Werkelijkheid rond JFK was te bijzonder voor Stone

The JFK Assassination: the Jim Garrison Tapes, Ned. 2, 21.20-22.50u.

Nog steeds stromen bioscopen in heel Nederland vol voor JFK, de film die Oliver Stone maakte over de moord die op 22 november 1963 een eind maakte aan het leven van John F. Kennedy, president van de Verenigde Staten. Stone maakte een speelfilm. Hij gebruikte archiefmateriaal en particuliere filmopnamen, maar het overgrote deel van zijn film is geënsceneerd. Stones film is het resultaat van de manier waarop hij het geruchtmakende onderzoek interpreteerde, dat Jim Garrison, destijds officier van justitie in New Orleans, deed naar de moord. Telkens wanneer Stone wordt verweten dat hij de werkelijkheid geweld aan zou doen, antwoordt hij terecht dat hij geen documentaire heeft gemaakt. Zijn film vertelt de waarheid volgens zijn persoonlijke en artistieke inzichten, oftewel, hij neemt de vrijheid om soms "de waarheid te liegen'.

Vanavond zendt Veronica een anderhalve uur durende film uit over hetzelfde onderwerp, die minstens zo spannend is, alleen al omdat hij wèl pretendeert de werkelijkheid te vertegenwoordigen. The JFK Assassination - the Jim Garrison Tapes heet deze documentaire die de Amerikaanse journalist-filmmaker John Balfour maakte over Jim Garrison en zijn onderzoek. De helder opgebouwde film is fascinerend, zeker voor wie JFK van Oliver Stone heeft gezien. Niet alleen is het aardig om nu de historische figuren te leren kennen op wie Stone zijn personages baseerde. Maar The JFK Assassination- the Jim Garrison Tapes toont vooral dat de werkelijkheid meermalen zo bijzonder is geweest dat hij onbruikbaar werd voor Stone. Zo maken we kennis met een belangrijke getuige van de moord, een man die achter het hek op de bekende "grassy knoll' heeft kunnen kijken en daar types heeft gezien met geweren. De man is doofstom. Met zijn dochter als tolk vertelt hij met zijn handen wat hij zag - zijn bewegingen vormen schitterend drama, maar voor een speelfilm is hij zo aantrekkelijk dat hij ongeloofwaardig zou zijn. Begrijpelijkerwijs werd hij terzijde geschoven door Stone, die zich moest behelpen met andere, minder flamboyante, getuigen wier verklaringen op eenzelfde manier door de FBI werden genegeerd. Ook de vervalsing van de foto's, die Lee Harvey Oswald toonden met een geweer en met een communistisch krantje, geschiedde in realiteit veel klunziger dan Stone tot uitdrukking kon brengen.

Balfours film legt andere accenten dan die van Stone, maar zijn documentaire leidt tot ongeveer dezelfde conclusies, ook op grond van onderzoek dat anderen, na Garrison, pleegden.

Helaas gaat Balfour voorbij aan de rol van de pers. Net als Stone stipt hij die alleen maar even aan, zonder er nader op in te gaan: hoe is het mogelijk geweest dat de Amerikaanse media, altijd tuk op het onthullen van complotten en schandalen, zich in dit geval terug lieten dringen en braaf akkoord gingen met een hoogst bescheiden rol? Daar wil ik nog wel eens een gedegen documentaire over zien.