Erkenning Macedonië nabij na ontslag Griekse minister; Mitsotakis voortaan zelf op BZ

ATHENE, 14 APRIL. De Griekse premier Mitsotakis heeft gistermiddag zijn minister van buitenlandse zaken Samarás ter zijde gesteld en zelf de leiding van het ministerie overgenomen “omdat er niet twee politieken tegelijk kunnen worden gevoerd”, aldus zijn toelichting. Zijn vertrouweling, de diplomaat Jannis Tzounis, komt er als onderminister bij. Later deze week zal de regering een nieuw vertrouwensvotum vragen in het Parlement, waar zij een meerderheid heeft van twee zetels.

Op de achtergrond spelen meningsverschillen tussen Mitsotakis en Samarás over de aanpak van de kwestie-Macedonië, in Griekenland de kwestie-Skopje genoemd. Beiden verzetten zich tegen het gebruik van de "Griekse' naam voor de Slavische republiek, maar zij denken verschillend over wat er moet gebeuren als de andere elf lidstaten van de EG, tegen de Griekse protesten in, tot erkenning van de republiek Macedonië overgaan. Naar wordt verwacht zal hiertoe in principe worden besloten op de volgende vergadering van ministers van buitenlandse zaken op 12 mei in Lissabon.

Reeds tijdens de boycotactie tegen Nederlandse en Italiaanse produkten in maart was het duidelijk dat Samarás zich onverzettelijker opstelde en minder bang was de woede van de EG op te wekken dan Mitsotakis, die zich van de actie distantieerde en haar veroordeelde. Bij het naderen van de twaalfde mei komt steeds meer de vraag op, wat er "de volgende dag' moet gebeuren. Moeten de grenzen van de door Athene niet erkende republiek gesloten blijven? Dit zal bijzonder slecht vallen in de EG, en het wordt steeds duidelijker dat isolatie binnen de Gemeenschap voor Mitsotakis een groter schrikbeeld is dan internationale erkenning van Macedonië.

Ook de Cyprische president Vasiliou is intussen komen waarschuwen dat de fixatie op het spookbeeld van die naam niet ten koste mag gaan van belangstelling voor de kwestie-Cyprus. Als Griekenland de ontstemming van de "Elf' opwekt, zal dat de kans op toetreding van Nicosia tot de EG schaden, zo ziet hij aankomen.

Hoewel president Karamanlis als "Grieks-Macedoniër' zich aanvankelijk zeer fel opstelde in de kwestie en brieven schreef naar alle elf regeringsleiders - alleen van Mitterrand kreeg hij antwoord - lijkt ook hij nu ten prooi te zijn aan de vrees voor isolatie, of "marginalisatie' zoals het hier nu wordt genoemd, binnen de EG. Onder zijn leiding werd gisteren een vergadering gehouden van de voorzitters van de vier in het parlement vertegenwoordigde partijen, inclusief Mitsotakis en oppositieleider Andreas Papandreou. Samarás mocht daar verschijnen om zijn urgentieplan van zeven punten voor te lezen voor de trotsering van de problemen die nu binnen de EG ontstaan.

Hij pleitte er onder andere voor Jacques Delors, Lord Carrington en Cyrus Vance naar Athene te laten komen om hen nader over de kwestie te informeren. Maar ook zei hij met zoveel woorden, dat de grenzen met een republiek Macedonië gesloten moeten blijven.

President Karamanlis verzocht Samarás vervolgens de vergadering te verlaten en twee uur later vernam deze van de televisie dat hij was ontslagen. Na de zitting werd een communiqué uitgegeven waarin werd gezegd dat Griekenland vasthoudt aan de drie voorwaarden die de EG op 16 december voor erkenning van "Skopje' had gesteld. Daarin staat ook: geen "naamgeving die territoriale aspiraties inhoudt' en volgens Athene is dat het geval met de naam Macedonië. Gisteren werd van Griekse zijde tevens gesteld dat deze niet mag voorkomen in een langere naam, dus bij voorbeeld Noord- of Nieuw-Macedonië. Alleen de communistische leidster Aleka Papariga weigerde het communiqué te tekenen - zij betoogde dat er veel belangrijker kwesties zijn dan die naam.

De vier partijleiders en Karamanlis zullen vóór de twaalfde mei nog een keer bijeenkomen om zich te beraden over de te volgen politiek, maar aangenomen mag worden dat zowel Mitsotakis als Karamanlis de grenzen niet gesloten wil houden. Dit betekent dat er een soort erkenning de facto komt. Veelvuldig wordt de parallel getrokken met Israel. Ook dit land is door Athene tientallen jaren niet de jure erkend, maar er waren wel talrijke contacten, ook op handelsgebied. Pas vorig jaar is het gekomen tot de de-jure-erkenning. Als Skopje zich jarenlang onthoudt van aantastingen van Grieks grondgebied, zou zo'n erkenning ook voor Macedonië nog wel eens tot stand kunnen komen.

Maar Samarás gruwt van zo'n "slappe opstelling', evenals het groeiend legioen van zijn aanhangers, zowel in het regerings- als in het oppositiekamp. Hoewel hij zijn eerdere aanpak van de Joegoslavische kwestie veroordeelt, heeft ook Papandreou gisteren zijn steun betuigd voor Samarás inzake de sluiting van de grenzen. “Wij moeten alle wapens gebruiken die wij hebben.”

De laatste weken heeft Samarás steeds sterker op het patriottisch sentiment gespeeld en reeds klinken er beschuldigingen dat hij dit tracht te "monopoliseren'. De jonge politicus is de zevende minister die uit de regering verdwijnt en hij gold daarin als "kamari', de trots bij uitstek, het wonderkind van Mitsotakis zelf.

Nog vorige week heeft de regeringspartij bij tussentijdse verkiezingen in Athene een verpletterende nederlaag geleden - de "proteststemmen' waren talrijker dan iemand had verwacht. Precies op de helft van haar vierjarenperiode dreigt zij een lachertje te worden, maar verwacht wordt dat zij het vertrouwensvotum van deze week nog wel zal overleven, zij het dankzij de stemmen van de zeven geloosde ministers die ook in het parlement zitten.