Nederland is niet te klein voor rol in de wereld

In Den Haag heerst “radeloosheid” over “grenzen, mogelijkheden en doelstellingen van een Nederlands buitenlands beleid”. Ik citeer het hoofdredactioneel commentaar in deze krant van 11 april. De schrijver concludeert: “Nederland wordt na het einde van de Koude Oorlog en het einde van de post-dekolonisatie teruggeworpen op Europa en Europa is meer en meer binnenland”.

Al eerder riep J.L. Heldring op tot een grondige discussie over de uitgangspunten van het buitenlands beleid. Dit is dringend nodig, zowel binnen de politieke partijen als tussen hen, met deelneming van alle maatschappelijke groeperingen die een rol in de internationale betrekkingen spelen. Nederland staat voor de keus: willen we een nieuw buitenlands beleid of willen we dat de wereld ons voortaan niet meer lastig valt?

De stelling in NRC Handelsblad dat er niet veel meer over is van buitenlandse politiek dan Europa-beleid, helpt ons niet verder. Buitenlands beleid is de verdediging van de belangen en de waarden van onze samenleving in de wereldpolitiek. Zeker, de eerste kring waarin dat moet geschieden is West-Europa, en de tweede geheel Europa, maar buiten die twee zijn er nog veel andere belangrijke beleidskringen die ons land voor dringende vragen stellen.

Het centrale vraagstuk van buitenlandse politiek is nog steeds, hoe samen met gelijkgestemde landen een bijdrage tot internationaal bestuur kan worden geleverd. Het wereldpolitieke bestel is in de kern anarchistisch en gewelddadig. Het wegvallen van de blokordening van de Koude Oorlog heeft ons opnieuw met de neus op dat feit gedrukt. Moderne communicatie heeft van de wereld één "polis' gemaakt, een stadssamenleving waarin alles overal tegelijk bekend is en alle onderdelen elkaar direct beïnvloeden. Maar deze mondiale stad zit zonder stadsbestuur. Er is geen politie, er is geen sociaal vangnet, er is geen milieudienst. De tegenstellingen in de "wereldstad' worden steeds scherper. In het jaar 2025, dus over één generatie, zal het noordelijk stadsdeel (Noord-Amerika, Japan en Europa) nog maar veertien procent van de bevolking uitmaken, maar wel vijfenzeventig procent van het inkomen van de wereldgemeenschap consumeren. De heersende tendensen zijn: explosieve bevolkingsgroei in het zuiden, massale armoede in grote delen daarvan, steeds groeiende economische interdependentie, instant-communicatie over de hele wereld en een enorme overvloed en snelle verspreiding van massavernietigingswapens. Grote delen van de wereld zijn politiek instabiel door de spanning tussen van boven opgelegde staatsverbanden en etnische en religieuze groepsgevoelens. De scherper wordende tegenstelling tussen de Westelijke samenleving en de islam komt daar nog bij.

Nederland woont in een rijke en tot nog toe rustige buurt. Wie denkt dat ons land zich blijvend kan afzonderen door nu terug te vallen op een buitenlands beleid dat uit weinig méér bestaat dan Europese integratie, verzaakt niet alleen zijn mede-verantwoordelijkheid voor internationaal bestuur, maar wordt later hard geconfronteerd met de chaos die beslist niet buiten de eigen straat blijft.

Juist nu de Koude Oorlog over is, moet er weer ècht veiligheidsbeleid worden gevoerd - met al zijn risico's en morele dilemma's. We kunnen ons niet meer beperken tot jaarlijkse betaling van een verzekeringspremie aan de NAVO. Er moeten nu Nederlandse militairen naar Joegoslavië en Cambodja. Zal de Nederlandse politiek moreel sterk genoeg zijn om ook aan vredesoperaties in Nagorny Karabach deel te nemen, nadat een aantal jongens in Cambodja op een mijn zijn gelopen of in Kroatië zijn beschoten? De Tweede Kamer probeerde de risico's in Kroatië al bij voorbaat bij het kabinet te leggen door het om veiligheidsgaranties te vragen, die géén minister ooit kan geven. Als er gewonden vallen, heeft de Kamer het niet gedaan.

Moet uit het Indonesië-debâcle van drie weken terug geconcludeerd worden dat mensenrechtenbeleid alleen maar beleden mag worden in VN-commissies, maar niet kan worden toegepast in concrete relaties met regeringen die terug kunnen slaan? Het was wrang te zien hoe minister Pronk, die steeds door alle politieke partijen is geprest om voor mensenrechten op te komen, door een groot deel van de Tweede Kamer in de steek werd gelaten toen ons land met het gevolg van een ethische gedragslijn werd gebruskeerd door een regering die daar geen boodschap aan had. Jakarta heeft ongetwijfeld veel Schadenfreude gehad over de wijze waarop de Nederlandse politiek omging met de Indonesische weigering van ontwikkelingshulp. De Kamer had minister Pronk beter kunnen bedanken voor zijn vaste hand en vervolgens met vreugde het bedrag direct voor hulp aan Albanië, de Baltische staten, Ethiopië en nog wat andere behoeftige landen kunnen bestemmen.

Is Nederland te klein om nog een rol te kunnen spelen? Men verkijke zich niet op de geografische omvang. Nederland is de veertiende economie in de wereld, de derde exporteur van landbouwprodukten, de achtste donor van ontwikkelingshulp (bijna net zo veel als Groot-Brittannië), een noodzakelijke partner van de andere EG-landen (wij hebben een veto en kunnen zonodig verkeerd beleid blokkeren) en een land dat een reputatie heeft als bevorderaar van wereldrechtsorde. Met zulke invloedsmiddelen is beslist nog wat goeds te doen. De behoefte aan een krachtig en veelomvattend internationaal beleid is door het einde van de Koude Oorlog niet kleiner maar juist groter geworden.

Moet Nederland voortaan klein en stil zijn om zich in de boze wereld deugdzaam en veilig te kunnen voelen? We zouden dan terugvallen op de traditie van afzijdigheid en neutraliteit van vóór 1940. Dan moeten we ook geen mooie woorden meer spreken over mensenrechten, armoedebestrijding, mondiale milieuzorg, en vredeshandhaving, maar gewoon naar de televisie kijken, ons sigaretje roken, ons biertje drinken en het buitenlands beleid concentreren op het slechten van handelsbarrières in Europa.

Gelukkig zijn er tekenen, die erop wijzen dat Nederland nog steeds méér wil. In de PvdA is voorgesteld, de internationale hulp van ons land te verhogen tot twee procent van het nationaal inkomen. In de VVD wordt een fundamenteel debat over het Europa-beleid gevoerd. Groen Links zet zich in voor een krachtig Europees milieubeleid. Ook het kabinet is onderling fors in discussie: Van den Broek en Ter Beek hebben de laatste twee weken verschillende maar tamelijk fundamentele visies over nieuw veiligheidsbeleid naar voren gebracht. Alle partijen steunen tot nog toe een forse deelneming van ons land aan VN-vredesoperaties. Zowel een terugval naar de afzijdigheid van vóór de Tweede Wereldoorlog, als een overgang naar een provinciaal Europa-beleid, zijn dus best te vermijden.