Ombudsman: politie Amsterdam onbehoorlijk

AMSTERDAM, 14 APRIL. De Amsterdamse politie heeft “niet behoorlijk” gehandeld bij een aantal invallen bij Turkse en Marokkaanse koffiehuizen in 1987. Dat heeft de Nationale Ombudsman bepaald naar aanleiding van een klacht ingediend door de "werkgroep tegen racistisch politie-optreden'.

Uit een onderzoek van de werkgroep bleek dat de politie in de koffiehuizen veelvuldig de horecavergunningen controleerde. Tevens werd daarbij naar de verblijfspapieren van de eigenaren en de klanten gevraagd. Volgens de ombudsman was de controle van de verblijfsvergunningen niet behoorlijk. Door tijdens de controle van de horecavergunningen en strafrechtelijke invallen tevens naar de verblijfspapieren te informeren zou de politie ten onrechte verschillende bevoegdheden door elkaar halen.

Dergelijke controles kunnen bovendien als “kwetsend en intimiderend” worden ervaren, aldus het rapport dat de ombudsman uitbracht. Hoewel niet van razzia's gesproken kan worden - zoals de klagers hadden gemeend - konden de omvangrijke invallen in de koffiehuizen wel een zodanige indruk wekken, aldus de ombudsman.

In zijn rapportage bekritiseert de ombudsman tevens de controle van willekeurige bezoekers van de koffiehuizen op hun aanwezigheid in de opsporingsregisters. De politie zou de koffiehuizen, gezien hun speciale functie als ontmoetingsplaats in de Marokkaanse en Turkse gemeenschap, “niet vaker dan strikt noodzakelijk” moeten betreden en daarbij “de grootst mogelijke tact” moeten betrachten, aldus de ombudsman.

Volgens de werkgroep tegen racistisch politie-optreden, die de klacht namens 60 organisaties indiende, is het aantal invallen in koffiehuizen in Amsterdam de afgelopen jaren afgenomen. In Den Haag is daarentegen een speciaal “koffiehuis-interventieteam” actief dat intensief de koffiehuizen controleert, aldus de werkgroep.