Willem II heeft keeper met kapotte schouder in doel

EINDHOVEN, 13 APRIL. Dat is het grote verschil tussen PSV en Willem II: bij PSV zit een overmaat aan spelers op de bank die bij andere clubs direct vedette zouden zijn, bij Willem II blijft een geblesseerde keeper in de goal staan omdat er geen reservedoelman is. Dat verklaart ook meteen de eindstand van hun derby: 3-0.

Zijn medespelers hadden het wel uit hun hoofd gelaten om hem de schuld van de nederlaag te geven. Ze wisten ook wel dat hij eigenlijk niet in staat was om te keepen. Dat hij zijn ploeg niet in de steek wilde laten. Dat hij elke week zijn pijn verbeet. “Maar het blijft toch kloten”, vond Roland Jansen, de Tilburgse doelman, na afloop. “Je staat wel weer voor lul.”

Na zes minuten was het al raak geweest. Van Aerle had de bal voorgegeven, Erwin Koeman had teruggelegd, Popescu had ingeschoten. Nauwkeurig in de rechterhoek, maar Jansen had die bal wel moeten hebben, vond zijn trainer Jan Reker, dacht hij ook zelf.

Dat gold nog sterker voor de tweede treffer, zes minuten in de tweede helft. Vanenburg had de hoekschop genomen, recht op het hoofd van Kalusha. En Jansen, die grote, zware Jansen had zich zomaar door de Zambiaan opzij laten zetten. “Fout van de keeper”, zei Reker zonder erom heen te draaien. En Jansen gaf hem schuldbewust gelijk.

Alleen bij de derde goal, toen de wedstrijd eigenlijk allang en breed beslist was, had hij geen schijn van kans gehad. Valckx gaf van links een schitterende pass over zeker veertig meter. Ellerman schoot direct onhoudbaar in. Hij had niet eens de tijd gehad om naar de bal te reiken. Moedeloos had hij zich omgedraaid.

Maar hij had niet alleen maar fouten gemaakt, hij had niet alleen met trieste ogen ballen nagekeken. Ondanks zijn gebrek aan training, noodgedwongen, ondanks zijn kapotte schouder die alleen met veel tape op zijn plaats bleef zitten, had hij ook geheide goals verhinderd. Vanenburg, Romario, Ellerman, allemaal waren ze wel een keer op hem gestrand. Toch kon hij daar na afloop geen voldoening uit putten. “Misschien had ik beter niet in de goal kunnen staan.”

Vorig seizoen had hij er ook al last van gehad. Gooide hij de bal uit, “floepte” zijn arm spontaan uit de kom. Lastig voor een keeper. Dus had hij veel krachttraining gedaan. Dat had aanvankelijk geholpen.

Maar een maand geleden, in de oefenwedstrijd tegen het olympisch elftal, was het weer misgegaan. Weer schoot zijn arm uit de kom. De arts had gezegd dat alleen een operatie nog kon helpen. Liefst onmiddellijk.

Makkelijk gezegd, maar wie moest er dan in de goal staan? De Amerikaan Terry Waldorf, nog door Piet de Visser, de vorige trainer, naar Willem II gehaald, was als doelman echt “een lachertje” gebleken. Jan Reker had dan nog liever keeperstrainer Frank Brugel als tweede doelman achter de hand gehouden. En Waldorf had die stille wenk begrepen: een illusie armer was hij naar zijn vaderland teruggegaan.

Of Jansen zich maar wilde opofferen voor zijn elftal? Ook al kon hij geen hartige pegel meer verwerken zonder dat zijn schouder uit de kom schoot. De trouwe Jansen had natuurlijk "ja' gezegd. Want liep zijn contract niet af? Blijvende schade zou hij er niet aan overhouden, had de dokter hem verzekerd.

Maar keeperstraining had hij al vier weken niet kunnen doen met die schouder. Tijdens wedstrijden had hij steeds uiterste voorzichtigheid moeten betrachten. Bij het weer in het spel brengen van de bal had hij het leer als een oude man heel langzaam naar een medespeler moeten rollen. Dat was genant geweest.

En waarvoor deed hij het eigenlijk allemaal? Willem II had dit seizoen toch niks meer te winnen of verliezen. Zijn medespelers zouden na de laatste wedstrijd op vakantie gaan. En hij zou onder het mes gaan. Om na anderhalve maand weer net op tijd met de training te kunnen beginnen.

Dat zijn zorgen waar PSV geen weet van heeft.