In Nederland aantal woningen sterkst gegroeid

DEN HAAG, 14 APRIL. Het aantal woningen is in Nederland sinds 1970 procentueel sneller gegroeid dan in naburige landen. Dit blijkt uit een studie van het ministerie van volkshuisvesting.

De resultaten van deze studie werden gisteren op de Bouw-RAI van de Nationale Woningraad gepresenteerd. Toch is het aantal woningen per 1000 inwoners in Nederland nog altijd het laagst. Het ministerie heeft de huisvestingssystemen van zeven Europese landen met elkaar vergeleken: België, Duitsland, Denemarken, Engeland, Frankrijk, Zweden en Nederland.

Het aantal woningen in Nederland is in de periode 1970-1986 met 42,2 procent gegroeid. De andere landen bleven daarbij achter. In Frankrijk groeide de woningvoorraad 36,6 procent, in Denemarken 31,9 procent, Duitsland 30,2 procent, Zweden 21,5 procent, Engeland 16,7 procent en België 16,4 procent. In dezelfde periode was ook de bevolkingsgroei in Nederland het grootst. Niet alleen daarom was het logisch dat Nederland relatief de meeste woningen bouwde, maar ook omdat er een achterstand in te halen was.

In vergelijking met de andere zes landen was het aantal woningen per duizend inwoners in Nederland in 1970 met 289 verreweg het kleinst. Dit aantal bedroeg in België bijvoorbeeld 355 en in Denemarken 353. Aan het einde van de onderzoeksperiode bedroeg dit getal voor Nederland 381, voor België 406 en voor Denemarken 448.

De woningen die sedert 1975 zijn gebouwd zijn duur in vergelijking met de bestaande voorraad. Dat heeft ertoe geleid dat het deel van het inkomen dat aan woonuitgaven wordt besteed in Nederland het snelst is gestegen: 37 procent. Frankrijk blijft daar ver bij achter, maar komt met een stijging van 24 procent nog het dichtst in de buurt. In Zweden en Engeland steeg de zogenoemde huur- en huurwaardequote met maar 12 procent.

De onderzoekers wagen zich niet aan een vergelijking van de woonlasten tussen de zeven landen. De vaststelling wat tot de huur- en huurwaardequote moet worden gerekend, verschilt in deze landen te veel, vinden zij. Een onderzoek om tot een internationale vergelijking van de woonuitgaven te komen is wel in uitvoering.

De vergelijkende studie heeft verder opgeleverd dat Nederland, Duitsland en Zweden relatief veel nieuwere woningen hebben, terwijl in de vier andere landen het aandeel van woningen die voor 1945 zijn gebouwd, groter is. Qua inrichting (in het bijzonder de aanwezigheid van CV en bad of douche) zijn de woningen in Zweden en Denemarken het best uitgerust, gevolgd door Nederland.