RAF kondigt opschorting acties aan

BONN, 13 APRIL. De Duitse terreurgroep Rote Armee Fraktion (RAF) schort voorlopig haar "aanslagen tegen hoge vertegenwoordigers van staat en economie' op. Dit heeft zij vanmorgen bekendgemaakt in een brief aan de vestiging van het Franse persbureau AFP in Bonn. De RAF, die ook bekend staat als Baader-Meinhof-groep, motiveert haar beslissing met de verzoenende woorden van minister van justitie Klaus Kinkel in januari. Kinkel heeft de vroegtijdige vrijlating in het vooruitzicht gesteld van leden van de RAF die in Duitse gevangenissen zitten.

De terreurdaden van de RAF begonnen toen Andreas Baader, Gudrun Ensslin en anderen in april 1968 uit protest tegen de Vietnam-oorlog brand stichtten in een grootwinkelbedrijf in Frankfurt. De escalatie van het geweld was in juni 1967 begonnen toen de student Benno Ohnesorg in Berlijn bij een demonstratie tegen het bezoek van sjah Reza Pahlewi door een politieagent werd doodgeschoten. In de eerste helft van de jaren zeventig werd een aantal RAF-leden na verschillende terreurdaden gearresteerd.

Tijdens de verkiezingstrijd werd in februari 1975 in Berlijn de lijsttrekker van de CDU, Peter Lorenz, ontvoerd. De staat "ruilde' hem tegen vijf RAF-gevangenen die naar Zuid-Jemen mochten vertrekken. Bij de bezetting door de RAF en bestorming van de Westduitse ambassade in Stockholm vielen hetzelfde jaar drie doden.

In 1977 werden procureur-generaal Siegfried Buback en Hanns Martin Schleyer, de voorzitter van de Westduitse verenigingen van werkgevers, door RAF-commando's gedood. In oktober bestormde een paramilitaire Westduitse eenheid op het vliegveld van Mogadiscio het Lufthansa-vliegtuig Landshut dat naar Somalië was ontvoerd. Drie vooraanstaande terroristen werden dezelfde dag dood in hun genagneniscellen aangetroffen. De laatste spectaculaire actie van de RAF was de moord in april 1991 op Detlef Rohwedder, de voorzitter van de Treuhand die de afwikkeling van de voormalige DDR-staatsbedrijven moet verzorgen. (AFP)