Labour begint strijd om opvolging Kinnock

LONDEN, 13 APRIL. De verkiezingsoverwinning van de Conservatieven en het verlies van Labour krijgen vandaag hun vervolg in het aantreden van een opnieuw samengesteld en verjongd Conservatief kabinet en in het begin van een strijd om het leiderschap van de Labourpartij.

Nog voor Neil Kinnock vanmiddag zijn beslissing tot aftreden had aangekondigd, had de centrum-linkse Bryan Gould, schaduwminister voor milieu, al laten weten dat hij naast John Smith, de schaduwminister van financiën, kandidaat zou zijn voor een eventueel vacante post als partijleider.

Major heeft zijn mandaat als premier voor de komende vijf jaar gebruikt om tweederde van het van Margaret Thatcher geërfde kabinet een andere post te geven of te vervangen.

Gebleven zijn - verrassend - Norman Lamont op Financiën en de door Major bewonderde Douglas Hurd op Buitenlandse Zaken. Tom King vertrekt op eigen verzoek en wordt op Defensie vervangen door Malcolm Rifkind (ex-vervoer). De zwakke minister van binnenlandse zaken en justitie, Kenneth Baker, maakt plaats voor de strijdvaardige Kenneth Clarke (ex-onderwijs). Michael Heseltine wordt beloond voor zijn straftijd op het ministerie van milieu, waar hij een alternatief voor de poll tax (lokale belasting) heeft uitgewerkt, en voor zijn doeltreffende manier van campagne voeren in de aanloop tot de verkiezingen van vorige week. Hij krijgt wat hij hebben wil: het ministerie van handel en industrie.

De benoeming betekent opnieuw een breuk met een Thatcher-dogma: Heseltine is voorstander van intensieve bemoeienis van de staat met het industriëel beleid.

Major promoveerde voor het eerst in veertien jaar Conservatieve regering twee vrouwen tot minister.

Pag.4: Labour ruziet over opvolging

Virginia Bottomley, tot nu toe staatssecretaris voor gezondheidszorg, vervangt haar baas William Waldegrave op dat ministerie. Gillian Shephard wordt minister van werkgelegenheid.

De belangrijke post van staatssecretaris voor de begroting gaat naar de ultra-rechtse Michael Portillo. Hij vervangt David Mellor, die beloond wordt met de nieuwe post "minister voor het nationaal erfgoed', in het spraakgebruik nu al "het ministerie voor leuke dingen' genoemd: kunst, sport, monumentenzorg en omroepzaken. De minister voor Noord-Ierland wordt Sir Patrick Mayhew, tot nu toe hoofd van de vervolgende afdeling van het justitiëel apparaat. Hij vervangt Peter Brooke, de man die in Noord-Ierland besprekingen tussen de politieke partijen op gang wist te brengen, zij het tot nu toe zonder aanwijsbaar resultaat. Brooke wordt getipt als kandidaat voor Speaker of the House.

In het Labourkamp is het verdriet over de onverwachte verkiezingsnederlaag al bijna verkeerd in onceremoniëel duwen en op tenen gaan staan in afwachting van Kinnocks aankondiging dat hij wil aftreden als partijleider. Mocht hij dat doen, dan zal Roy Hattersley, de plaatsvervangend leider van Labour, naar verwachting tegelijkertijd terugtreden. Dat maakt de baan vrij voor een nieuw duo: John Smith-Margaret Beckett en John Smith-Gordon Brown zijn de combinaties waarover dit weekend al speculatie op gang kwam.

Sommige Labour-prominenten klagen nu dat Smith hen als ideale kandidaat “door de strot wordt gedrukt” zonder dat nog een begin gemaakt is met een herbezinning over de wenselijke koers van de partij in de toekomst. Bryan Gould, campagneleider in 1987, zei dat Labour zich moet concentreren op zijn verkiesbaarheid en op veel bredere veranderingen dan alleen een wisseling van leider.

Gould is een voorstander van verandering van het kiesstelsel, maar staat sceptisch tegenover het beleid van vergaande Europese integratie in het partijprogramma. Hij maakte er geen geheim van dat er “druk op mij wordt uitgeoefend” om kandidaat te zijn, indien John Smith als vanzelfsprekende leider naar voren wordt geschoven. Uiterst-linkse kandidaten als Ken Livingstone zouden zich eveneens in de strijd gooien, al was het maar om symbolische redenen.

De kandidatuur van Smith heeft de zegen van enkele grote vakbonden en van een groot aantal Labour-Lagerhuisleden, onder wie Gordon Brown en de leider van de Schotse Labourpartij, Donald Dewar. Onder de regelgeving van Labour vereist de verkiezing van een nieuwe leider het bijeenroepen van een speciale conferentie. Kiesgerechtigd zijn in dit geval de vakbonden (40%), de Lagerhuisleden (30%) en de afdelingen (30%).