"Relatie Indonesië ontdoen van historie'; De jonge Indonesische delegatieleden kiezen een koele benadering

YAOUNDE, 13 APRIL. “Het conflict tussen Indonesië en Nederland is wat ons betreft bijgelegd.” Deze verzoenende woorden sprak S. Mardhi, leider van de Indonesische afvaardiging bij een internationale parlementaire conferentie in de hoofdstad van Kameroen dit weekeinde.

Mardhi zei dit na afloop van een aanvankelijk zeer gespannen maar openhartig gesprek met acht Nederlandse parlementsleden. Het was het eerste contact op dit niveau sinds Jakarta uit protest tegen Nederlandse bemoeienis met de naleving van de mensenrechten eenzijdig de hulprelatie verbrak.

De ontmoeting tussen de parlementsleden leidde na een eerste uitwisseling van standpunten tot de rationele conclusie dat de betrekkingen tussen Indonesië en Nederland voortaan “uitsluitend op strikt zakelijke voet” zouden moeten worden voortgezet, ontdaan van de historische meerwaarde. De jongere delegatieleden uit Indonesië onderschreven deze koele, meer afstandelijke benadering, maar de oudere, voortreffelijk Nederlands sprekende delegatieleider Mardhi wilde het gesprek niet op deze toon beëindigen.

Terwijl de jongere Indonesiërs voorwaarden stelden aan de relatie en van de Nederlanders eisten dat zij zich in de toekomst van inmenging zouden onthouden, suste Mardhi de gemoederen met verzoenende woorden. De tweede helft van het gesprek, dat in het Engels werd gevoerd, verliep gemoedelijker.

Zowel VVD-Tweede Kamerlid E. Terpstra als CDA-senator C. van Dijk, oud-minister van ontwikkelingssamenwerking, relativeerde de koppeling die Nederland, in navolging van resoluties van de Verenigde Naties, legt tussen financiële hulp en naleving van de rechten van de mens. Van Dijk en Terpstra kritiseerden minister Pronk die “onverstandig” zou hebben gehandeld. Vooral de uitlatingen van Pronk in het Algemeen Dagblad van 28 maart bleken slecht te zijn gevallen. “Pas met een volgende generatie Indonesische machthebbers zijn misschien geleidelijk aan weer nieuwe contacten op te bouwen.” De Indonesiërs wisten Pronk letterlijk te citeren. Een van hen typeerde het citaat als “buitengewoon aanstootgevend en arrogant”.

Volgens oud-minister Van Dijk, leider van de Nederlandse delegatie, maken de Indonesiërs geen enkel onderscheid tussen het Nederlandse regeringsbeleid en de benadering in het parlement, die in de pers of die van prof. Kooijmans. De Indonesiërs zien het rapport van de hoogleraar, die als speciale rapporteur van de VN constateerde dat folteringen in Indonesië “aan de orde van de dag” zijn, als een verlengstuk van het Nederlandse beleid. Ook voortijdige publicatie van zijn rapport in NRC Handelsblad past volgens Jakarta in dit beeld.

Het gesprek, in het kader van de 87ste wereldconferentie van de IPU, de Interparlementaire Unie, werd later tijdens recepties informeel voortgezet. De onderlinge sfeer verbeterde zodanig dat de Indonesische afvaardiging van zeven parlementsleden bijna voltallig een uitnodiging accepteerde van de Nederlandse ambassadeur in Yaoundé voor een cocktail.