Jeugdopleiding blijft hoeksteen van Ajax-succes

AMSTERDAM, 14 APRIL. Dat Ajax na een periode van vier jaar weer internationaal aan de weg timmert is voor een belangrijk deel het gevolg van een gedegen jeugdopleiding. Acht van de elf spelers in de verwachte opstelling van morgen, in de return van het UEFA-Cupduel tegen Genoa, zijn afkomstig uit de eigen kweekvijver. Ajax heeft enige tijd nodig gehad om het vertrek van spelers als Marco van Basten, Frank Rijkaard en Johnny Bosman op te vangen, maar nu lijkt de Amsterdamse club weer een potentieel te hebben opgebouwd van enig niveau.

Dit neemt niet weg dat de vermogenspositie van Ajax nog steeds tekort schiet om de toppers-in-spé vast te houden. Potentiële kopers liggen op de loer om het sierlijke elftal opnieuw uit te hollen. Kan Ajax het vertrek van bijvoorbeeld Dennis Bergkamp en Aron Winter opvangen? “Ja”, zegt Hennie Henrichs, bestuurslid jeugd- en amateurzaken. “Als dat noodzakelijk is staan de opvolgers voor die spelers klaar. Maar je kunt niet verwachten dat de vervanger van Dennis Bergkamp meteen op hetzelfde niveau acteert. Dat is toch een proces van jaren. Desondanks ziet onze toekomst er goed uit. We beschikken over een uitstekende lichting van zestienjarige spelers. Daarvan zullen er zeker een paar doorkomen. Ook in andere jaargangen zit voldoende kwaliteit. De doorstroming gaat met golfbewegingen. Het is toch even stil geweest na '88-'89, het seizoen dat de gebroeders De Boer en Marciano Vink doorbraken. Daarna heeft eigenlijk alleen Michel Kreek het eerste team gehaald. Maar dat is dan ook een jongen die vanaf zijn achtste jaar bij Ajax speelt.”

De jeugdopleiding blijft de hoeksteen van Ajax. De kurk waar de club altijd op zal drijven, ook in slechte tijden. De financiële huishouding is gebaseerd op zeventig procent eigen kweek, dertig procent aankopen. De jeugdopleiding moet gemiddeld anderhalf talent per jaar afleveren om de selectie op peil te houden. In de A-junioren speelt nu een donkere voetballer van zestien jaar die het in zijn mars heeft om in de voetsporen te treden van Bergkamp wanneer de topscorer medio 1993 voor veel geld naar het buitenland vertrekt. En hoeveel spitsen zijn hem al niet voor gegaan, met Johan Cruijff natuurlijk als belangrijkste exponent.

Henrichs constateert echter dat het wel steeds moeilijker wordt om de kwaliteit van de jonge voetballers vast te houden. Een gevolg van de landelijke ontwikkeling. Henrichs: “Het niveau van de gemiddelde Nederlandse jeugdspeler daalt. Dat heeft te maken met maatschappelijke zaken. Dat er op de scholen minder aandacht wordt besteed aan lichamelijke opvoeding merk je ook op het voetbalveld. Het straatvoetbal neemt eveneens af. En de concurrentie van andere sporten wordt groter. Kijk, een jongen die van nature echt goed kan voetballen komt er toch wel. Maar hij ontmoet minder weerstand want de competitie wordt steeds zwakker. Als je tien jaar geleden tegen de A1 van een amateurvereniging moest spelen, kon je aan de bak. Dan stond er een tegenstander op het veld. Nu zie je in de regio Amsterdam dat alleen DWS zich nog met ons kan meten.”

Deze ontwikkeling staat in de ogen van Henrichs haaks op wat er in het buitenland gebeurt. “De kwaliteit van het internationale voetbal wordt steeds beter. Vroeger had je in het topvoetbal al heel veel aan een goede techniek. Tegenwoordig moet je ook een atleet zijn. Om de stap te kunnen maken naar het eerste elftal behoor je fysiek goed in elkaar te zitten.”

Om te anticiperen op de gewijzigde situatie in Nederland laat Ajax zijn jeugdspelers een leeftijdsklasse hoger spelen. Dus B-junioren (veertien/zestienjarigen) spelen tegen A-junioren (zestien/achttienjarigen). Henrichs: “Zo kan het dat vijftienjarige jongetjes tegen voetballertjes spelen die drie jaar ouder zijn. Onze oorspronkelijke B1 wint dan nog van de A1 van Blauw Wit en wordt kampioen in de interregionale klasse voor junioren A. Dat zegt genoeg over het niveau in de breedte.”

Volgens Henrichs is het gezien de bloedarmoede in het amateurvoetbal van levensbelang dat de landelijke B-juniorencompetitie er zo snel mogelijk komt. In het bondsbestuur van de KNVB kunnen amateurs en profs het op detailpunten echter niet met elkaar eens worden. In de voorjaarsvergadering in mei komt de competitie opnieuw ter sprake. Als er dan definitief een streep wordt gehaald door de plannen, is de verwachting dat de betaald voetbalclubs in zes regio's een eigen competitie voor B-junioren gaan opzetten. Henrichs: “Als je je bedrijfstak serieus neemt, moet je ook zorgen voor een stuk invulling aan de basis. Mocht het zo zijn dat de druk van de afdelingen zo groot blijft dan zal dat alleen maar leiden tot een breuk in denken tussen amateurs en profs. En de Betaald Voetbal Organisaties zullen zich ongetwijfeld gaan beraden over een alternatief.”

Net als PSV en Feyenoord steekt Ajax veel geld in zijn jeugdopleiding. Van de tien trainers die de club onder contract heeft, werkt het merendeel aan de vorming van jonge voetballers. Binnenkort valt de aanstelling te verwachten van een technisch directeur (lees: hoofd jeugdopleiding). Ajax zocht voor deze functie naar een oefenmeester die niet meer de behoefte heeft om nog een eerste elftal te trainen. De technisch directeur krijgt een verbintenis van vijf jaar. Hij zal op hetzelfde niveau gaan functioneren als hoofdtrainer Louis van Gaal, zij het met andere verantwoordelijkheden. Wie de nieuwe TD wordt is momenteel het best bewaarde geheim van De Meer. Henrichs: “De afgelopen jaren is het hoofd van de jeugdopleiding nogal eens doorgeschoven als bij het eerste elftal weer eens een trainerswisseling plaatsvond. Ga maar na: Beenhakker, Bruins Slot, Hulshoff, Kohn, Van Gaal en Van der Lem, zij waren allen werkzaam met bij de jeugd. Dat grote verloop is ten koste gegaan van de continuïteit. Daarom willen we nu iemand voor een langere tijd aanstellen. Ik ben al sinds oktober op zoek naar kandidaten. De leeftijd van de nieuwe technisch directeur is niet belangrijk, als hij maar aan de kwalificaties voldoet.”