Een economisch mirakel aan de Elbemond

Hamburg, de schone slaapster aan de Elbemond, is ontwaakt. De stad is zelfs een regelrecht economisch mirakel.

“Ze slaapt, mijn schone stad, en ze baadt zich wat te veel in zelfgenoegzaamheid”, waarschuwde oud-kanselier Helmut Schmidt in 1986 in een televisie-interview. De beroemdste levende Hamburger was heel bezorgd over de toekomst van zijn beminde ruim 800 jaar oude “vrije en Hansestad”.

Hij sprak uit wat ook anderen vreesden. Door zijn excentrische ligging, ver van het hart van de zich naar het zuiden uitbreidende EG, ver van de "dynamische lijn' Londen-Frankfurt-München-Milaan en in een incourante noordelijke uithoek op 40 kilometer van de DDR-grens, leek Hamburg als handelscentrum en havenstad langzaam maar zeker weg te kwijnen.

De omzet van de qua opzet verouderde haven liep terug, het inwonertal daalde, de werkloosheid steeg sterk, met een top van 14 procent in '87. De plat-zondige Reeperbahn, met haar gewelddadige maffiose "bovenbouw', en de Hafenstrasse, met haar permanente oorlog tussen de lokale overheid en harde krakerslegioenen, beheersten daarnaast de beeldvorming.

Decennia lang had de macht er bovendien overwegend bij één partij, de SPD, gelegen. Dat had tot diep in het ambtelijk apparaat een zekere politieke inteelt (Verfilzung) meegebracht, waardoor het stadsbestuur creatief noch bemind mocht heten. Hamburgs SPD was trouwens onder leiding van burgemeester Hans-Ulrich Klose ('78-'82, de huidige fractieleider in de Bondsdag) zó hevig en langdurig aan het vechten geweest met de Stamokap (de staat als dienaar van het monopoloïde kapitalisme), dat de verhouding tussen het bedrijfsleven en de politiek voor jaren verziekt was.

Schmidts vermaan was geen kleinigheid. Voor zover men in deze hanseatisch gereserveerde stad al gevoelens van aanhankelijkheid of dankbaarheid jegens politici ontwikkelt, gelden die bij uitstek hem. Dertig jaar geleden, lang voor hij naam maakte als minister en kanselier ('74-'82), werd Innensenator Schmidt er immers al beroemd. Namelijk na de springvloed in de nacht van 16 februari 1962, toen een kwart van de stad onder water kwam te staan, 315 mensen verdronken en het stadsbestuur (de Senat) zichzelf verloor in radeloosheid en competentie-twisten. Schmidt nam destijds min of meer eigenmachtig de leiding van een grootscheepse reddingsoperatie waarbij hij het leger inschakelde. Sindsdien zegt men dat Hamburg in '62 is “gered door Helmut Schmidt en de Bundeswehr”.

Nu, goed vijf jaar na Schmidts waarschuwing en anderhalf jaar na de Duitse eenwording, is de schone slaapster aan de Elbemond niet alleen ontwaakt maar zelfs een regelrecht economisch mirakel geworden. Booming Hamburg, de tweede Duitse stad na Berlijn, gonst van activiteiten op alle gebieden. Zij is de grootste magneet in Duitsland voor Amerikaanse, Japanse en andere Aziatische bedrijven, die er de afgelopen jaren honderden grote en kleine filialen hebben geopend of vestigingen hebben uitgebreid (er zijn er nu een kleine 2.000).

In '90 en '91 werden groeipercentages van 5,2 en 4,7 procent gehaald, na een daling in de jaren tachtig is het inwonertal nu met 1,6 miljoen weer hoger dan tien jaar geleden.

In 1990 voerde Hamburg voor een waarde van 59,5 miljard mark in (10,6 procent van de totale Duitse invoer), de export beliep 35,8 miljard (5,5 procent). De groothandel (56.000 werknemers) zette ruim honderd miljard om, de middenstand (78.000) 25 miljard.

Hoofdoorzaken van deze spectaculaire ontwikkeling zijn:

Op de eerste plaats een economisch-industriële, ruimtelijke en bouwtechnische herstructurering die in de eerste helft van de jaren tachtig vooral is geïnitieerd door de toenmalige regerende burgemeester Klaus von Dohnányi ('82-'87, SPD), de echte held van dit verhaal. Toen hij aantrad had de havenstad Hamburg de midscheepse grote klap van de tweede oliecrisis ('79) nog overal. Dohnányi's devies - “de toekomst van Hamburg màg niet meer alleen op het water liggen” - viel slecht bij het plaatselijke bedrijfsleven en de families van het Hamburgse patriciaat in de villawijk Blankenese.

De burgemeester kreeg bovendien - zie Stamokap - destijds weinig steun van zijn eigen partij en werd om zijn afstandelijke wijze van besturen veel bekritiseerd. Zijn uiteindelijk "vierkante oorlog' met de Chaoten aan de Hafenstrasse en de, ook daardoor gerezen, twisten met zijn partij brachten hem ertoe in 1987 voortijdig afscheid te nemen. Vandaag wordt hij alom geprezen om zijn verziende daadkracht, vandaag is de Hafenstrasse als politiek probleem praktisch ook verleden tijd.

Pag.16: Hamburg is bevrijd van geografische handicap

De tweede oorzaak van het succes vormt de Duitse eenwording, die Hamburgs geografische handicap in Europa in één grote klap ongedaan maakte, de stad haar Oosteuropese achterland teruggaf en haar ook (weer) "eerste haven' van Oost-Duitsland, Tsjechoslowakije en andere Oosteuropese landen maakte. De gunstige ligging ten opzichte van Scandinavië en de Atlantische Oceaan maakte de oude overzeehavenstad Hamburg nu óók ideaal als overslagplaats en EG-uitkijkpost in de richting van de Oostzee en Zuid-Oost en Oost-Europa. De van oudsher internationaal georiënteerde stad-staat, waar 84 landen diplomatieke vertegenwoordigingen hebben, had plotseling een unieke Europese plaats op nieuw geopende assen van West naar Oost en van Noord naar Zuid gekregen.

Dat alles gebeurde op zo'n 250 kilometer van Berlijn, maar met een betere geografie en zonder de lasten van de Duitse hoofdstad met haar 3,4 miljoen inwoners, die haar woningnood en verkeerschaos straks waarschijnlijk nog groter ziet worden als regering en parlement uit Bonn zijn verhuisd. Over een paar jaar is het van Hamburg naar Berlijn trouwens nog maar een uurtje reizen met de al geplande zweeftrein, de Transrapid.

De afhankelijkheid van het ongespecialiseerde havenwerk is teruggedrongen, een "andere', modernere haven (voor container- en roll-on-roll-off-schepen) met een distributiefunctie draait nu niettemin op topcapaciteit. Werven als Blohm und Voss hebben het accent verlegd naar machinebouw en reparatie. De stad is in een paar jaar radicaal overgeschakeld naar meer dienstverlening (banken, verzekeringen, leasing, informatica) en medische- en milieutechnologie.

En Hamburg was en is het grote Duitse mediacentrum. Zeer grote uitgeverijen als Grüner & Jahr (Stern, Brigitte en Schöner Wohnen o.a), Bauer, Springer, Der Spiegel, Die Zeit/Bucerius, het persbureau DPA, de t.v.-stations NDR en Sat I hebben er hun hoofdzetel.

Het miljardenconcern Grüner und Jahr heeft aan de Elbe juist een zo niet mooi dan toch imposant nieuw hoofdkwartier voor 2.000 mensen betrokken (kosten 300 miljoen mark). Het staat er met zijn 88.000 vierkante meter op meer dan 2.000 palen in vier blokken van glas, hout en wit beton als een soort demonstratie van moderne architectuur, welvaart en zelfbewustzijn. En als architectonisch complement op de statige oude handelshuizen en kerken met hun groen-verweerde daken en torens, even verderop in de binnenstad, aan de Binnenalster, die tot vlak voor het ook groengedakte, na de oorlog gerestaureerde stadhuis stroomt. Dit gezicht is zo kenmerkend voor de stad als de beroemde grote bakstenen Speicherhäuser (pakhuizen) aan de haven.

Hamburg steekt intussen het cosmopolitisch-welvarende München (1,2 miljoen inwoners) naar de kroon. Meer nog: München ist out, Hamburg ist in, schreef Der Spiegel midden vorig jaar in een omslagverhaal waarin het enig Hanseatisch leedvermaak over de Beierse hoofdstad kwijt kon. Dat deed het nadat zelfs het gerenommeerde Münchense IFO-instituut had geconcludeerd dat Hamburg intussen als economische vestigingsplaats de aantrekkelijkste Duitse stad was geworden, vóór de "heimelijke hoofdstad' die München tot voor kort was en nog veel verder voor dure steden met verkeerscongesties als Frankfurt, Düsseldorf, Keulen en Stuttgart. De in München verschijnende Süddeutsche Zeitung: “Geen enkele Westduitse stad heeft zoveel voordeel gehad van de Duitse eenheid als Hamburg”.

Maar een paar jaar daarvoor was de economische renaissance van wat nu de Eurogate Hamburg is in feite al begonnen. En wie men daarnaar ook vraagt, iedereen bevestigt dat dat vooral de verdienste van burgemeester Klaus von Dohnányi geweest is. Zijn opvolger werd Henning Voscherau, die eerder als een partijtacticus geldt en die zich vorig jaar, toen hij als SPD-lijsttrekker de verkiezingen voor het Hamburgse parlement (de Bürgerschaft) met absolute meerderheid won, als erfgenaam de begunstigde mocht noemen van het economisch succes waarvoor zijn voorganger de basis had gelegd.

Dr. Urda Martens-Jeebe ziet dat zeker zo. Deze frêle 41-jarige vrouw is lid van het bestuur van de Hamburgische Gesellschaft für Wirtschaftsförderung (HWF), die in 1985 op last van Dohnányi ontstond. Het werd een kleine club van zo'n 25 mensen (budget '92: 5,2 miljoen mark) die merendeels gespecialiseerd is op economisch-juridisch en handelspolitiek terrein. Met invloedrijke part-time vertegenwoordigers in onder andere de Scandinavische hoofdsteden, Boston, Sjanghai en natuurlijk ook in Japan, Zuid-Korea en Taiwan. Zulke voorposten in Petersburg, een zusterstad, Praag en de Baltische republieken zijn voor de naaste toekomst gepland.

Opdracht in 1986: de groei in de stad bevorderen en tevens haar afhankelijkheid van de haven verminderen door economische structuurverandering in de richting van handel en dienstverlening. Voorts: zoveel mogelijk nieuwe (buitenlandse) bedrijven naar Hamburg halen.

Mevrouw Martens geeft een lange lijst van buitenlandse bedrijven die de afgelopen jaren naar de Hansestad zijn gekomen, dan wel met premies en verhoudingsgewijs (nog) lage grondprijzen zijn aangelokt. Japanse elektronica: Hitachi, Panasonic, Sony, Sharp, Olympus. De Mitsui/Taiyo/Kobe-bank, grootste bank ter wereld. Het Europese centrum van de grootste rederij ter wereld, de Chinese Cosco. De Taiwanese scheepsbouwmultinational Evergreen - het is maar een greep.

Hamburg heeft intussen een zeer groot lucht- en ruimtevaartinstituut en is hét mediacentrum en de grootste verzekeringsstad van Duitsland, na Frankfurt de tweede bankstad. Alle grote oliemaatschappijen hebben er hun hoofdkantoor (en raffinage- en opslaginstallaties), over een paar jaar zitten zij nóg beter, namelijk als de voor de geplande oliebuislijn naar Dresden (naar Oost- en Zuid-Europa) klaar is. De medisch-technische en de milieu-industrie floreren in Hamburg net als (dus) de computer-industrie (software).

Als een soort toegift is er ook nog de gelukkige opbloei van de plaatselijke tak van Messerschmidt/Bölkow/Blohm (MBB), aan wie de zelfstandige bouw van Airbus-vliegtuigen (de Airbus-321) toeviel. Dat gebeurde toen, drie jaar geleden, Daimler-Benz met MBB fuseerde en er - vlak voor de grote dooi tussen Oost en West intrad - nog op vertrouwde dat zijn eigen vliegtuigbouwer Dasa de handen vol zou krijgen aan de bouw van het peperdure en nu zeer omstreden militaire vliegtuig Jager '90. De Lufthansa is nu met ruim 10.000 werknemers de grootste particuliere werkgever ter plaatse.

Het grootste probleem voor Eurogate Hamburg is volgens mevrouw Martens nu een structureel gebrek aan ruimte, aan grond voor nieuwe produktieplaatsen en kantoorgebouwen. De stad-staat Hamburg is gebonden aan zijn grenzen, hij wil zijn grote hoeveelheid groen houden en liever geen hoogbouw, eerder nog worden stukken van het havenareaal bouwrijp gemaakt. In 1991 stelde de stad 350.000 vierkante meter als bouwgrond beschikbaar, dit jaar moet het 200.000 vierkante meter worden. “Dat wordt steeds moeilijker”, zegt zij.

De woningnood is gigantisch, al wordt er op kleine lege plekken die herinneren aan de oorlogsbombardementen nog wel wat gedaan aan Verdichtungsbau. Er is dus een grote forensenstroom uit omringende gemeenten in Sleeswijk-Holstein (de Hamburgse Speckgürtel), die - nog een probleem - dáár belasting betalen en in de stad bovendien voor een bijna permanente verkeerschaos zorgen, vooral rondom de Elbetunnel (nu zes stroken, over een paar jaar acht).

De ruimtenood en de snel stijgende prijzen voor bouwgrond kunnen vrij snel een handicap worden, vreest ook de 53-jarige staatssecretaris van economische zaken Claus Noé. Op dit gebied gaat de prijsvoorsprong op steden als München, Keulen en Frankfurt dadelijk weer verdwijnen. Noé was ooit journalist (schrijft nog columns in het weekblad Die Zeit), en later financieel-economisch woordvoerder van SPD-zwaargewichten als Helmut Schmidt en Karl Schiller. Hij ziet de mooie korte-termijngevolgen van de Duitse eenwording (Windfallprofits der Deutschen Vereinigung) nu ook voor Hamburg snel eindigen.

Maar de opening van Oost-Europa, de ligging van Tsjechoslowakije en Saksen in het "dal van de Elbe', het "Berlijn-effect' (“we zullen ons aan elkaar omhoogwrijven”) en de internationale draaischijf-functie van Hamburg zullen blijven, zegt hij. Of er in Oost-Europa genoeg te verdienen is? Dat is de vraag, zegt hij sceptisch. Noé heeft net een boek geschreven over de opbouw van Oost-Duitsland en de “desastreuze” economische politiek van het kabinet-Kohl (met als veelzeggende ondertitel: Die Republik hat sich übernommen). “Weet u”, zegt hij, “ als de industriële ontwikkeling van Oost-Duitsland niet lukt, of als de Duitse economie de komende jaren in zijn geheel inzakt, dan raken wij hier in Hamburg ook weer in de problemen”.