"Nieuw repressie-patroon in Soedan'

ROTTERDAM, 14 APRIL. In Soedan tekent zich een nieuw patroon van onderdrukking af. Er wordt meer nadruk gelegd op kortstondige detentie gepaard gaand met foltering in geheime ghosthouses, en minder op langdurige gevangenhouding in civiele gevangenissen. Slechts weinig gevangenen worden berecht; de processen die nog worden gevoerd zijn niet eerlijk. Dat meldt de internationale mensenrechtenorganisatie Amnesty International in het vandaag uitgekomen rapport "Soedan, een voortdurende mensenrechtencrisis'.

Op 30 april 1991 kondigde de fundamentalistisch-islamitische regering van president Omar Hassan al-Beshir een algemene amnestie af voor alle politieke gevangenen, leden van gewapende oppositiebewegingen en tegenstanders in ballingschap. In mei en juni werden inderdaad 299 politieke gevangenen vrijgelaten. In juli werd bovendien bekendgemaakt dat de Speciale rechtbanken, die snelrecht uitdeelden, werden opgeheven.

In werkelijkheid, aldus Amnesty, bleven grove schendingen van de mensenrechten aan de orde van de dag. Tientallen gevangenen bleken niet te hebben geprofiteerd van de amnestie van april 1991, en daarnaast werden honderden nieuwe arrestaties verricht: in maart van dit jaar zaten zeker 200 vermeende opposanten vast. Er zijn diverse gevallen bekend van mensen die na vrijlating onmiddellijk weer werden opgepakt. Verder is er de verkapte detentie: vermeende opposanten moeten zich dagelijks in de ochtend bij de autoriteiten melden, die hen 's avonds laten gaan met de mededeling dat ze zich de volgende dag weer moeten melden.

Arrestanten - ook uit het noorden, midden en oosten van Soedan - worden gewoonlijk overgebracht naar het hoofdkwartier van de veiligheidsdienst in Khartoum, dat bekend staat als het "Gebouw', en naar de ghosthouses. Een informeel netwerk van moslim-fundamentalistische functionarissen van de veiligheidsdiensten, bekend als de "Veiligheid van de Revolutie', houdt zich daar bezig met foltering en mishandeling.

Foltering is een normaal onderdeel van ondervraging, aldus Amnesty. "Comités van ontvangst' maken gevangenen door dagenlange mishandeling "gereed' voor ondervraging. Gevangenen worden geboeid opgehangen aan de muren van hun cel, soms ondersteboven, anderen worden seksueel mishandeld of aan schijn-executies onderworpen.

In de oorlogszones van West- en Zuid-Soedan zijn "verdwijningen' en standrechtelijke executies praktijk. Ook het verzet hier maakt zich schuldig aan ernstige schendingen van de mensenrechten, aldus Amnesty