Vrienden kunnen geen ruzie maken

Als hij de speech uit heeft, die minister Van den Broek hem wél ter inzage gaf, begrijpt hij werkelijk het verschil van mening niet.

In hemdsmouwen hoog boven de Donau op terugreis uit Hongarije wil hij het nog één keer zeggen. Ook hij, Ter Beek, signaleert het gevaar voor grote onrust in de GOS-republieken. Maar zo'n crisis zie je aankomen. Natuurlijk moeten daar plannen voor gemaakt worden, samen met je bondgenoten. Maar de waarschuwingstijd is stukken langer, oorlogsmaterieel in GOS-landen formidabel maar slecht onderhouden en de doortocht door Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije minder gemakkelijk.Nederland blijft paraat. Niet meer als zelfstandig opererende krijgsmacht maar complementair; in samenwerking met anderen. Van den Broek ziet toch ook dat de kans op een massale aanval is afgenomen. Waarom vroegen zijn Hongaarse gesprekspartners zojuist om overtollige NAVO-wapens; toch niet om ze tegen het Westen te gebruiken? In het Oosten is geen reserveonderdeel meer beschikbaar.

Ter Beek ziet geen echt verschil van mening met Van den Broek. Hij wil een krijgsmacht die tegen zijn nieuwe taken is opgewassen, ook tegen nieuwe NAVO-taken. Van den Broek noemt hem nu in de Eerste Kamer "een vriend'. En met vrienden is de coalitie niet overbedeeld. (W.N.)