Het beroemdste dier uit de 18de eeuw

Tentoonstelling: Op reis met Clara. Natuurmuseum Rotterdam, Westzeedijk 345, Rotterdam. T/m 13 sept. Boekje: ƒ 15,00.

Op twee platen van de beroemde anatomische atlas van de Leidse hoogleraar B.S. Albinus uit 1747 staat een menselijk skelet afgebeeld tegen de achtergrond van een neushoorn. De graveur, Jan Wandelaar, beeldde het beest in 1742 af naar de werkelijkheid. Zijn model was het beroemdste uitheemse dier uit de achttiende eeuw: Clara.

Clara was op 22 juli 1741 aangekomen in de haven van Rotterdam, na bijna acht maanden drijvende gevangenschap aan boord van het VOC-schip de Knappenhof. De drie jaar oude Indische neushoorn (Rhinoceros unicornis) was afkomstig van de VOC-vestiging Hougly in Bengalen, in de buurt waarvan ze in 1738 was gevangen.

Clara was het eigendom van de kapitein van de Knappenhof, Douwe Mout van der Meer. Deze jonge Leidenaar beschikte over voldoende zakeninstinct om te beseffen dat een dergelijk exotisch schepsel geld in het laatje kon brengen. Al een maand na aankomst stelde hij Clara tegen een pittige toegangsprijs van "zes stuivers ieder persoon' voor aan het Hollandse publiek. Aan alle "Heeren en Liefhebbers” werd bekendgemaakt “dat er gearriveerd is een leevendige Rhinoceros van twee Jaaren oud, bijna drie Duizend Pond zwaar (...) welkers weerga nooit te vooren hier is geweest.” Het jonge monster was voor het eerst te bezichtigen in Nieuwendam, daarna in Amsterdam en vervolgens elders in den lande.

Maar liefst zeventien jaar lang werd Clara door Douwe Mout op professionele wijze geëxploiteerd. In 1746 begon ze haar eerste internationale tournee. In een krant uit Hannover werd dat jaar aangekondigd dat een "afzichtelijk monster van het vrouwelijk geslacht' de stad zal aandoen. Daarna werd zij overal in Europa tegen betaling getoond: de eerste jaren nog voornamelijk in Duitsland en Oostenrijk, later ook in Frankrijk, Italië, Scandinavië, Polen en Engeland. Het dier werd tijdens zijn tochten vervoerd op een speciale, soms door wel 20 paarden getrokken wagen en werd begeleid door een staf van vermoedelijk vier man. De reizen werden begeleid door een stroom reclamemateriaal bestaande uit aanplakbiljetten, munten en advertenties. Daarnaast inspireerde Clara tot een vloedgolf van memorabilia in de vorm van (onder meer) houtsneden, gravures, tekeningen, schilderijen, klokken en faïence.

Een deel van deze kunstuitingen is, helaas slechts gedeeltelijk in origineel, te zien op de kleine expositie "Op reis met Clara' in het Natuurmuseum Rotterdam. Er liggen onder andere een zilveren en een tinnen munt (souvenirs die door het gezelschap van Douwe Mout zelf werden geproduceerd en verkocht) en een fraai plastiek door de Leidse natuurvorser Petrus Camper. Het verhaal van Clara's reis wordt in wat meer detail uit de doeken gedaan in een begeleidend, kleurig geïllustreerd boekje.

Clara was de vijfde en meest bekende van de in totaal acht levende neushoorns die tussen 1515 en 1799 Europa bereikten. Het dier inspireerde zelfs in 1749 de Parijse mode tot jurken en kapsels "à la Rhinocéros'. Onder de tienduizenden bezoekers die Clara hebben bezichtigd bevonden zich behalve edelen en vorsten ook Casanova en een zijner matresses. Deze laatste zag, volgens Casanova, reeds de kaartjesverkoper buiten de kermistent voor de rhinoceros aan.

De vele afbeeldingen van Clara vervingen de gefantaseerde beeldtenis die Albrecht Dürer in 1515 had gemaakt naar de neushoorn die dat jaar in Lissabon was aangekomen. Dit dier werd door de Portugese koning Emanuel I aan Paus Leo X ten geschenke gegeven, maar verdronk tijdens een schipbreuk. Dürer kon het daarom niet naar het leven tekenen en zijn weergave, een soort renaissancistische pantserwagen met een tweede, gedraaid mini-horentje in de nek, had dan ook met de werkelijkheid weinig uitstaande. De rhinoceros van Dürer bleef meer dan tweehonderd jaar lang het "standaard-ikoon' van de neushoorn. De afbeelding werd talloze malen door andere kunstenaars gekopieerd, waarbij het (niet-bestaande) nek-horentje dikwijls uitgroeide tot een ding van formaat.

Clara daarentegen was de eerste neushoorn die wetenschappelijk accuraat werd afgebeeld. Niet alleen door Jan Wandelaar, maar bijvoorbeeld ook door de reeds genoemde Petrus Camper en, belangrijker nog, door de illustrator van de Histoire naturelle van de grote Franse bioloog Buffon.

De tentoonstelling "Op reis met Clara' was mogelijk dank zij het speurwerk van L.C. Rookmaaker, die in zijn in 1983 verschenen Bibiography of the Rhinoceros (A.A. Balkema, Roterdam) de reizen van Clara tot in groot detail wist te reconstrueren. Een andere belangrijke recente bron is het prachtige boek The Rhinoceros from Dürer to Stubbs, 1515-1799 door T.H. Clarke (Sotheby's, Londen 1986), waarin de kunsthistorische neerslag van de acht neushoorns breed wordt uitgemeten.

Toch zijn ook deze bronnen niet volledig. Toevallig is zeer onlangs door een medewerker van de Koninklijke Bibliotheek een verwijzing naar Clara gevonden in de notitieboeken van de Middelburgse advocaat mr. Pieter Boddaert. Hieruit blijkt dat de attractie ook twee maal in Middelburg te zien moet zijn geweest: eenmaal in 1742 en eenmaal in 1756. De archiefvondst is helaas niet meer verwerkt door de makers van de expositie, maar toont wel aan hoe de historische rhinoceros-research nog steeds met rasse schreden voortgang boekt. Wie weet hoeveel meer steden Clara op haar curieuze omzwervingen nog heeft aangedaan alvorens ze op 14 april 1758, nauwelijks twintig jaar oud, te Londen overleed.