In Bosnië is bestand al na uren geschonden

LJUBLJANA, 13 APRIL. De leiders van de drie etnische groepen in Bosnië zijn gisteren na enkele dagen van zeer hevige gevechten een staakt-het-vuren overeengekomen. Het is evenwel vanochtend al zeker elf keer geschonden.

Het staakt-het-vuren werd ondertekend na drie dagen van onderhandelingen onder leiding van de speciale afgezant van de EG, Jose Cutilheiro. Het werd vannacht om twaalf uur van kracht. De leiders van de Serviërs, Kroaten en moslims hebben zich verplicht onder toezicht van de EG alle paramilitaire groepen vóór middernacht a.s. te ontwapenen en te ontbinden en hun mobilisatie te beëindigen. Cutilheiro zei gisteren erop te vertrouwen dat het staakt-het-vuren zal houden. “De leiders van de drie etnische groepen tonen de bereidheid alles in het werk te stellen de vrede te herstellen en ook het Joegoslavische leger staat achter het bereikte akkoord”, aldus de Portugese diplomaat.

Waarnemers in Sarajevo zijn minder optimistisch; zij wijzen erop dat de leiders van de moslims, Serviërs en Kroaten vorige week al drie keer een staakt-het-vuren overeenkwamen waarvan er niet één is gerespecteerd. Het Joegoslavische leger maakte vanochtend melding van elf bestandsschendingen.

De secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros Ghali, maakte zaterdag bekend dat zijn speciale afgevaardigde, Cyrus Vance, vandaag naar Bosnië zal reizen. Vance zal met de Bosnische leiders gesprekken voeren over de wenselijkheid het mandaat van de VN-vredestroepen voor delen van Kroatië uit te breiden tot Bosnië.

In Bosnië bleef het ook het afgelopen weekeinde onrustig. Het bij de Servische grens gelegen plaatsje Foca werd door artillerie van Servische militie onder vuur genomen. Daarbij werden een school en een aantal bedrijfshallen in puin geschoten. Zaterdagmiddag slaagden Joegoslavische generaal Milutin Kukanjac en president Alija Izetbegovic er op het laatste moment in de commandant van de moslimmilities in Visegrad, Murat Sabanovic, er van te weerhouden de dammen van een stuwmeer aan de rivier de Drina, die de grens vormt tussen Bosnië en Servië, op te blazen. In de buurt van Mostar werd gisteren op een brug een auto opgeblazen. De explosie veroorzaakte een meters groot gat in de asfaltbedekking van de brug, die daardoor onbegaanbaar is geworden. Het etnische geweld heeft inmiddels 40.000 mensen op de vlucht gedreven.