Het tekort en de opvattingen

“Ik leg nu een voor een minister-president heel gevaarlijke stelling neer: of ik nu 300 miljoen op het financieringstekort bezuinig dan wel er zoveel aan toevoeg, is in wezen vooral van psychologisch belang.” (Minister-president Lubbers in 1983 in de Haagse Post)

“Het is in de gegeven situatie verantwoord om de doelstelling van het in stand houden van het economisch draagvlak en het op gang brengen van economische groei te laten prevaleren boven de doelstelling van een vermindering van het tekort op lange termijn.” (FNV-voorzitter Kok in 1983 in NRC Handelsblad)

“Het is op zichzelf natuurlijk mooi dat wij naast de beoogde twee procent reductie in deze regeerperiode ook nog ruim één procent bereiken in de vorm van een solidere begroting, maar als dat betaald wordt via meer inflatie en minder werkgelegenheid wordt dat natuurlijk een Pyrrhus-overwinning.” (Minister-president Lubbers in zijn Bouwstenen kaderbrief van 2 april 1992)

“Zowel het maximum van de collectieve lastendruk, de 53,6 procent, als het tijdpad voor de reductie van het financieringstekort van een half procent per jaar, zijn voor mij ijzeren randvoorwaarden voor de uitvoering van datgene waartoe wij ons bij het regeerakkoord hebben verplicht in deze coalitie.” (Minister van financiën Kok op 8 april in de Tweede Kamer)