Raad van State tegen politisering eigen functie

DEN HAAG, 14 APRIL. Vice-president mr. W. Scholten van de Raad van State is niet gelukkig met het feit dat het kabinet pas na het advies van de Raad wil komen tot definitieve besluitvorming over de voorgestelde legitimatieplicht. Dit zei Scholten vanochtend bij de presentatie van het jaarverslag over 1991.

De gedachten die volgens Scholten de laatste tijd weer opduiken om het tijdstip van de advisering door de Raad van State te vervroegen naar een moment vóór de beslissing door de regering over wetsvoorstellen, wijst de hij met klem af. Dat zou volgens hem leiden tot een ongewenste politisering van de Raad van State.

Scholten wees er verder op dat de Raad heeft te kampen met een uittocht van ervaren juridische medewerkers. Op dit moment is de helft van de 70 juristen die werken bij de afdeling rechtspraak in tijdelijke dienst. “Dat betekent dat deze mensen ook sneller zullen verkassen,” aldus Scholten die er verder op wees dat door een te groot verloop van ervaren medewerkers bij de afdelingen rechtspraak en geschillen van bestuur de produktie ernstig onder druk komt te staan. De uittocht zal naar verwachting de komende jaren nog voortduren in verband met de reorganisatie van de rechterlijke macht. Daarbij worden de voormalige AROB-zaken en Kroongeschillen door administratieve kamers van de rechtbanken overgenomen van de afdelingen rechtspraak en geschillen van bestuur van de Raad.

Verder heeft de Raad te maken met het verlies van 35 formatieplaatsen: 15 plaatsen in verband met ombuigingen in de begroting en 20 in verband met de overheveling van vreemdelingenzaken.

Daar staat tegenover dat de Raad tijdelijk een uitbreiding van 38 medewerkers heeft gekregen. Maar dat weegt volgens Scholten niet op tegen toename van het aantal zaken. Alleen al bij de afdeling rechtspraak is dit aantal sinds 1987 meer dan verdubbeld.