kringen van schoolleiders uit Kennemerland, Amsterdam, Den Haag, Nijmegen en Groningen ondertekenen een schrijven met tien tot vijftien rectoren tegelijk. Het nieuwe systeem is te ingewikkeld, het moet te snel worden ingevoerd en wat het ergste is: het is nog niet af.

De ingewikkeldheid van het systeem kan nog het best worden geïllustreerd aan de hand van een personeelsadvertentie die de Kennemer Kring van Schoolleiders bij wijze van grap op 1 april in het Haarlems Dagblad plaatste. In de advertentie vroeg het "Formatiebudget-College voor Basisvorming' voor direct een docent(e) verzorging. De aanstelling was voor 0,38926 fte, het salaris zou 77,85 fre (schaal 10) bedragen. De weektaak bestond uit 11 lesuren (12,15 uur in het 45-minutenrooster), de overige taken zouden 135 minuten in beslag nemen, exclusief 16 minuten ADV.

In een interview in Vrij Nederland twee weken geleden zei staatssecretaris Wallage van alle consternatie niets te begrijpen. Konden ze afkomen van de betutteling, was het weer niet goed. Terwijl we zes à zeven miljoen uitgeven om voorlichting (over het systeem) te geven, willen die rectoren ook nog een circulaire, luidde zijn samenvatting van de kritiek.

Niet bekend

Het is waarschijnlijk het noodlot van het Nederlandse onderwijs dat regelgeving alleen maar ingewikkeld kan zijn. De advertentie van de Kennemer Kring was niet van realiteit gespeend: het formatiebudgetsysteem werkt inderdaad met getallen tot vijf cijfers achter de komma. In het nieuwe systeem werken leraren 2317 minuten per week. De complexiteit is voor een belangrijk deel ontstaan op aandringen van aan hun rechtsposities hechtende onderwijsvakbonden. Het betekent wel dat iedereen zich moet bijscholen: de rector, een aantal conrectoren, de administrateur, maar ook de medezeggenschapsraad en het schoolbestuur. Voor die bijscholing is de Teleac-cursus onvoldoende. Op 1 mei moeten alle scholen hun formatieplan klaar hebben. Veel rectoren zijn daarom vorig jaar al begonnen zich in het formatiebudgetsysteem te verdiepen, meestal via de speciale cursussen van hun besturenraad of onderwijsvakbond. Voor de cursussen betaalt een school met honderd leraren ondanks de zes à zeven miljoen gulden van de staatssecretaris toch nog gauw 10.000 gulden uit de met veel moeite opgebouwde reserves.

De rector van een Nijmeegse scholengemeenschap schreef de staatssecretaris wat er in het nieuwe systeem gebeurt als een school tachtig leerlingen erbij krijgt, zoals op zijn school is gebeurd. Er zijn dan ongeveer honderd lesuren per week extra nodig. Tot nu toe declareerde een gegroeide school aan het begin van het nieuwe schooljaar de extra benodigde lesuren bij het ministerie van onderwijs. In het formatiebudgetsysteem kan dat niet, want het nieuwe systeem is gebaseerd op het aantal leerlingen van het vorige schooljaar: t-1, waarbij "t' staat voor teldatum en "1' voor één schooljaar. Het systeem kent een zogeheten frictie-opslag, maar die levert in dit voorbeeld niet meer dan 15 extra lesuren op.

De staatssecretaris heeft de brief nog niet beantwoord, wel liet hij eerder op een soortgelijke vraag van het Tweede Kamerlid T. Netelenbos weten dat groeiende scholen zouden moeten fuseren met met opheffing bedreigde scholen. Zo dwingt de staatssecretaris via een achterdeur scholen te fuseren, terwijl de Eerste Kamer nog niet heeft ingestemd met de invoering van basisvorming en brede scholengemeenschappen. Intussen twijfelt de Nijmeegse rector nog tussen het vergroten van de klassen en het stopzetten van taakuren voor leerlingbegeleiding en decanaat.

Andere rectoren vrezen door het formatiebudgetsysteem failliet te gaan. In de praktijk zal het waarschijnlijk meevallen, maar onder rectoren is het inmiddels een gangbare opvatting dat een school die zich vergist in de prognose voor de komende jaren, straks zit opgescheept met leraren van overbodige vakken - terwijl er geen geld is voor leraren in de vakken die wèl moeten worden gegeven. Dat heeft alles te maken met de nog ontbrekende lessentabel voor de basisvorming. Zolang die tabel er niet is, kunnen scholen niet plannen, wat het formatiebudgetsysteem van hen vraagt.

Er zijn al scholen die ouders hebben gevraagd hun kinderen vroeger dan gewoonlijk een vakkenpakket te laten kiezen. Dan weet de school tenminste op het moment t-1 welke leraren er volgend schooljaar nodig zullen zijn in de bovenbouw, en komt niemand voor onaangename verrassingen te staan. De school krijgt geen overtollige leraren, de leerlingen kunnen alle vakken blijven kiezen.

De afgelopen weken is op het ministerie van onderwijs hard gewerkt aan de verbetering van het systeem. Van uitstel kan geen sprake zijn, want het formatiebudgetsysteem komt in de plaats van een aantal dure open-einderegelingen. Jammer dat de ambtenaren op het ministerie van onderwijs de laatste maanden van 1991 en de eerste van 1992 bijna volledig in beslag werden genomen door een interne reorganisatie. Het is de vraag of de verbeteringen nog op tijd komen. Maandenlang is het onmogelijk geweest inzicht in de finesses van het formatiebudgetsysteem te krijgen. Bij veel rectoren is het cynisme dat in de periode-Deetman stilletjes het onderwijs is binnengeslopen weer iets groter geworden.