Titanic

Het is geen verrassing dat de onderzoekscommissie van het Britse ministerie van verkeer tot de conclusie is gekomen dat kapitein Stanley Lord van de "Californian' weinig had kunnen doen om de passagiers en bemanning van de zinkende "Titanic' te redden (NRC Handelsblad, 5 april).

Deskundigen twijfelden indertijd al omdat niet precies kon worden vastgesteld hoe groot de afstand was tussen de in een ijsveld liggende "Californian' en de zinkende "Titanic'. Die afstand weten we sinds 1 september 1985 toen Robert Ballard en Jean-Louis Michel het wrak vonden, namelijk 16 mijl. Maar wat kapitein Lord zwaar verweten werd, was dat hij niets deed toen actie geboden was. Wat gebeurde er in de nacht van 14 op 15 april 1912? 23.30 uur: de enige marconist aan boord van de "Californian' sluit zijn apparatuur en gaat slapen. Hij heeft een vermoeiende dag achter de rug met veel ijs-waarschuwingen. 23.40 uur: De op volle kracht varende "Titanic' poogt bakboord sturend een ijsberg te ontlopen maar het schip wordt aan stuurboord onder de waterlijn gepenetreerd. 0.05 uur: De "Titanic' zendt noodsignalen uit, maar de slapende marconist van de "Californian' hoort dat niet. 0.45 uur: Er worden op de "Titanic' vuurpijlen afgevuurd. De officier van de wacht op de brug van de "Californian' ziet deze, maar denkt aanvankelijk dat het vallende sterren zijn. Niet onbegrijpelijk want het is een kristalheldere nacht en windstil. Als hij opnieuw vuurpijlen ziet, wekt hij kapitein Lord en informeert hem.

Op dat moment ontstaat het drama van Stanley Lord. Het dringt niet tot zijn slaperige hoofd door dat het op z'n minst verdacht is dat een schip in het holst van de nacht in zee vol ijsbergen, vuurpijlen afschiet. Hij geeft wel opdracht het schip op te roepen met de morse-lamp, maar wekt niet de marconist om te horen of er iets loos is. Hij draait zich om en gaat weer slapen.

Dat het voor de passagiers en de bemanning van de "Titanic' geen verschil had gemaakt, is met zekerheid uit te rekenen. Had Lord zijn marconist wèl gewekt en ontdekt dat de "Titanic' zinkende was, dan nog had het hem ten minste anderhalf uur gekost om de plaats van de ramp te bereiken. Maar de "Titanic' was om tien minuten voor half drie gezonken en de 1500 mensen voor wie geen plaats was in de reddingboten zouden toen al dood zijn geweest omdat de temperatuur van het water beneden nul was. Maar de mensen die tijdens die nacht van uitputting stierven in de reddingboten, hadden misschien wèl kunnen worden gered.

De kritiek op kapitein Lord die in 1962 als een verbitterd man stierf, was dat hij niets deed. Maar de echte zondebok van de grootste maritieme scheepsramp in vredestijd was hij niet. Dat was kapitein Smith van de "Titanic' die ondanks de waarschuwingen voor ijsbergen die nacht met volle kracht doorvoer. Maar hij werd in Engeland als een held herdacht en voor hem werd een standbeeld opgericht.