Jeltsin is sterk in "powerplay'

MOSKOU, 14 APRIL. Het zindert weer even binnen en buiten het Russische parlement. De aanleiding is er dan ook naar: een weerbarstig parlement dat onder zijn ambtieuze voorzitter Roeslan Chasboelatov consequent weigert de president en diens regering op de voet te volgen, een vice-premier, Jegor Gaidar, die zijn aftreden aankondigt maar vooralsnog blijft zitten, een staatshoofd, Boris Jeltsin, dat iedereen in zijn sopje laat gaar koken, honderden politie-agenten rond het Kremlin en een afgezet Rode Plein om er de orde preventief te handhaven. Als dat geen politieke sensaties zijn, wat zou dan nog wel opwinding kunnen veroorzaken?

Maar Sergej Zverev, medewerker van professor Grigorij Javlinski, de nu wat stil gevallen goeroe van de markteconomie in Rusland, laat zich er niet door van de wijs brengen. “Er is hier helemaal niets aan de hand”, oordeelt hij superieur lachend en in alle rust.

Het lijkt ongerijmd op een dag die de Russische politiek haar zoveelste climax brengt in de strijd om de binnenlandse macht. Maar het is het niet. Sergej Zverev staat ook niet alleen in zijn opvatting. Er zijn meer politici en semi-politici die zich het hoofd niet op hol laten brengen door de onverhoedse aankondiging van vice-premier Jegor Gaidar gistermorgen dat zijn regering wil aftreden omdat de volksvertegenwoordiging het hervormingsbeleid “blokkeert”.

De annonce van Gaidar wordt alom als een klassiek voldongen feit geïnterpreteerd, een stap waarmee hij Jeltsin in de kaart wil spelen in de hoop dat de president aldus zijn "powerplay' alsnog tot een goed einde kan brengen, een vorm van crisis-politiek waarin Jeltsin de absolute meester is.

Niet voor niets laat Jeltsin, die zich net als Gaidar zaterdag geconfronteerd zag met een parlement dat hem op een aantal cruciale punten een stok tussen de benen stak, zich de hele dag niet zien in de zaal in het Kremlin waar het congres van volksafgevaardigden vergadert over het zich voortslepende conflict tussen uitvoerende en wetgevende macht. Als de ruzie maar lang genoeg doorziekt, is het parlement murw en accepteert het alsnog het presidentiële regime waar Jeltsin naar verlangt, is de redenering.

Pag.5: Strijd om de macht in Moskou

Dat Jeltsins adviseuze Galina Storovojtova in de wandelgangen de noodklok luidt (“Als het congres niet op zijn schreden terugkeert, is het hervormingsproces ten einde en is er kans op een staatsgreep”) hoort daar ook bij. Zoals ook het demonstratieve weglopen van de ministers, een reactie op het gedrag van parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov (“Niemand kan ons bang maken, we laten ons niet chanteren door deze verliezende jongens”, zei hij gistermiddag bij het scheiden van de markt), in dat patroon past.

Dat neemt niet weg dat het nu mogelijk uit de hand lopende conflict niet louter en alleen tot een banale persoonlijke machtstrijd tussen Jeltsin en Chasboelatov is te herleiden. De laatste heeft onmiskenbaar particuliere ambities. Maar beiden spelen ook de rol die bij hun positie past. Toen Chasboelatov vorig jaar na veel strijd als voorzitter werd gekozen, omdat Jeltsin hem per se op die post wilde hebben, werd gezegd dat hij geen technische verkeersagent diende te worden maar zich zou moeten ontpoppen tot een heuse "speaker', zoals het tegenwoordig ook in het Russisch heet. Chasboelatov, een arrogante en paternalistische man, kwijt zich nu overijverig van die taak en is ook daarom in aanvaring gekomen met zijn politieke beschermer van weleer.

Nog belangrijker is het proces waarin de formele democratisering van Rusland zich thans bevindt. De natie heeft twee gelijkwaardige legitieme vertegenwoordigers: het parlement, dat twee jaar geleden in naar verhouding zeer vrije verkiezingen is verkozen, en de president die een jaar geleden eveneens een rechtstreeks kiezersmandaat heeft verworven.

In de volksvertegenwoordiging zitten de belangengroepen die alle onder druk van hun achterban staan. Het zijn niet alleen ordinaire, uit het Sovjet-tijdperk stammende, privébelangen die het parlement zo halstarrig maken. Ook de democratische druk van buiten drijft de meerderheid in haar verzet tegen de "schoktherapie' waarop Jeltsins vice-premier Gaidar nu zijn zinnen heeft gezet. Het besluit van zaterdag om de spaartegoeden en ambtenarensalarissen te indexeren, is daarvan een treffend voorbeeld. De kleine spaarders, die honderden miljarden roebels hebben uitstaan, zijn immers de eerste slachtoffers van de huidige geldontwaarding. En zonder bureaucratie is het land in de ogen van velen, die in de eeuwenoude tradities van het Russische clientelistische openbare bestuur zijn opgevoed, helemaal verloren.

Van een enigszins uitgekristalliseerd partijpolitiek spectrum is bovendien geen sprake. Er zijn wel fracties. Maar discipline, organisatorisch of programmatisch, is een onbekend begrip. Er zijn evenmin heldere meerderheden. Elke keer is het weer een verrassing hoe de helft-plus-een zal stemmen. Hetgeen de communicatie tussen regering en parlement danig compliceert en de representanten van concrete sociaal-economische belangengroepen (met name de kolchoze-boeren en de captains of industry onder leiding van Gorbatsjovs voormalige medewerker en vice-premier Arkadi Volski, die nu al wordt genoemd als potentieel opvolger van Gaidar) alle ruimte biedt om door alle scheidslijnen heen ten eigen bate te manoeuvreren. Het parlement wenst niettemin zijn formele macht te bevechten en wil niet dat het, via de sluipwegen van Jeltsin, uiteindelijk in een positie terechtkomt die de naam van de volksvertegenwoordiging onrecht zou doen.

De presidentiële organen daarentegen sturen aan op een krachtdadig uitvoerend bewind en hebben daarvoor, net als het volkscongres, ook een democratische legitimatie. Net als Chasboelatov kan ook Jeltsin zich met recht en reden beroepen op de kiezers.

Beiden hebben daarbij ten dele gelijk. Maar niemand kan het deze of gene zijde geven. Ongeschreven staatsrecht bestaat niet. De enige traditie waarop men voortborduurt is een communistische. Het conflict over de regering is daarvan een helder voorbeeld. Vroeger, toen de Sovjet-Unie nog bestond, was de "raad van ministers' immers nooit meer dan een orgaan van de Opperste Sovjet en het zwarte schaap van de partij. Dat een regering in de nieuwe verhoudingen een zelfstandig uitvoerend apparaat zou moeten zijn, is een stap te ver. Geschreven regels bestaan ook nauwelijks. Een serieuze grondwet is er nog steeds niet. Sterker, er zijn zelfs Russische politici die zo'n constitutionele orde liever op haar beloop laten omdat een democratische grondwet minder makkelijk met voeten is te treden dan de huidige uit 1978. Zelfs Jeltsin heeft geen haast. Weliswaar heeft hij zijn juridische rechterhand Sergej Sjachrai, die twee weken geleden als vice-premier aftrad maar nog steeds vrolijk als minister blijft optreden, een eigen concept laten uitwerken waarover druk gediscussieerd wordt, de letterlijk tekst daarvan is nog steeds onbekend.

In dit partijpolitieke, sociaal-economische én staatsrechtelijke vacuüm speelt het conflict tussen Jeltsin en de volksvertegenwoordiging zich af. Het is die onzekerheid die ruimte biedt aan de klassieke reactie die gisteren buiten het Kremlin kon worden opgetekend. Uit de mond van Galina, een vrouw van middelbare leeftijd die al lang niet meer in politiek geïnteresseerd is en zich er dus alleen maar aan ergert dat ze door het politiecordon het warenhuis GOeM nu ineens niet via het Rode Plein kan bereiken: “Gaidar gedraagt zich als een prostituée die alleen maar met haar achterwerk draait om klanten te lokken”.

De aanvankelijke opzet om het project uiteindelijk in Braziliaanse handen te geven lijkt echter niet haalbaar. Het land is vooralsnog te arm. Wel werkt men zoveel mogelijk met Braziliaans personeel, bij voorkeur uit de regio. Dat heeft de betrokkenheid flink bevorderd. Vroeger waren weinig mensen ervan op de hoogte dat Poço das Antas een reservaat was, nu is dat anders. De Brazilianen zijn nu net zo vertrouwd met het leeuwaap-logo als wij met dat van de panda. En hoewel een leeuwaapje op de zwarte markt een Braziliaan een jaarsalaris oplevert, zijn er tot nu toe nog maar acht ontvreemd.