Burgeroorlog

In zijn artikel "Joegoslavische burgeroorlog is niet te beëindigen' (NRC Handelsblad, 9 april) schrijft Raymond van den Boogaard dat de bevolking van Bosnië-Herzegovina het "slachtoffer van een gecombineerde Servisch-Kroatische agressie' is.

Vermeld wordt dat de Serviërs het vuur openden op de bewoners van Sarajevo, maar van de weigering van de Serviërs om verder in een multinationale regering van het gebied te participeren, en van hun absurde territoriale eisen, geen woord.

"Wij in het buitenland' hoeven het ons niet aan trekken dat onze vredespogingen geen succes hebben, zegt Van den Boogaard. Wel krijgt Duitsland een veeg uit de pan omdat het de erkening van Slovenië en Kroatië heeft doorgezet. “Serieuze kenners van de problematiek” wisten dat dit averechts zou werken. Nu, die hebben de agressieve plannen van de neo-communistische leiding van Servië al jaren gesignaleerd - zeker sinds deze in 1989 het Groot-Servisch nationalisme krachtig ging aanwakkeren. Dat ook Bosnië-Herzegovina op den duur groot gevaar zou lopen, was al sinds de Servische aanval op Slovenië vorige zomer duidelijk. "Wij in het buitenland' hebben ons wel degelijk wat te verwijten, namelijk dat we de Serviërs niet toen een halt hebben toegeroepen. De boycot van Servië kwam te laat en is onvoldoende. Bosnië-Herzegovina kwam ondanks dringende verzoeken niet in aanmerking voor het stationeren van blauwhelmen.

Wanneer wij ons beperken tot analyses als die van Van den Boogaard, waarin het nationalisme van beide partijen - voor een Nederlander blijkbaar ondoorgrondelijk en eigenlijk onfatsoenlijk - de schuld krijgt, is de Joegoslavische burgeroorlog zeker niet te beëindigen.