HERMAN SWART 1911 - 1992; Kunst als passie

De op 9 april overleden Herman Swart speelde een rol van betekenis in het Nederlandse kunstleven van de jaren vijftig en zestig, met name in de beeldende kunst. Hij was de directeur van de Nederlandse Kunststichting en lanceerde bij de tentoonstellingen die hij in dat verband maakte (ruim duizend) het idee van hang- en staangelden, al had hij op dat moment niet meer te bieden dan het symbolische bedrag van ƒ 2,50.

Hij nam meer initiatieven die nu nog voortleven. De beeldententoonstellingen in de Keukenhof waren zijn initiatief, hij assisteerde Orlov bij het opzetten van de Stuyvesantcollectie, hij inspireerde Mees bij de opzet van de befaamde Sikkensprijs.

Drs. Herman L. Swart werd in 1911 geboren te Bogor als zoon van een lid van de raad van Indië. Hij doorliep Nederlandse scholen en studeerde economie in Cambridge, Wenen en Rotterdam waar hij afstudeerde.

Een vóór de oorlog door hem opgericht Economisch Adviesbureau diende tijdens de Duitse bezetting ook als dekmantel voor de evacuatie van joodse burgers. Door verraad belandde Swart in 1943 in de gevangenis te Scheveningen. In 1944 werd hij daar ontslagen.

In 1951 richtte hij de Stichting Kunst en Gezin op die in 1959 werd omgevormd tot de Nederlandse Kunst Stichting. Doel van beide typisch na-oorlogse idealistische stichtingen was om tentoonstellingsbezoekers op ongedwongen wijze in contact te brengen met de kunst van tijdgenoten.

Met name de NKS richtte zich op "een zo groot mogelijk deel van de Nederlandse bevolking'. Die toonzetting had evenveel te maken met de ironische bluf van Swart als met de meer specifieke eisen van het subsidie verlenende Ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen.

Herman Swart was een speels heer van Engelse allure met de kunst als passie, de spreiding van kunst als professioneel ideaal en maatschappelijk snobisme als hobby.Hoogst persoonlijk creëerde hij dat cultureel netwerk dat van Londen naar Lisse liep en van Kampen en Emmen naar Parijs. De moderne Nederlandse kunst (toen nog zeer omstreden) werd tot in de uithoeken van ons land getoond: op straat, in parken, in dorpshuizen en stadspoorten maar ook op een alternatieve plek in Londen of in Kunst Vereinen in Duitsland.