'Meer wegtransport in 2010 en minder vervuiling'

DEN HAAG, 14 APRIL. Hoewel het transport van goederen over de weg tot het jaar 2010 op zijn minst zal verdubbelen, zal de uitstoot van schadelijke stoffen door vrachtwagens met een derde afnemen.

Dit is een van de conclusies uit het rapport "The transport of goods by road and its environment in the Europe of tomorrow' dat gisteren aan minister J.R.H. Maij-Weggen van verkeer en waterstaat is aangeboden.

De studie is in opdracht van de internationale werkgeversorganisaties in het wegvervoer, gebundeld in de IRU, uitgevoerd door NEA Transportonderzoek en -opleiding in Rijswijk. Het rapport besteedt behalve aan de emissies van vervuilende stoffen ook aandacht aan verschillende soorten Europees wegvervoer en de kansen voor de vervanging daarvan door gecombineerd weg/railvervoer.

Volgens dr. H. den Harder, algemeen directeur van het NEA, zal de komende jaren een steeds groter deel van de goederenstroom over de weg worden vervoerd. Een belangrijke oorzaak hiervan is het groeiende aanbod van hoogwaardige produkten, waarvoor de hoogte van transportkosten niet zwaar telt. Laagwaardige goederen (afval, grondstoffen) daarentegen, waarbij de transportkosten wel een belangrijke kostenpost zijn, zullen trein of schip vervoerd blijven worden.

In 1989 bleef ruim 97 procent van de 8,6 miljard ton goederen die over de weg werd vervoerd, binnen de nationale vervoerd van de EG-lidstaten, Oostenrijk en Zwitserland. De afgelegde afstand van twee derde van de ritten bedroeg minder dan 50 kilometer. Bijna 80 procent bleef binnen 70 kilometer. Het internationale vervoer over afstanden van meer dan duizend kilometer is met een aandeel van 1 procent uiterst gering.

Volgens de NEA-prognoses zal het totaal over de weg vervoerd gewicht tegen het jaar 2010 bijna verdubbeld zijn tot 16,5 miljoen ton. Het aandeel van het internationaal vervoer zal toenemen tot 4,5 procent, omdat het sneller groeit dan het binnenlands vervoer.

Volgens de onderzoekers is het aandeel van transport over meer dan 1000 kilometer zo laag dat overschakeling op gecombineerd weg/railvervoer weinig effect sorteert. Gecombineerd weg/rail vervoer wordt samen met kust- en binnenvaart door de Europese Commissie en het Nederlandse ministerie van verkeer en waterstaat gepropageerd als gedeeltelijke oplossing voor milieu- en congestieproblemen veroorzaakt door het wegvervoer.

NEA denkt dat het gecombineerde vervoer veel meer kans maakt bij ladingen die tussen de 200 en 500 kilometer worden vervoerd. In 2010 is dat ruim 10 procent van het totale gewicht dat over de weg wordt getransporteerd. Voorwaarde is wel dat het gecombineerde vervoer concurrerend is in transport- en overslagtijd.

De door het NEA voorspelde daling van de uitstoot van stikstofoxyden, koolwaterstoffen, koolmonoxyde en stofdeeltjes met een derde in 2010 is het gevolg van EG-richtlijnen die een reductie van die emissies met 70 procent voorschrijven. Den Harder voegde hieraan toe dat bij verkeersopstoppingen de uitstoot van vervuilende stoffen drie keer zo hoog is als bij goed doorstromend verkeer.

Andere nadelige gevolgen van wegtransport, zoals geluidshinder en de uitstoot van broeikasgas CO2, zijn buiten beschouwing gelaten.

Ruim een kwart van de luchtverontreiniging in het jaar 2010 zal het gevolg zijn van "lege ritten'. Zeker 37 procent van de vrachtwagenkilometers zal door lege trucks worden afgelegd. Ondanks cabotage - binnenlands vervoer door buitenlandse ondernemers - en het wegvallen van de grenzen lukt het niet dit percentage terug te dringen, verwachten de onderzoekers.

Maij-Weggen betwijfelde of de door de EG beoogde vermidenring van emissies zal worden gehaald. “Duitsland zit nu opeens opgescheept met het vuile vrachtwagenpark uit de voormalige DDR. Bovendien worden veel minder schone vrachtwagens nu voor een zacht prijsje verkocht aan zuidelijke EG-lidstaten zodat die straks misschien niet aan de EG-richtlijnen kunnen voldoen.”

De minister hekelde daarnaast de suggestie dat gecombineerd weg/railvervoer over afstanden van meer dan 500 kilometer weinig zoden aan de dijk zet. “Over een lang stuk spoorlijn kunnen ook goederentreinen rijden over kortere stukken.” Volgens haar lenen bepaalde trajecten, zoals van Noord-Duitsland en Nederland naar Italië, zich uitstekend voor gecombineerd rail/wegvervoer.

Tegenover de wegvervoerders benadrukte ze dat de groei van het goederenvervoer moet worden opgevangen door rail- en watervervoer. “Als dat moeilijk blijkt te zijn, is dat des te meer reden om ons extra in te zetten.”