Justitiële bedrijfsvoering

HET GEVANGENISWEZEN, zei een Hoofd van deze dienst ooit bij zijn afscheid, is geen oplossing maar het gebrek aan een oplossing.

Voor dergelijke schone sentimenten is echter weinig plaats in het geval van een aantal verdachten van een overval die onlangs in Rotterdam moesten worden heengezonden wegens het tekort aan cellen. Een van de heengezonden verdachten zou deze kans hebben benut om mogelijke getuigen te intimideren. Ook toen was er nog geen cel vrij.

Een dergelijke gang van zaken wekt met reden de publieke verontwaardiging. De justitie in de grote steden heeft al laten weten dat zij de laatste maanden recordaantallen verdachten heeft moeten heenzenden wegens plaatsgebrek. Toch is het de vraag of de verontwaardiging over zo'n Rotterdamse misser het beste kan worden gericht op de schande van een te hoog gestegen cellennood waar niemand iets aan kan doen, of dat hij toch niet eerder op het conto dient te komen van de beleidsvoering bij politie en justitie.

Het Kamerlid Soutendijk (CDA) slaat in elk geval de plank mis met voorstellen voor een hele serie paardemiddelen. Zo moeten verdachten dan maar wat langer worden vastgehouden op het politiebureau. De geachte afgevaardigde zou de rapporten van de Nationale Ombudsman nog eens moeten naslaan op de werkelijke prioriteiten. Honderden politiecellen voldoen niet aan de minimumeisen. En dat is al jaren zo.

"Containercellen' dan? Dat is alleen al te haastig omdat nieuwe cellen ook nieuw personeel nodig hebben. Nu had mevrouw Soutendijk daar eerder ook al eens een vlot recept voor: werklozen genoeg. Dat versterkt de indruk dat zij de problemen van een gevangeniswezen dat in toenemende mate te maken krijgt met moeilijke categorieën van gedetineerden, niet serieus neemt. Noodgrepen als containers gaan er aan voorbij dat het gevangeniswezen de laatste jaren reeds tegen de klippen op heeft bijgebouwd. In het afgelopen decennium is de capaciteit vrijwel verdubbeld.

DAT HET GEVANGENISWEZEN desondanks in de problemen komt valt volgens de verantwoordelijke bewindsman, staatssecretaris Kosto van justitie, mede toe te schrijven aan de zwaardere gevangenisstraffen die de rechters opleggen. Daar heeft hij gelijk in, maar hij vergeet er bij te zeggen dat dit geen natuurverschijnsel is. De rechter komt tot zwaardere tarieven op uitnodiging van het Openbaar Ministerie. En daarvoor dragen de bewindslieden van justitie beleidsverantwoordelijkheid. Zij hebben wel degelijk enige keuzemogelijkheden tussen langere straffen of meer cellen voor noodgevallen.

Terwijl de justitie heenzendt, staan er trouwens links en rechts cellen leeg, concludeerde de Rekenkamer vorig jaar. Over de precieze percentages valt te twisten, maar duidelijk is dat er wel iets ontbreekt aan de “justitiële bedrijfsvoering”, zoals Soutendijks prominente partijgenoot Van der Burg dat heeft genoemd. Justitie is er nog steeds niet in geslaagd een electronisch boekingssysteem voor de cellen van de grond te krijgen, hoewel - zoals vorig jaar in de Kamer werd gespot - de overheid dit zou kunnen afkijken bij elk zichzelf een beetje respecterend reisbureau of hotel. Dat werpt een ander licht op de verklaring van het Rotterdamse Openbaar Ministerie dat er “in heel Nederland” geen cel was te vinden voor de beschuldigde rover.