De nooit-verjaarde fout van de Californian

Toen het onzinkbaar geachte Engelse passagiersschip "Titanic' op zijn "maiden voyage' in de nacht van 14 op 15 april 1912 met ruim 1.500 zielen naar de kelder ging kon niemand bevroeden dat precies 80 jaar later het drama de gemoederen in Engeland weer hevig in beroering zou brengen.

Midden in de heilige Engelse verkiezingsstrijd stortten de media zich en masse op de oude historie, want de Titanic-ramp mag dan een universeel geclaimd verhaal zijn, voor de Engelsen blijft het A Typical British Mishap, die ze zich door niets en niemand laten afnemen.

Na een kort commercieel leven van drie en een halve dag liep de 46.000 ton grote en 270 meter lange Titanic op een ijsberg en verdween langzaam, als een doorzakkende verlichte verjaardagstaart, in twee uur en 40 minuten, onder de spiegelgladde oppervlakte van de ijskoude Noordatlantische Oceaan.

Het was zo'n ongelooflijke gebeurtenis dat zelfs de passagiers en bemanning van de Titanic een uur van hun kostbare tijd verdeden, omdat ze niet wilden aannemen dat er iets ernstigs aan de hand was. Zelfs de leiding van het schip scheen aanvankelijk te dralen. Vervolgens ontstond een knagend gevoel van onzekerheid dat er toch wel iets aan de hand kon zijn en dat er wat ondernomen moest worden; daar ging nog eens een uur mee verloren. Pas in het laatste half uur zag men in dat er zich een ramp aan het afspelen was die niet meer te keren viel.

Na de redding van de ruim 700 overlevenden, de verhalen in de kranten en twee grote onderzoeken in Washington en Londen in 1912, was het duidelijk dat de oorzaak van de ramp terug te brengen viel op menselijk falen en dat de 1.500 slachtoffers allemaal gered hadden kunnen worden als het Engelse vrachtschip de "Californian' actie had ondernomen.

In de bewuste nacht lag kapitein Stanley Lord met de Californian stil voor een groot ijsveld, nog geen 10 mijl van de zinkende Titanic. Hij wachtte op het daglicht. Op de brug had men een passagiersschip zien naderen en plotseling van koers zien wijzigen (zoals de Titanic deed in een poging de ijsberg te ontwijken). Een uur later had men het schip acht vuurpijlen zien afschieten (net als de Titanic) en was de kapitein tot driemaal toe gewaarschuwd. Kapitein Lord ging toen niet zelf de brug op om te kijken, hij liet zijn marconist niet wekken en zijn schip bleef liggen waar het lag. Zelf keerde hij rustig terug naar zijn divan om verder te slapen. Later erkende hij dat men op zijn schip toch wel wat slapjes had gereageerd en dat wat hem gemeld was door de dienstdoende stuurman een schip in nood had kunnen zijn. Het lag echter niet in zijn karakter meer te erkennen dan dat. Integendeel, hij hield de rest van zijn lange leven, tot 1962, hardnekkig vol dat het niet de Titanic was geweest die op zijn brug was gezien omdat zijn schip te ver verwijderd was, en dat hij nooit op tijd had kunnen komen voor een redding op grote schaal.

Vierendertig jaar geleden stapte kapitein Lord naar zijn beroepsgilde, de Mercantile Marine Service Association, in een poging de zaak te wijzigen ten gunste van zijn lezing van de gebeurtenissen. Hij vond een gewillig oor bij de algemeen secretaris, Leslie Harrison, die de zaak voortvarend aanpakte. Er verscheen een eindeloze rij publikaties van zijn hand, waarvan de belangrijkste argumenten waren: dat de positie van de Californian correct was, dat de Titanic veel zuidelijker was dan ze had opgegeven (niet 10, maar zo'n 32 mijl zuidelijk van de Californian) en dat de vuurpijlen die de Californian gezien had communicatiesignalen waren van een ander schip.

Het Californian-incident van 1912 werd in de jaren zestig en zeventig de Californian-controverse en de standpunten van historici en campagne-voerders kwamen muurvast te zitten. In 1987 maakte de Amerikaan Robert Ballard, die samen met een Frans onderzoeksteam de Titanic twee jaar daarvoor had gevonden, de positie van het wrak bekend. Het bleek dat de Titanic niet zuidelijker lag, maar 13 mijl oostelijk van de door haar opgegeven positie en precies op de aangegeven koerslijn.

Toch was die op zichzelf niet zo opzienbarende bevinding (het was de ochtend na de ramp al bekend dat de Titanic oostelijker moest zijn gezonken dan ze had opgegeven) voldoende voor de vrienden van kapitein Lord om het ministerie van transport te bombarderen met argumenten ten gunste van hun protégé en om een nieuw onderzoek te vragen.

Aanvankelijk voelde het ministerie niets voor zo'n onderzoek, maar het Californian-dossier was inmiddels aangegroeid tot een dikte van bijna twee meter en de zaak ging steeds meer tijd opeisen. Cecil Parkinson, de toenmalige minister van transport, wilde van het probleem af. Zijn departementale Marine Accident Investigation Branch (MAIB) stelde eind mei 1990 voor het Californian-incident te "herwaarderen', waarmee Parkinson akkoord ging.

Uit de paar uitspraken die de hoofdinspecteur, kapitein Peter Marriott, van de MAIB en zijn plaatsvervanger, kapitein James de Coverley, een maand later in de pers lieten noteren bleek dat de heren tamelijk vooringenomen waren, en op de hand van kapitein Lord. De pers verkondigde dan ook al snel dat kapitein Lord gerehabiliteerd zou worden en dat zijn vrienden in een jubelstemming waren.

De supporters van kapitein Lord hadden alle reden om optimistisch te zijn, ze waren bijna drie weken voordat de pers er lucht van had gekregen op de hoogte gesteld dat er een officiële herwaardering zou plaatsvinden en kapitein de Coverley verkondigde al dat de Californian in werkelijkheid waarschijnlijk 20 mijl van de Titanic verwijderd was geweest.

De opdracht voor het feitelijke onderzoek werd aan kapitein Thomas Barnett gegeven, een man die bekendstaat als onpartijdig en niet vooringenomen. Hij bestudeerde de oude en nieuwe stukken, verzamelde materiaal, schreef zijn rapport en leverde het na negen maanden, in maart 1991, in.

Een jaar later, op 2 april, werd duidelijk dat de bevindingen van kapitein Barnett niet anders waren dan die van de Amerikaanse en Engelse onderzoekers uit 1912: de Californian had de vuurpijlen van de Titanic gezien en was toen niet meer dan 5 tot 7 mijl van het zinkende schip verwijderd. Kapitein Lord, zo concludeerde kapitein Barnett, had niet juist gehandeld.

Maar deze conclusie werd niet in zijn geheel door de MAIB overgenomen. Kapitein de Coverley kreeg van zijn chef Marriott opdracht het rapport ook nog eens te bekijken. De Coverley streepte met zijn rode pen de 5 tot 7 mijl van Barnett door en vulde zijn eigen favoriete afstand, 17 tot 20 mijl, in. Net als bij Barnett zijn zijn bevindingen uitsluitend gebaseerd op de uiterst speculatieve, mogelijke stromingspatronen die in het gebied die nacht geheerst zouden kunnen hebben. Toch concludeerde hij dat de Californian wel de vuurpijlen van de Titanic had waargenomen en ook dat kapitein Lord niet de juiste actie had ondernomen, maar dat zijn schip niet op tijd bij de Titanic had kunnen zijn om een redding uit te voeren. De twee schepen hadden elkaar alleen kunnen zien door mogelijke bijzondere luchtspiegelingen (super refractie). Deze afgezwakte versie is nu de officiële conclusie van de herwaarderingscommissie.

In de Engelse en Amerikaanse media werd dat over het algemeen onder koppen als "Titanic-rapport pleit kapitein niet vrij' bekendgemaakt. De Nederlandse media hadden er minder van begrepen. NRC Handelsblad van 4 april schreef bijvoorbeeld “Zondebok van "Titanic' trof geen blaam”; precies het tegenovergestelde is natuurlijk aan de orde. In feite is het rapport dan ook vernietigend voor de campagne die voor kapitein Lord is gevoerd. Zelfs in de afgezwakte vorm blijft er niet veel over van de argumenten die voor hem zijn aangedragen: er waren wel nood-vuurpijlen gezien, de positie van de Californian was niet juist en de schepen lagen dichter bij elkaar dan kapitein Lord en zijn vrienden ooit hadden willen accepteren.

Met de wijziging door kapitein de Coverley van kapitein Barnetts bevindingen is één ding duidelijk; de controverse die Barnett had beëindigd is nu weer helemaal open en het dossier van het ministerie van transport kan weer verder groeien. De controverse is terug bij af en de herwaardering: A Typical British Mishap.

"The Ship That Stood Still', een boek over het Californian-incident (bewerking Edward P. de Groot), komt in september in Engeland en Amerika uit. De auteur schreef tevens "75 Jaar Titanic'.

Foto's: Kapitein Stanley Lord van de "Californian'.

De "Titanic' geschilderd door Norman Wilkinson.