Rentedalingen op Nederlandse obligatiemarkt

ROTTERDAM, 13 APRIL. Ondanks alle turbulente ontwikkelingen op de internationale financiële markten heeft de Nederlandse obligatiemarkt afgelopen week een vasthoudend beeld laten zien.

Vrijdag kon een duidelijke koersstijging worden gerealiseerd, in reactie op de renteverlaging in de Verenide Staten van Amerika en de verkiezingsoverwinning van de Conservatieven in het Verenigd Koninkrijk. Het rendement op de 10-jaars benchmark kwam daardoor aan het eind van de week zo'n 15 basispunten lager uit op 8¼ procent. De tarieven op de geldmarkt, sinds weken zo goed als onveranderd, lieten eenzelfde daling zien. Daarmee liggen de Nederlandse korte tarieven nu een kwart procentpunt onder de Duitse korte rentes, normaal gesproken al een ongewone situatie, en zeker bij een blijvend sterke positie van de gulden. Tekenend was bijvoorbeeld dat de recente fluctuaties aan het valutafront - Britse pond, Portugese escudo, Finse Marka - geheel aan de gulden voorbij gingen. Het is voor De Nederlandsche Bank vooralsnog niet mogelijk om hierdoor opnieuw eenzijdig het speciale beleningstarief te verlagen, maar de sterke guldens- positie vormt wel een van de factoren die kunnen bijdragen aan een beter rentebeeld op termijn.

Minder positieve berichten over de Nederlandse economie waren te lezen in de ramingen van het Centraal Plan Bureau voor volgend jaar. Voor de inflatie verwacht het CPB dat deze volgend jaar tot 4,2 procent zal oplopen, voor de rentemarkt natuurlijk geen goed nieuws. Hierbij geldt echter de kanttekening dat een deel van inflatiestijging kan worden toegeschreven aan sterk oplopende kosten in de gezondheidszorg, waarover het kabinet zich nog moet buigen, en er wellicht maatregelen worden genomen gericht op terugdringing van de inflatie (bijvoorbeeld BTW-verlaging). Het inflatiecijfer over maart gaf overigens een lichte daling te zien. De Nederlandse prijsstijgingen kwamen lager uit dan de Duitse, hetgeen een relatief voordeel voor de guldensobligatiemarkt betekent.

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, en voorlopig blijven de Europese obligatiemarkten geconfronteerd worden met een aantal onzekere ontwikkelingen.

Internationale obligatiemarkten

De Engelse obligatiemarkt reageerde zichtbaar opgelucht op de Tory-verkiezingsoverwinning. Nadat duidelijk werd dat de Conservatieven de absolute meerderheid zouden halen, bleek dat de obligatiemarkt in de weken voorafgaand aan de verkiezingen al een behoorlijk voorschot had genomen op een Labour-regering. De opslag, die daardoor in de rente was verdisconteerd, werd in een klap ongedaan gemaakt.

De 10 jaars rente daalde afgelopen vrijdag met maar liefst 56 basispunten tot een niveau van 9,26 procent, ondanks het feit dat de Bank of England van het positieve sentiment profiteerde door enkele tranches van staatsleningen op de markt te brengen voor een totale waarde van 1,6 miljard pond. De dagen voorafgaand aan de verkiezingen konden al koerswinsten worden opgetekend.

De meeste handelaren hadden besloten om met neutrale posities de verkiezingen in te gaan, waardoor veel short posities - gok op koersdalingen - werden afgedekt middels obligatieaankopen. De Engelse korte rente kon, dankzij het Britse pond, eveneens profiteren van de Tory-overwinning. De Engelse economie kan een monetaire stimulans goed gebruiken maar de zwakke positie van het pond binnen het EMS stond dit tot dusver in de weg.

De vooruitzichten voor de Engelse obligatiemarkt zijn aldus positief, zeker omdat de inflatie zich naar een structureel lager niveau lijkt te gaan bewegen. Deze ligt nu op 4,0 procent, hetgeen lager is dan het niveau van de geldontwaarding in Duitsland.

In Amerika verraste de Fed de markt door donderdag de Federal funds rate, het door de Fed gestuurde tarief op interbancair daggeld, met 0,25 procent te verlagen tot een niveau 3,75 procent. De exacte motivatie van de Fed voor deze verruiming was niet geheel duidelijk, waardoor de koerswinsten op de obligatiemarkt niet spectaculair waren. Het gevolg hiervan was dat de Amerikaanse yieldcurve steiler werd. Het verschil tussen het rendement op 30-jaars staatsleningen en de geldmarktrente steeg met 33 basispunten tot een niveau van 4,15 procent.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco.