"Oude' keepers

Dezer dagen las ik in het Franse sportblad l'Equipe dat de Ghanees Pélé met alle geweld weg wil bij Olympique Marseille.

Hoewel hij schitterend verdient en bij het voetbalvolk zeer populair is, denkt hij aan die ene monumentale klapper, welke hem tot zijn tachtigste of daaromtrent in welvaartsklasse A moet houden. Papin schijnt nog steeds naar AC Milan te vertrekken en de Brit Waddle kan zijn eiland niet vergeten. Staleigenaar Tapie moet dus weer de boer op om een paar kapitale gaten te dichten, maar dat doet hij volgaarne en bovendien is hij tegenwoordig minister, zodat hij nieuwe waardigheid heeft verworven. Er willen er altijd veel weg, maar er willen er eveneens veel komen, dus is er tegenwoordig in de nationale voetbalcompetities zelden sprake van brak, stilstaand water.

Nu is het niet alleen een gaan en komen, maar soms gaat het nadrukkelijk over blijven. Zo heeft de toekomstige bondscoach Dick Advocaat aan Hans van Breukelen gevraagd de nationale ploeg ook na het Europese kampioenschap van komende zomer trouw te blijven. Dat is een tamelijk interessant voorstel van de kleine Hagenaar, want "de Breuk' is 35 en heeft niet zomaar gezegd dat hij een punt achter zijn interland-loopbaan wil zetten. Keepers zijn doorgaans nadenkers en hebben daar onder hun witte lat ook vaak tijd voor. Waarom zou hij nog een tijdje moeten blijven? Vertrouwt Advocaat de heren Menzo en De Goey niet helemaal? Dat zou kunnen. Menzo kan schitterende dingen doen, maar is lang niet altijd foutloos. Bovendien heeft hij wel erg vaak gezegd dat hij er nu toch wel spoedig in wil, in dat nationale team. De veel jongere De Goey, die met name tegen de Spurs onlangs zeer uitblonk, hoor je daar veel minder over. Hij heeft ook meer tijd in voorraad. Menzo is 28, De Goey halverwege de twintig.

Wanneer is een keeper oud? In elk geval later dan een veldspeler. Weliswaar kost het geen moeite bejaarde veldspelers op te sommen die het nog prima doen, maar bij doelmannen lijkt de keuze nog groter en gemakkelijker. Piet Kraak werd nog eenmaal teruggehaald in het Nederlands elftal toen hij de aanvallige leeftijd van 39 jaar had bereikt (november '59 tegen de Noren; Oranje won met 7-1). Pieters Graafland speelde zijn laatste interland in 1967 en was toen 33 jaar. Zijn stadgenoot Pim Doesburg kwam niet verder dan één interland en was toen al 34. Frans de Munck, Jan Jongbloed en Piet Schrijvers waren royale dertigers toen zij goed genoeg waren om in de landenploeg te spelen. En vanuit het buitenland schieten mij de namen van Peter Shilton, Sepp Maier en Yashin te binnen. Plus die van Dino Zoff, de oer-kalme Italiaan die veertig was toen hij de handschoenen voorgoed uittrok en menige interland speelde met ploeggenoten die zijn kinderen hadden kunnen zijn.

Zeer onlangs heeft Ed de Goey opgemerkt dat hij geen bijzondere haast heeft. Het aardige is niet alleen dat dit verstandig klinkt, maar ook dat Tonny van Leeuwen, die destijds reserve was achter Eddy Pieters Graafland voor Oranje, toen ongeveer hetzelfde zei. De Goey is enige jaren jonger dan Menzo en een jaar of tien jonger dan Van Breukelen, terwijl destijds Van Leeuwen in leeftijd Pieters Graafland met negen stuks moest laten voorgaan. Van Leeuwen achtte toen zijn concurrent nog beter dan zichzelf en dat heeft met de eigenaardigheden van het keepersvak te maken. “Pas als je zeker van jezelf bent, kun je leiding aan de verdediging geven en de hele defensie staat of valt met de rust, de routine en het zelfvertrouwen van de doelman.”

Het is een gruwelijke wetenschap voor een doelman, dat elk foutje dat hij maakt een goal kan kosten. De laatste interland van Shilton viel tijdens het WK van '90. Een fout van de veteraan (hij was veertig) wierp Engeland uit de strijd. “Een keeper die vijf fraaie reddingen verricht, maar wiens elftal verliest doordat hij een onnozel rollertje tussen zijn benen door laat glippen, is toch de grote sukkel.” Dat zijn woorden van Pieters Graafland.

Keepers mogen dus tamelijk bejaard zijn en juist mede daardoor van grote waarde voor hun elftal. Het gaat immers niet in de eerste plaats om die spectaculaire duik naar de hoek. Er komen zoveel andere dingen bij kijken. Van Breukelen hoeft dus wat mij betreft de handdoek nog niet in de ring te gooien.