Onbedoelde gevolgen

Het spookt in Europa. Het spook heet niet het communisme, want dat hebben we juist uitgebannen. Er duiken oude monsters op in nieuwe gedaanten als neo-fascisme, racisme en nationalisme. Overal in Europa is het rechts-extremisme in opmars. De euforie van de instorting van het communisme heeft maar kort geduurd. Er sluipt angst binnen voor de gevaren van instabiliteit in het ontredderde Oost-Europa en voor een vloedgolf van immigranten uit dat gebied.

Het Westen kijkt tamelijk gelaten en machteloos toe bij de politieke en economische chaos die Gorbatsjovs hervormingen hebben achtergelaten, een onbedoeld gevolg van diens perestrojka en glasnost. Het heeft zelf te kampen met een van die economische inzinkingen die periodiek aantonen dat het kapitalisme de eigen instabiliteit niet de baas is geworden.

Er heerst een sfeer van landerigheid, die misschien hoort bij de "post-historische' fase die we volgens Fukuyama zijn ingegaan nu de liberale democratie en het kapitalisme hun supprematie hebben bewezen. Hoe komt het toch dat die "overwinning' niet de minste geestdrift vermag te verwekken? We zien eerder symptomen van een wijd verbreide malaise. In ons land kan de toenemende arbeidsonrust daar een symptoom van zijn.

De proud tower van Canary Wharf in de Londense Docklands, eens gezien als symbool van het Thatcherisme, markeert nu de teloorgang van een veel te ambitieus kapitalistisch project. Heel Groot-Brittannië zit in de put van de langste recessie sinds de jaren dertig. En toch winnen de Tories de verkiezingen.

We leven in 1992, het jaar waarin de voltooiing van de gemeenschappelijke Europese markt nadert. Dat zou een moment moeten zijn van een nieuw elan. Er is eerder sprake van een groeiende onzekerheid over de beslissende stappen naar een Economische en Monetaire Unie. Wie weet trouwens met zekerheid wat de onberekenbare gevolgen van die economische integratie zullen zijn?

Het Economisch en Sociaal Comité, het overlegorgaan van werkgevers en werknemers in de EG, ziet de werkloosheid als Europa's grootste probleem en grootste zwakte. Na een aantal jaren van daling is de werkloosheid weer gaan stijgen. In 1993 zal 9,3 procent van de beroepsbevolking zonder werk zijn.

Het algemene malaisegevoel in Europa (en niet minder in de Verenigde Staten) heeft zeker te maken met de economische recessie. Sinds de depressiejaren van 1974-1983 weten we dat het Keynesianisme geen oplossing meer kan bieden voor onze economische problemen. Van de onlangs overleden econoom Friedrich von Hayek hebben we kunnen leren dat we eenvoudig niet genoeg weten om de economie te kunnen sturen. Hayek was meer dan een econoom. Hij was ook een wetenschapsfilosoof die wist dat het menselijk kenvermogen in een complexe omgeving tekortschiet.

In die opvatting was hij sterk verwant aan die andere Oostenrijkse denker, Karl Popper. Deze zag als voornaamste taak van de sociale wetenschappen (waarvan de economie deel uitmaakt) het onderzoek van de onbedoelde gevolgen van menselijke handelingen. Hayek zag spontaan gegroeide sociale instituties, zoals de markt, als het onbedoelde gevolg van de individuele handelingen en beproefde kennis van vele generaties. Ingrijpen van de overheid daarin zou desastreuze gevolgen hebben. Ze deelden het inzicht dat de pretentie om historische en sociale ontwikkelingen op lange termijn te voorspellen en aldus beheersbaar te maken tot vermenging van wetenschappelijke en normatieve kwesties en tenslotte tot totalitarisme zou leiden. De ondergang van de socialistische planeconomieën bevestigt hun gelijk.

Is de les nu dat we alle ontwikkelingen verder maar aan de markt moeten overlaten? Kapitalisme en vrije markteconomie zijn lang niet altijd en overal identiek. De concentratie van economische macht, die we in vrijwel alle sectoren waarnemen, kunnen we zien als het onbedoelde gevolg van de concurrentiestrijd van allen tegen allen. Als de marktwerking geen evenwicht maar economische machtsvorming voortbrengt draagt ze bij tot haar eigen vernietiging. Als daar geen tegenmacht tegen wordt georganiseerd zou Marx' voorspelling toch nog kunnen uitkomen.