Het licht

“En zelfs bij Van Gogh heeft het voorjaar iets braafs”, meen ik te constateren. We dwalen namelijk door het Kröller-Müller en zoeken het lentelicht in de schilderkunst. Daar is weinig van. Het schijnt dat de gemiddelde kunstenaar beter met zomer, herfst of winter uit de voeten kan.

“Braaf?” Dit is Evert van Straaten, de directeur. “Ik vind dit geen braaf schilderij! Het is, hier, hier, hier, zelfs bijna vies geschilderd!”

"Bloeiende perzikbomen', een vertakte explosie van vleeskleuren, waarbij Van Gogh bovendien noteerde: "Souvenir de Mauve' - herinnering aan Mauve, een directe verwijzing naar de dood, en als je zijn bloesems goed bekijkt, zie je dat hij zich daarvoor niet heeft hoeven forceren.

“Ja”, geef ik toe, “het heeft iets krankzinnigs.” Wat in dit verband natuurlijk een beladen term is. Dus Van Straaten: “Hij heeft zich laten meeslepen, je voelt een soort razernij, maar wel een in de hand gehouden razernij, het is heel bekeken gedaan.” Zodat ik mij gestimuleerd voel tot een nadere en tamelijk vleiende omschrijving van het begrip krankzinnig. Van Gogh. Bij hem maakt zelfs het voorjaar nerveus.

En dan dwalen we verder; in het museum zelf is de lichtval buitengewoon kalm en bemoedigend.

Krankzinnig lijkt me het verlangen het onmogelijke te zeggen, wat toch eigenlijk zou moeten.