Middenschool

De slechte kwaliteit van de Amerikaanse community colleges waarover redacteur Kees Versteeg schrijft in het artikel "Beroepsonderwijs wordt slachtoffer van nieuwe middenschool' (NRC Handelsblad, 31 maart), is het gevolg van gebrek aan interesse bij Amerikaanse politici voor onderwijs en andere sociale infrastructuren.

De onderwijsinhoudelijke kwaliteit kan, vergeleken met de "Nederlandse Standaard', erg laag lijken, daartegenover staat wel een enorme hoeveelheid materiële en technologische middelen. Op dit gebied is men de wereld ver vooruit. Vooral het teleleren (onderwijs op afstand) is in de VS goed ontwikkeld.

De Zuidlimburgse mislukking van het project Open Leren is voor een deel te wijten aan de bekrompen eigengereidheid van de deelnemende onderwijsinstituten zelf en voor een ander deel aan het vorige kabinetsbeleid. De wederzijdse didactische bevruchting had hier geen schijn van kans.

Overigens is een middenschool gebaseerd op andere uitgangspunten dan een nieuw te vormen ROC. Bovendien bestaan in Nederland al die verschillende onderwijsvormen van beroepsonderwijs al heel lang. De stelling dat het Nederlandse Beroepsonderwijs slachtoffer wordt van een nieuwe middenschool klopt dus niet. Het gevolg van invoering van een ROC kan zijn dat de traditionele manier van lesgeven zou gaan veranderen. Degenen die denken dat je als docent door voortdurend Darwinistisch selecteren kwaliteit levert zal in de toekomst bedrogen uitkomen.

Het is de hoogste tijd dat we ook binnen het beroepsonderwijs van dit middeleeuws denken afstappen. Kwaliteitsverbetering van het onderwijs kan alleen als we de knop omzetten en ook veel meer leerling- en marktgericht gaan werken. Deze economische theorie heeft het bedrijfsleven jaren geleden al, getuige de verbetering van de materiële kwaliteit van het bestaan sinds de jaren vijftig, met succes weten toe te passen.